Zijn in België geboren kinderen van Palestijnse origine Belg? Gemeenten en rechtbanken zijn bevoegd, niet DVZ
In het kort
Een kind geboren in België dat op gelijk welk ogenblik voor de leeftijd van achttien jaar of voor de ontvoogding voor die leeftijd, geen andere nationaliteit bezit, is Belg op basis van artikel 10 van het Wetboek van de Belgische Nationaliteit (WBN). Alleen de ambtenaren van de burgerlijke stand (ABS) van de gemeente van geboorteplaats van het kind en eventueel de rechtbanken zijn bevoegd voor de toepassing van dit artikel.
Praktijk Dienst Vreemdelingenzaken
In de praktijk stellen we vast dat de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) adviezen en instructies geeft aan de ABS, bijvoorbeeld om de registratie van de Belgische nationaliteit ongedaan te maken bij kinderen van Palestijnse origine die geboren zijn in België. Nochtans kent het WBN hierover op geen enkele manier een bevoegdheid toe aan de DVZ. Deze adviezen en instructies zijn dan ook onwettig.
Op 10 januari 2024 verklaarde de staatssecretaris het volgende naar aanleiding van parlementaire vragen (onze vertaling): 'De DVZ is niet bevoegd om te oordelen of een persoon wel of niet de Belgische nationaliteit heeft maar het is zijn taak om informatie te delen bijvoorbeeld als er een paspoort in het dossier zit. Bijgevolg, wat een gemeente doet met de informatie die de DVZ haar bezorgt, behoort tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeente zelf en niet tot die van de DVZ.'
De federale ombudsman beveelt in zijn'Aanbeveling 2023/06 aan de Dienst Vreemdelingenzaken'van 31 januari 2024 aan om:
- Onmiddellijk een einde te maken aan de praktijk van het versturen van brieven die de gemeentebesturen opdragen de Belgische nationaliteit in te trekken van kinderen die in België geboren zijn uit (een) ouder(s) van Palestijnse afkomst.
- De gemeentebesturen waarmee de DVZ reeds contact heeft opgenomen, onmiddellijk aan te schrijven om hen ervan op de hoogte te brengen dat elk advies betreffende artikel 10 van het Wetboek van Belgische nationaliteit onder de bevoegdheid valt van de procureur des Konings en dat er bijgevolg geen enkele reden is om rekening te houden met de brieven die de DVZ hen heeft gestuurd om de nationaliteit van het betrokken kind te wijzigen.
- Het verstrekken van informatie aan de gemeenten alleen in overweging te nemen als dit met het nodige voorbehoud gebeurt en doorverwijst naar de bevoegde adviesorganen.
In de loop van 2024 wijzigde de inhoud van het attest van de Palestijnse Missie voor België en Luxemburg bij de EU. Sinds midden 2024 bevat dit attest een bijlage waarin de missie de redenen opsomt waarom het kind geboren in België uit Palestijnse ouders niet de Palestijnse nationaliteit bezit.
Op 9 januari 2025 publiceerde de federale Ombudsman aanbevelingen 2024.04 en 2024.05 over 'De rechten van kinderen die in België geboren worden'. Deze zijn gericht aan de Dienst Vreemdelingenzaken en aan de Minister van Justitie.
Staatloosheid tegengaan: van rechtswege Belg
Artikel 10 WBN stelt:
“§ 1. Belg is het kind geboren in België en dat, op gelijk welk ogenblik voor de leeftijd van achttien jaar of voor de ontvoogding voor die leeftijd, geen andere nationaliteit bezit.
Het eerste lid zal evenwel niet van toepassing zijn indien het kind een andere nationaliteit kan verkrijgen, mits zijn wettelijke vertegenwoordiger(s) administratieve handelingen verrichten bij de diplomatieke of consulaire overheden van het land van de ouders of van één van hen.
De wettelijke vertegenwoordiger van het kind zendt alle nuttige stukken waarover hij beschikt over aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het kind geboren is. In geval van twijfel over het ontbreken van nationaliteit van het kind, vraagt de ambtenaar van de burgerlijke stand het advies van de procureur des Konings. In dat geval zendt hij hem een afschrift van het dossier. Het advies wordt op korte termijn verstrekt door de procureur des Konings.
§ 2. Het in België gevonden pasgeboren kind wordt, behoudens tegenbewijs, verondersteld in België te zijn geboren.
§ 3. Het kind aan wie de Belgische nationaliteit krachtens dit artikel is toegekend, behoudt die nationaliteit zolang niet is aangetoond, voordat het de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt of ontvoogd is voor die leeftijd, dat het een vreemde nationaliteit bezit.”
Artikel 10 WBN wil staatloosheid tegengaan door de Belgische nationaliteit toe te kennen aan kinderen die in België geboren worden zonder nationaliteit. Die toekenning gebeurt van rechtswege. Dat wil zeggen dat het kind Belg is zonder dat een aanvraag door de ouders nodig is, zodra vaststaat dat het kind geen andere nationaliteit heeft. Het is de ambtenaar van de burgerlijke stand (ABS) die moet onderzoeken of het kind al dan niet een nationaliteit heeft. De ouders of voogd van het kind moeten meewerken aan dit onderzoek.
Sinds 31 december 2022 is de term ‘staatloos’ vervangen door ‘geen andere nationaliteit bezit’. Hiermee wilde de wetgever benadrukken en verduidelijken dat het voor de toepassing van art. 10 WBN niet nodig is dat het kind door de familierechtbank erkend wordt als staatloze. Het is de ABS die zelf onderzoekt of het kind een nationaliteit heeft.
Sinds 31 december 2022 is uitsluitend de gemeente van geboorteplaats van het kind bevoegd om art. 10 WBN te onderzoeken. De wetgever wilde hiermee zorgen voor meer uniformiteit in de toepassing van art. 10 WBN. Voorts wou hij een vorm expertiseopbouw faciliteren bij de gemeenten met een kraamafdeling en bij de parketten waaraan in geval van twijfel een advies gevraagd kan worden. Ook wou de wetgever bevoegdheidsproblemen vermijden tussen verschillende gemeenten bijvoorbeeld tussen de gemeente van de geboorteplaats en die van de woonplaats van het kind. Ondanks die wil van de wetgever, stellen we in praktijk vast dat gemeenten de vraag toch naar elkaar blijven doorspelen. Hierdoor blijft het soms lang duren vooraleer de nationaliteit van het kind bepaald wordt.
Staatloos of Palestijnse nationaliteit?
Voor kinderen geboren in België uit Palestijnse ouders, is de vraag of en welke nationaliteit zij hebben.
Artikel 1 van het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 1954 (Staatlozenverdrag) bepaalt dat een staatloze een persoon is die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd. Op basis van wetgeving moet kunnen vastgesteld worden of iemand al dan niet een nationaliteit heeft. Alleen het interne recht van een staat kan bepalen of iemand wel of niet onderdaan is van die staat.
Wanneer de ABS dus zou bepalen dat een kind de Palestijnse nationaliteit heeft, moet de ambtenaar ook de Palestijnse interne rechtsbron aanduiden op basis waarvan hij dat bepaalt. Er bestaat op dit moment echter geen Palestijnse nationaliteitswetgeving en het is onduidelijk welke autoriteit bevoegd zou zijn om een nationaliteitswetgeving op te stellen (zie o.m. M. QAFISHEH, Palestine: Membership in the United Nations: Legal and Practical Implications, Cambridge Scholars, Newcastle, 2013, 373; L. BANKO, Routledge Handbook of Global Citizenship Studies, Routledge, New York, 2014, 322; A. KHALIL, Palestinian Nationality and Citizenship, CARIM Research 2007/07). Het is dan ook onmogelijk om juridisch vast te stellen dat een kind de Palestijnse nationaliteit heeft ‘krachtens wetgeving’.
Tot eind 2023 attesteerde de Palestijnse Missie voor België en Luxemburg bij de EU dat “elk kind geboren uit een Palestijnse vader of Palestijnse moeder, Palestijn is”. Dit attest bleef vragen oproepen:
- Is het kind van Palestijnse origine of heeft het de Palestijnse nationaliteit?
- Is deze Missie wel bevoegd om te attesteren?
- Er is immers geen Palestijnse nationaliteitswetgeving die bepaalt:
- wie de Palestijnse nationaliteit heeft en
- welke instantie bevoegd is voor nationaliteitskwesties.
- Er is immers geen Palestijnse nationaliteitswetgeving die bepaalt:
Sinds januari 2024 wijzigde de Palestijnse Missie bovendien de inhoud van zijn attest naar “het kind, dat in het buitenland geboren is uit Palestijnse ouders, heeft de Palestijnse nationaliteit niet, en kan die pas krijgen door zich te begeven naar de bezette Palestijnse gebieden en zich daar in te schrijven in het bevolkingsregister.” Dit attest toont dus aan
- dat het kind, geboren in België, niet de Palestijnse nationaliteit bezit, en
- het kan in geen geval gebruikt worden om te argumenteren dat het kind wél de Palestijnse nationaliteit heeft, zoals DVZ tot nu toe deed.
Sinds midden 2024 wijzigde het attest van de Palestijnse Missie. Dit bevat sinds dan een bijlage waarin de missie de redenen opsomt waarom het kind geboren in België uit Palestijnse ouders niet de Palestijnse nationaliteit bezit.
Dit zijn extra argumenten om te stellen dat het kind staatloos is en dus op basis van art. 10 WBN de Belgische nationaliteit heeft.
Het Hof van Cassatie vernietigde op 26 februari 2021 al een arrest van het hof van beroep van Gent omwille van gebrekkige motivering, omdat het hof van beroep naliet om de concrete Palestijnse wetgeving toe te voegen wanneer het hof wel beweerde dat de eiser de Palestijnse nationaliteit bezat ‘op grond van het aldaar toepasselijke recht’.
Onderaan dit artikel in “meer info” vind je een overzicht van rechtspraak over dit thema en ook de artikelen waarin we deze besproken hebben.
DVZ, ABS woonplaats onbevoegd - ABS geboorteplaats, rechtscolleges bevoegd
Het is duidelijk dat de DVZ niet bevoegd is om te bepalen of een kind de Belgische nationaliteit heeft. Het WBN legt deze bevoegdheid uitsluitend bij de ABS en eventueel, in beroep, bij de rechtscolleges.
In de praktijk stellen we dat vast dat de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) soms adviseert of zelfs instructies geeft over deze kwestie. We vernamen ook via verschillende kanalen dat de DVZ aan ABS vraagt om de Belgische nationaliteit van kinderen geboren in België uit Palestijnse ouders terug in te trekken. Dit is onwettig.
De DVZ heeft hierin géén advies- of instructiebevoegdheid. De gemeente van geboorteplaats en eventueel de rechtscolleges in beroep zijn bevoegd om artikel 10 WBN te onderzoeken en eventueel vast te stellen dat het kind vóór de leeftijd van 18 jaar een andere nationaliteit heeft, en de Belgische dus verliest. De gemeente van woonplaats of de DVZ zijn op geen enkel moment bevoegd voor de toepassing van artikel 10 WBN. De rechtspraak is verdeeld (rechtbank van eerste aanleg Leuven van 22 november 2024, rechtbank van eerste aanleg Luik van 26 april 2024, rechtbank van eerste aanleg Brussel van 11 december 2024). In februari 2026 sprak de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen zich uit in verschillende dossiers: er wordt niet met zekerheid aangetoond dat de kinderen de Palestijnse nationaliteit hebben, en dus behouden zij de Belgische nationaliteit.
De procedure tot intrekking van de op basis van artikel 10 WBN toegekende Belgische nationaliteit wanneer het kind vóór zijn 18e verjaardag een andere nationaliteit heeft, is niet specifiek omschreven in artikel 10 WBN. Als de ABS zou beslissen dat het kind de Palestijnse nationaliteit heeft, zal deze moeten aantonen wat de juridische bronnen zijn waarop hij zich daarvoor baseert. Zoals we hoger schreven, bestaat er geen Palestijnse nationaliteitswetgeving. Het is dan ook niet vast te stellen uit welke juridische bron een toekenning van de Palestijnse nationaliteit dan wel zou volgen. Tegen een beslissing tot intrekking van de Belgische nationaliteit die onvoldoende gemotiveerd is, kan een beroep ingesteld worden bij de familierechtbank (rechtbank eerste aanleg) op basis van artikel 572bis, 1° van het Gerechtelijk Wetboek, gezien de beroepsprocedure in artikel 10 WBN zelf niet voorzien is. Sinds 8 april 2024 moet elke intrekking van de Belgische nationaliteit per aangetekende brief aan de betrokkene of zijn wettelijk vertegenwoordiger betekend worden door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Ook de beroepsmogelijkheid moet vermeld worden: binnen 15 dagen na de betekening kan je beroep aantekenen bij de familierechtbank (artikel 7ter WBN - lees ons nieuwsbericht hierover). Er is discussie over de vraag of artikel 7ter WBN van toepassing is op artikel 10 WBN. In de praktijk zien we dat beslissingen niet steeds de beroepsmogelijkheid van artikel 7ter WBN vermelden.
Meer info
- Wetgeving
- Rechtspraak
- Lees ook onze artikels:
- Gaza: bijstand en evacuatie? Verblijf en rechtspositie van personen uit Palestijnse gebieden
- RvV: DVZ bevoegd voor toepassing Verblijfswet, niet voor Wetboek Belgische nationaliteit
- Palestijnen die zich bevinden buiten Palestijns gebied zijn staatloos (Hof van beroep Bergen)
- Palestijnse nationaliteit wordt niet erkend, staatloosheid dus niet uitgesloten
- Koerswijziging hof van beroep Gent: Palestina is een staat, betrokkene wordt niet erkend als staatloze
- HvC verbreekt arrest dat naar Palestijnse nationaliteitswetgeving verwijst
- Hof van beroep Brussel: Palestina is een staat, dus Palestijnen kunnen niet erkend worden als staatloze
- Lees ook onze webpagina’s:
- Lees de presentatie van Burgerzaken Vlaanderen Vzw over "Toekenning Belgische nationaliteit op basis van geboorte in België aan kind zonder andere nationaliteit (art. 10 Wetboek Belgische Nationaliteit), Wat met Palestijnse kinderen?" van Nik Vanderscheuren met medewerking van Steve Heylen
- Lees het dossier staatloosheid Human Rights Law Clinic UGent
- Lees de verklaring op p.10 van de staatssecretaris van 10 januari 2024
- Lees de 'Aanbeveling 2023.06 aan DVZ Belgische kinderen van Palestijnse oorsprong' van de federale ombudsman van 31 januari 2024
- Lees de 'Aanbevelingen 2024.04 en 2024.05 aan DVZ en de Minister van Justitie over de rechten van kinderen die in België geboren worden zonder nationaliteit' van de federale ombudsman van 9 januari 2025
- Lees de 'Nansen Note: Palestijnse afkomst of nationaliteit? Het geval van minderjarigen geboren in België'
- Lees de aanbeveling van 2 december 2025 van Myria, het Kinderrechtencommissariaat en de Délégué général aux droits de l'enfant over de nationaliteit van kinderen van Palestijnse ouders, om het recht op nationaliteit van alle kinderen te waarborgen