RvV vernietigt niet-ontvankelijkheid asielaanvraag van verzoekers met beschermingsstatuut in Griekenland wegens onvoldoende onderzoek

De beoordeling van verzoeken om internationale bescherming van statushouders in Griekenland en het onderzoek naar de elementen die daarbij centraal staan, maken al verschillende jaren het voorwerp uit van beroepen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). De RvV sprak zich op 20-2-2026 in Verenigde Kamers uit over deze kwestie, in het bijzonder over de situatie van verzoekers zonder geldige verblijfsvergunning (ADET) in Griekenland. Dit nieuwsbericht bevat een samenvatting van de meest recente arresten, met daaronder een overzicht van voorgaande rechtspraak.

In het kort

Personen met een beschermingsstatus, erkend vluchteling of subsidiaire bescherming, in een andere EU-lidstaat (= een 'M-status') kunnen in principe geen internationale bescherming meer krijgen in België. Het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) verklaart hun verzoeken doorgaans niet-ontvankelijk op basis van een weerlegbaar vermoeden dat je geen nood meer hebt aan bescherming. Dat vermoeden wordt weerlegd wanneer de voorzienbare levensomstandigheden van de betrokken verzoeker in de andere lidstaat hem zouden blootstellen aan een ernstig risico op onmenselijke of vernederende behandeling. De situatie in de andere lidstaat moet wel bijzonder ernstig zijn en de verzoeker blootstellen aan een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie. Om te beoordelen of daarvan sprake is, moet rekening worden gehouden met actuele en objectieve landeninformatie met betrekking tot de situatie van (terugkerende) statushouders en met hun individuele omstandigheden.

RvV 20 februari 2026, nrs. 341.503, 341.504 en 341.505

In arresten 341.503, 341.504 en 341.505 van 20 februari 2026 bevestigt de RvV in Verenigde Kamers haar eerdere rechtspraak die stelde dat de situatie voor statushouders in Griekenland zeer precair en problematisch kan zijn. Een individuele beoordeling van de persoonlijke omstandigheden blijft nodig. Het al dan niet beschikken over een geldige Griekse verblijfsvergunning (ADET) is een belangrijk element bij die beoordeling. Als de verzoeker om internationale bescherming (VIB) geen geldige vergunning meer heeft, dan is het noodzakelijk dat deze geen bijzondere kwetsbaarheden vertoont, beschikt over een zekere mate van zelfredzaamheid en over middelen, netwerk of andere ondersteuning in Griekenland. De RvV vernietigde de onontvankelijkheidsbeslissingen omdat de mogelijkheden voor de betrokkene om bij terugkeer naar Griekenland te kunnen voorzien in zijn basisbehoeften, in afwachting van de verlenging van zijn verblijfsvergunning, onvoldoende werden onderzocht.

Algemene situatie van statushouders in en bij terugkeer naar Griekenland

De RvV stelt vast dat de situatie van statushouders in Griekenland bij hun terugkeer nog altijd precair en problematisch kan zijn, onder meer als gevolg van een toenemende bureaucratische complexiteit in het verkrijgen van bepaalde documenten. De RvV analyseert uitgebreid de informatie over het verkrijgen en verlengen van een Griekse verblijfsvergunning (ADET), fiscaal registratienummer (AFM) en sociale zekerheidsnummer (AMKA). Deze documenten zijn essentieel om toegang te krijgen tot fundamentele socio-economische basisrechten zoals gezondheidszorg, huisvesting, sociale voorzieningen, arbeidsmarkt, onderwijs, openen van een bankrekening en juridische bijstand. 

Een nieuwe AMKA-verordening vereist dat derdelanders, naast hun wettelijk en daadwerkelijk verblijf in Griekenland, ook een bewijs van werk voorleggen voor het verkrijgen van een AMKA. De wet behandelt Griekse en Unieburgers op dit punt anders dan statushouders. Dit leidt ertoe dat statushouders die nog niet legaal werken of omwille van gezondheidsredenen niet kunnen werken, automatisch worden uitgesloten van toegang tot openbare gezondheidszorg en sociale voorzieningen. 

Voor statushouders van wie de Griekse verblijfsvergunning (ADET) niet langer geldig is, stelt de RvV vast dat de procedure voor verlenging uiterst moeilijk is. Er gelden lange wachttijden en in tussentijd heeft men geen toegang tot tewerkstelling of sociale voorzieningen. De RvV besluit dat geen geldige ADET hebben een belangrijke factor is voor de beoordeling van het risico voor statushouders om bij terugkeer naar Griekenland terecht te komen in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie.

Persoonlijke situatie van de statushouder

Toch lopen niet alle statushouders volgens de RvV bij terugkeer naar Griekenland automatisch een risico om terecht te komen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie. Een individuele beoordeling blijft nodig. De RvV besteedt daarbij bijzondere aandacht aan eventuele kwetsbaarheden, het individueel profiel, het vermogen om rechten te doen gelden, en in de eigen basisbehoeften te voorzien. De RvV haalt verschillende elementen aan die raken aan de persoonlijke situatie van de verzoekers:

Bijzondere kwetsbaarheid 

  • hoe problematischer de situatie van de begunstigde van internationale bescherming (IB) in Griekenland, hoe minder van de verzoeker wordt verwacht dat hij specifieke elementen aanbrengt die een ’bijzondere kwetsbaarheid’ aantonen. Uit de arresten blijkt verder dat het belangrijk is om psychische kwetsbaarheid te staven met actuele, objectieve stukken die een toelichting geven bij de mentale gezondheidstoestand.

Zelfredzaamheid 

  • De vaststelling dat de verzoeker tijdens het eerdere verblijf in Griekenland en heden in België blijk geeft van zelfredzaamheid, betekent niet automatisch dat de verzoeker ook op dit moment zelfredzaam genoeg is om in Griekenland in de essentiële levensnoden te voorzien.

Het al dan niet beschikken over een geldige ADET

Stappen ondernomen voor de verlenging van de ADET. 

  • Het CGVS verweet verzoekers hun administratieve moeilijkheden zelf te hebben veroorzaakt door Griekenland te verlaten. De RvV bevestigt wat dit betreft de eerdere rechtspraak dat de zinsnede ’buiten zijn wil en persoonlijke keuzes om’ moet worden gelezen als ‘ongeacht zijn wil en persoonlijke keuzes om’, en verzoekers dus niet kan worden verweten dat zij zelf de situatie veroorzaakt hebben dat hun ADET vervallen is. Een ex nunc-beoordeling van het risico op materiële deprivatie dringt zich op. 
  • Het CGVS verweet verzoekers ook dat zij geen stappen hebben ondernomen om de verlenging van de ADET te bekomen. De RvV bevestigt wat dit betreft dat van verzoeker kan worden verwacht dat zij administratieve formaliteiten vervullen, zolang dit niet als gevolg heeft dat hen de toegang tot hun socio-economische rechten als statushouder worden ontzegd. Daarbij spelen de digitale vaardigheden van de verzoeker een rol. 
  • Voor verzoekers wiens ADET is vervallen, stelt de RvV echter vast dat de verlenging daarvan weliswaar vanuit het buitenland kan worden aangevraagd, maar dat de persoon vervolgens vaak nog verschillende maanden moet wachten in Griekenland. Tijdens die wachtperiode is er geen toegang tot tewerkstelling of sociale voorzieningen. Er moet dan ook onderzocht worden of de verzoeker actueel beschikt over middelen, een netwerk of andere ondersteuning om in afwachting van de verlenging in elementaire behoeften te kunnen voorzien.

Vluchtelingenstatus of subsidiaire bescherming in Griekenland 

  • Voor personen die subsidiaire bescherming kregen in Griekenland, gelden bijkomende administratieve moeilijkheden, onder meer voor het verkrijgen van een Grieks paspoort of voor de verlenging van de ADET. 

Beschikken over actuele middelen, een netwerk of andere ondersteuning. 

  • Dat een verzoeker tijdens het verblijf in Griekenland als erkende vluchteling over voldoende middelen en een inkomen beschikten om in zijn levensonderhoud te voorzien en dat hij er zich nooit in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie heeft bevonden, doet niet ter zake: een ex nunc-onderzoek is aan de orde

    Het CGVS haalt aan dat hierbij rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid voor een statushouders om inkomsten te verwerven in de ‘ondergrondse economie’ en om steun te krijgen van gemeenten en NGO’s. Het verwijst daarvoor o.a. naar rechtspraak van Duitse rechtbanken en hoven. De RvV wijst deze redenering van de hand. Het kan volgens de RvV niet uit de voorgelegde informatie worden afgeleid of het mogelijk en redelijk is om te verwachten dat men in Griekenland werk vindt in de Griekse informele economie, nog afgezien van de vraag of een overheidsinstantie of rechtbank redelijkerwijze mag verwachten dat verzoekers handelingen stellen die mogelijk onwettig zijn of hem blootstellen aan strafrechtelijke vervolging. 

  • Wat betreft ondersteuning door gemeenten of NGO’s ligt volgens de RvV onvoldoende informatie voor om te concluderen dat statushouders bij terugkeer naar Griekenland waarschijnlijk onderdak kunnen vinden in opvangcentra of noodopvang. Er moet dus gekeken worden naar de individuele middelen, netwerk of andere ondersteuning van de verzoekers. De RvV benadrukt dat het persoonlijk onderhoud essentieel is om verzoekers op dit punt te bevragen. 

Toepassing in de arresten nrs. 341.503, 341.504 en 341.505

In alle arresten werd de beslissing van het CGVS vernietigd en teruggestuurd voor onderzoek.

Arrest nr. 341.503 van 20 februari 2026 betreft een alleenstaande man van 37 jaar afkomstig uit Gaza. Hij kreeg bescherming en Griekenland en vroeg vervolgens in België om internationale bescherming op 8 februari 2021. Op 6 maart 2024 diende hij een derde verzoek om internationale bescherming in. Wat betreft zijn persoonlijke situatie stelt de RvV het volgende vast:

  • Bijzondere kwetsbaarheid: De verzoeker heeft in België geruime tijd in precaire omstandigheden op straat geleefd. Zijn vier zussen en twee broers zijn omgekomen tijdens de oorlog in Gaza, enkel zijn moeder overleefde. Deze elementen werden niet betwist en de RvV stelt vast dat ze een rol spelen, maar bij gebrek aan psychologische attesten niet kan worden vastgesteld dat verzoeker een ‘bijzondere kwetsbaarheid’ vertoont. 
  • Zelfredzaamheid: De verzoeker geeft blijk van een zekere zelfredzaamheid. 
  • ADET: De ADET van de verzoeker is vervallen. 
  • Middelen, netwerk, ondersteuning: De RvV stelt vast dat de beslissing van het CGVS hierover geen afweging en beoordeling bevat en het dossier hier onvoldoende informatie over bevat. Er dringt zich volgens de RvV dus een verder grondig onderzoek op naar deze elementen. 

Arrest nr. 341.504 van 20 februari 2026 betreft een 36-jarige man uit Gaza die in 2021 internationale bescherming kreeg in Griekenland en in 2024 internationale bescherming verzocht in België. Zijn verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard, waarop de verzoeker beroep aantekende. De RvV stelt het volgende vast:

  • Bijzondere kwetsbaarheid: Er werden verschillende documenten neergelegd die de psychische problemen van de verzoeker, m.n. posttraumatische stressstoornis en ernstige depressie, staven. De RvV meent dat niet zonder verder onderzoek bevestigd kan worden dat geen sprake is van een bijzondere kwetsbaarheid die hem verhindert om zijn rechten als statushouder in Griekenland te doen gelden. 
  • Zelfredzaamheid: Het CGVS verwees in de beslissing naar de zelfredzaamheid van de verzoeker tijdens zijn eerdere verblijf in Griekenland en naar het feit dat hij heden ondanks psychologische problemen nog kan voorzien in zijn basisbehoeften. De RvV werpt evenwel tegen dat uit het feit dat de verzoeker tijdens zijn eerdere verblijf in Griekenland zelfredzaam was, niet kan worden afgeleid dat hij dat vandaag nog in staat zou zijn om aan de toegenomen moeilijkheden in Griekenland het hoofd te bieden.
  • ADET: De ADET van de verzoeker is vervallen. 
  • Middelen, netwerk, ondersteuning: Er werd de verzoeker tijdens het persoonlijk onderhoud niets gevraagd over familieleden waarop hij kan terugvallen of eventuele steun die hij verleent of heeft verleend aan familie in Gaza. Verzoeker geeft aan dat hij niet langer werkt en het is de RvV onduidelijk of dat verband houdt met zijn psychologische problemen. De RvV stelt vast dat het CGVS in de bestreden beslissing geen afweging gemaakt van de mogelijkheden van verzoeker om zich bij terugkeer naar Griekenland tijdens de wachttermijn te kunnen handhaven en te voorzien in zijn basisbehoeften. Ze concludeert dat op basis van de voorgelegde elementen niet kan worden vastgesteld dat hij over de nodige middelen, netwerk of andere ondersteuning beschikt. 

Arrest nr. 341.505 van 20 februari 2026 betreft een Palestijnse man uit Gaza met internationale bescherming in Griekenland die in 2023 internationale bescherming vroeg in België . De RvV stelt het volgende vast:

  • Bijzondere kwetsbaarheid: De verzoeker verwijst naar zijn specifieke situatie als Palestijn afkomstig uit Gaza, gezien de impact van de oorlogssituatie daar en het verlies van dierbaren – waaronder een halfzus en zijn beste vriend - op zijn mentale gezondheid. Hij haalt aan dat een scheiding van zijn zus, die in België erkend is als vluchteling, een verdere negatieve impact zou hebben op zijn mentale situatie. Hij brengt verschillende documenten aan ter staving van zijn psychische problemen. Die zijn tijdens het persoonlijk onderhoud evenwel niet in de diepte bevraagd. De RvV meent dat het CGVS deze elementen nader moet onderzoeken om na te gaan of er sprake is van een bijzondere kwetsbaarheid en of die er bij een terugkeer naar Griekenland toe zou leiden dat de verzoeker zich in een situatie van extreme materiële deprivatie zou bevinden. Bij de beoordeling van zijn vermogen om tijdens de wachttijd voor de verlenging van zijn verblijfsdocumenten te voorzien in zijn essentiële levensonderhoud, moet zijn psychische kwetsbaarheid in rekening worden gebracht.
  • ADET: De ADET van de verzoeker is vervallen. 
  • Subsidiaire bescherming: de verzoeker heeft subsidiaire bescherming gekregen in Griekenland en geen vluchtelingenstatus. Dit kan voor bijkomende administratieve moeilijkheden zorgen.
  • Middelen, netwerk, ondersteuning: De verzoeker geeft aan dat hij geen middelen meer heeft, en het is niet duidelijk of zijn zus en schoonbroer hem kunnen en zouden willen ondersteunen tijdens de wachtperiode in Griekenland. Het dossier bevat geen informatie over een verder netwerk van familie of vrienden in België of Europa die hem eventueel zouden kunnen ondersteunen. Ook op dit punt meent de RvV dat verder onderzoek nodig is.

Voorgaande rechtspraak

RvV 29 september 2020, nr. 241.571

In dit arrest benadrukt de RvV het belang van het in aanmerking nemen van objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens omtrent de situatie van statushouders in het land waar zij internationale bescherming genieten (hier Griekenland). De zaak betreft een psychisch kwetsbare alleenstaande moeder van Eritrese origine met drie minderjarige kinderen waarvan een met ernstige psychiatrische problemen kampt. Het CGVS verweet de verzoekster in Griekenland geen psychologische hulp te hebben gezocht voor zichzelf en haar zoon.

De RvV stelt echter vast dat de verklaringen van de verzoekster over de belemmeringen in de toegang tot psychologische hulp door het CGVS niet werden afgetoetst aan de algemene informatie hierover in de landenrapporten. Uit die rapporten blijkt dat statushouders in Griekenland zich daar in bijzonder moeilijke, soms schrijnende omstandigheden kunnen bevinden en er onder meer belemmeringen ondervinden bij het krijgen van toegang tot medische hulp. Gezien het zeer kwetsbare profiel van de verzoekster, moet het CGVS zorgvuldig nagaan of de nodige medische en psychologische hulp voor haar en haar gezin verzekerd zijn in Griekenland. De RvV oordeelt dat een dergelijk zorgvuldig onderzoek niet werd gevoerd, en vernietigt de beslissing van het CGVS.

RvV 10 december 2020, nr. 245.948

Naast de objectieve informatie over de algemene situatie voor statushouders in Griekenland, moet het CGVS een grondig onderzoek voeren naar de individuele omstandigheden van de verzoeker na het verkrijgen van het internationaal beschermingsstatuut in Griekenland. In deze zaak haalde de verzoeker in het verzoekschrift aan zich na het verkrijgen van het beschermingsstatuut in Griekenland in een situatie van verregaande materiële deprivatie te hebben bevonden, met onder meer een gebrek aan huisvesting, adequate gezondheidszorg en minimale financiële hulp en veiligheid. De RvV stelt vast dat uit de gehoornotities van het CGVS blijkt dat aan de verzoeker weinig vragen werden gesteld over zijn leefomstandigheden na het verkrijgen van het internationale beschermingsstatuut in Griekenland. De RvV meent dat op die manier niet aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 57/6, § 3, 3° Vw is voldaan. De beslissing van het CGVS wordt vernietigd.

RvV 31 augustus 2021, nr. 259.842 

In arrest nr. 259.842 van 31 augustus 2021 stelt de RvV vast dat de verzoeker in het kader van zijn volgend verzoek om IB aan het CGVS nieuw beeldmateriaal met betrekking tot zijn levenssituatie in Griekenland voorlegde, en vervolgens bij aanvullende nota voor de RvV verschillende attesten neerlegt met betrekking tot zijn fragiele mentale gezondheid. De RvV oordeelt dat hoewel deze elementen met betrekking tot zijn kwetsbaarheid slechts kort werden aangehaald, deze elementen door het CGVS niet afdoende in rekening werden gebracht. In het licht van zijn gezondheidsproblemen, acht de RvV het onderzoek door het CGVS naar de leefomstandigheden van de verzoeker in Griekenland te oppervlakkig. De RvV meent dat deze elementen met betrekking tot zijn psychische gezondheid nieuwe elementen betreffen in de zin van artikel 57/6/2, §1 Vw en vernietigt de beslissing van niet-ontvankelijkheid.

RvV 3 september 2021, nr. 260.134

In arrest nr. 260.134 van 3 september 2021 stelt de RvV vast dat ter ondersteuning van het volgend verzoek om IB verschillende documenten werden neergelegd die wijzen op de psychische kwetsbaarheid van de verzoeker en op diens kwetsbaar profiel. Deze elementen moeten volgens de RvV in rekening worden genomen bij het onderzoek van het volgend verzoek om IB van de betrokkene. Ook legde de verzoeker een begeleidende brief neer van NANSEN met nieuwe preciseringen over zijn ervaringen in Griekenland. De RvV meent dat deze elementen, en in het bijzonder de informatie met betrekking tot de diverse plaatsen waar de verzoeker geleefd heeft en de periode waarin hij op straat leefde in Griekenland, grondig onderzocht moeten worden door het CGVS. De RvV vernietigt de beslissing en stuurt het dossier terug naar het CGVS voor verder onderzoek, waarbij de informatie met betrekking tot de psychische toestand van verzoeker onderzocht moet worden.

RvV 6 september 2021, nr. 260.192

In de zaak die aanleiding gaf tot arrest nr. 260.192 van 6 september 2021, werd eveneens een begeleidende brief van NANSEN met nieuwe preciseringen over zijn ervaringen in Griekenland overgemaakt aan het CGVS ter ondersteuning van het volgend verzoek om IB van de verzoeker. Via een aanvullende nota werden aan de RvV rapporten voorgelegd met betrekking tot de mentale kwetsbaarheid van de betrokkene. De RvV besluit dat deze nieuwe elementen door het CGVS onderzocht moeten worden en vernietigt de beslissing van niet-ontvankelijkheid.

RvV 29 april 2022, nr. 272.124

De verzoeker is een Jemeniet die subsidiaire bescherming geniet in Griekenland. Hij heeft Griekenland verlaten omwille van de precaire omstandigheden waarin hij moest overleven, en vraagt internationale bescherming in België aan. Tussen zijn persoonlijk onderhoud bij het CGVS en de beslissing tot niet-ontvankelijkheid is zijn Griekse verblijfsvergunning verstreken. In zijn beroep bij de RvV brengt hij informatie aan waaruit blijkt dat er een grote kans bestaat dat statushouders in Griekenland, die verder geen sociaal netwerk of ondersteuning hebben, gedurende lange periode na de erkenning in een situatie van dakloosheid en behoeftigheid kunnen terechtkomen. Geen geldige verblijfsvergunning hebben, kan voor statushouders die terugkeren naar Griekenland, een belangrijke hinderpaal zijn wanneer zij hun rechten uitoefenen. De RvV stelt vast dat het CGVS geen informatie heeft bijgebracht over de situatie van statushouders in Griekenland en zij die terugkeren naar Griekenland. Hierdoor kan de RvV niet nagaan of de hernieuwing of verlenging van verblijfsvergunningen van statushouders die vanuit een andere lidstaat terugkeren naar Griekenland eenvoudig is. De RvV vernietigt bijgevolg de beslissing en stuurt het dossier terug naar het CGVS voor verder onderzoek.

RvV 21 december 2023, nr. 299.299 en 22 januari 2024, nr. 300.342 

Het CGVS verdedigde in deze zaken de these dat het aan de verzoeker toekomt om concrete elementen aan te dragen die het bestaan van een risico op behandelingen in strijd met artikel 4 Handvest moeten aantonen. De RvV volgt deze stelling niet. Hoewel het volgens de RvV aan de verzoeker is om de eigen persoonlijke situatie voldoende aan te tonen op basis van verklaringen en indien mogelijk bewijsstukken, rust op het CGVS de verplichting om objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte informatie te raadplegen over de situatie van statushouders in de andere lidstaat en de slechte behandeling waaraan zij het risico lopen te worden blootgesteld in geval van terugkeer naar deze lidstaat. De RvV stelt vast dat het CGVS in de voorliggende zaken niet tot een dergelijk onderzoek was overgegaan, in schending van de samenwerkingsplicht.

Op basis van verschillende rapporten stelt de RvV vast dat de situatie van statushouders in Griekenland de voorbije jaren steeds moeilijker geworden is. De RvV omschrijft de situatie van statushouders als 'zeer precair en problematisch', en stelt vast dat administratieve drempels ertoe leiden dat zij er in 'rampzalige levensomstandigheden' kunnen terechtkomen. 

  • Toegang tot huisvesting is zeer moeilijk; er bestaat een groot risico om in een situatie van dakloosheid terecht te komen en de toegang tot daklozenopvang wordt door tal van factoren bemoeilijkt;
  • Hoge werkloosheidscijfers, een gebrek aan informatie en administratieve obstakels verhinderen een effectieve toegang tot de arbeidsmarkt;
  • Verschillende categorieën van statushouders (bv. mensen zonder eigen huurcontract) worden door o.a. bureaucratische barrières uitgesloten van sociale rechten en uitkeringen, zoals een gegarandeerd minimuminkomen;
  • Tal van administratieve hindernissen alsook de taalbarrière belemmeren een effectieve toegang tot gezondheidszorg voor veel statushouders. Voor personen met psychische problemen bestaat geen adequate medische en psychologische zorg en revalidatie.

De RvV beschouwt het al dan niet beschikken over een geldige Griekse verblijfsvergunning (ADET) als een belangrijke factor voor de beoordeling van het risico voor statushouders in Griekenland om in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie terecht te komen. Een ADET is noodzakelijk om een fiscaal registratienummer (AFM) en vervolgens sociale zekerheidsnummer (AMKA) te bekomen. Zonder al deze documenten zijn toegang tot huisvesting, werk, sociale rechten en gezondheidszorg bijzonder moeilijk of onmogelijk. Voor statushouders die vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie naar Griekenland terugkeren en die nooit over een ADET beschikten of wiens ADET vervallen is, blijkt dat de hernieuwing en/of de verlenging ervan uiterst moeilijk is en enkele maanden of zelfs meer dan een jaar kan duren. Zij lopen een groot risico om voor langere tijd dakloos te worden. Voor deze personen acht de RvV het noodzakelijk dat zij beschikken over middelen, een netwerk of andere ondersteuning om die wachttijd te kunnen overbruggen. 

Ook voor statushouders met een geldige ADET, zijn een zekere mate van zelfredzaamheid en de afwezigheid van een bijzondere kwetsbaarheid nodig. Wat de bijzondere kwetsbaarheid betreft, merkt de RvV op dat de opsomming in artikel 20, derde lid, van de richtlijn 2011/95/EU niet-exhaustief is en rekening moet worden gehouden met alle elementen die de verzoeker met betrekking tot zijn persoonlijke situatie aanbrengt. Ook de algemene situatie in de lidstaat die een internationale beschermingsstatus heeft verleend, speelt een belangrijke rol: hoe problematischer de situatie van statushouders daar is, des te minder persoonlijke elementen die een ‘bijzondere kwetsbaarheid aantonen’ vereist zijn.

Het arrest nr. 300.342 van 22 januari 2024 betreft een alleenstaande jongeman van 25 jaar die in Gaza tot het einde van het middelbaar naar school is gegaan en gewerkt heeft. De door hem aangehaalde medische en psychologische noden worden niet door bewijsmateriaal ondersteund. De RvV concludeert dat er geen bijzondere kwetsbaarheid kan worden vastgesteld. Ook stemmen zijn verklaringen over zijn verblijf als statushouder in Griekenland niet overeen met documenten over zijn verblijf daar. De RvV stelt dat niettemin een toekomstgerichte beoordeling nodig is rekening houdende met elementen die niet worden betwist. Verzoekers ADET is vervallen, en hij werd tijdens het persoonlijk onderhoud onvoldoende bevraagd over zijn middelen, netwerk of andere ondersteuning in Griekenland. De RvV meent dat verder en gedegen onderzoek naar zijn situatie bij terugkeer naar Griekenland aangewezen is en vernietigt de beslissing van het CGVS.

Het arrest 21 december 2023, nr. nr. 299.299 betreft een alleenstaande jongeman van 23 jaar die beschikt over een geldige ADET. De RvV stelt vast dat hij geen bijzondere kwetsbaarheid vertoont nu hij tot het derde middelbaar naar school ging geen medische of psychische problemen aanhaalt. De RvV meent dat de elementen in deze zaak geen aanleiding geven tot een vrees dat de verzoeker zich in geval van terugkeer naar Griekenland in een situatie van verregaande materiële deprivatie zou bevinden, en verwerpt het beroep.

Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen