RvV: weigering verlenging studentenverblijf wegens ‘overdreven verlenging studies’ is manifeste appreciatiefout als oorzaak bij DVZ ligt
In het kort
De beslissing van Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) om het verblijf van een student niet te verlengen wegens ‘overdreven verlenging van de studies’ nadat zijn verblijfsrecht gedurende het schooljaar onterecht werd ingetrokken, getuigt van cynisme en houdt een manifeste appreciatiefout in die het evenredigheidsbeginsel schendt. Dat zegt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) in arrest 313.841 van 1-10-2024.
Intrekking verblijfrecht ligt aan de basis van slechte studieresultaten
De student verklaarde zijn slechte studieresultaten in schooljaar 2022-2023 door het feit dat zijn verblijfsrecht tijdens het schooljaar door DVZ werd ingetrokken:
- De betrokkene had hierdoor geen wettig verblijf en een bevel om het grondgebied te verlaten tussen 12 april 2023 en 12 december 2023.
- Deze beslissing tot intrekking van het verblijf werd vernietigd door de RvV bij arrest nr. 298.562 van 12 december 2023.
De student vroeg na het vernietigingsarrest van de RvV op 4 januari 2024 de verlenging van zijn studentenverblijf aan. Volgens DVZ heeft de student echter onvoldoende studiepunten behaald om een verlenging toe te staan en heeft hij voldoende tijd gehad om zijn studieresultaten recht te zetten. Artikel 61/1/4, § 2 Vw en artikel 104, § 1 Vb laten toe om het verblijf te beëindigen of niet te verlengen wanneer een student onvoldoende studiepunten behaald en zijn studies op overdreven wijze verlengt.
Specifieke omstandigheden en evenredigheidsbeginsel
De student klaagt deze cynische houding van DVZ aan en stelt dat hij door het ontbreken van een verblijfsvergunning zijn studie niet optimaal heeft kunnen voortzetten.
De RvV volgt de student in deze redenering:
- Het is paradoxaal dat DVZ enerzijds de verblijfsvergunning van de student intrekt en verwacht dat hij het land verlaat, en anderzijds verwacht dat hij in die periode voldoende studiepunten behaalt. Hierdoor lijkt DVZ verzoeker uit te nodigen om onwettig in België te verblijven. Dit is een manifeste appreciatiefout.
- Het argument dat verzoeker tijdens de eerste examenperiode in januari 2023 wel nog over een verblijfsrecht beschikte en dus op dat moment studiepunten kon behalen, gaat volgens de RvV niet op. Het immers niet aan DVZ om de studieplanning van de student op te maken. De student beschikte op dat moment over een verblijfskaart die geldig was tot 31 oktober 2023 en kon er dus vanuit gaan dat hij de mogelijkheid had om ook studiepunten te behalen tijdens de examenperiodes in juni en september 2023.
Het feit dat verzoeker onvoldoende studiepunten zoals bedoeld in artikel 104, § 1 Vb heeft behaald, is ondergeschikt aan de wettelijke verplichting voor DVZ op basis van artikel 61/1/5 Vw om rekening te houden met de specifieke omstandigheden en het evenredigheidsbeginsel bij het niet-verlengen van het verblijf van een student.