Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 26.869 - 30-04-2009

Samenvatting

Verwerende partij kon, op straffe van het ontkennen van bestaande rechtspraak ter zake, zich niet tevreden stellen door de bestreden beslissing te motiveren door te stellen dat de laatste asielaanvraag van de verzoekende partij minder dan een jaar duurde en dat zij dus niet aan de criteria voorgeschreven door de minister, voldeed. Verwerende partij diende te beantwoorden op de precieze ontwikkelingen van verzoekster voor wat betreft de mogelijkheid die zij inriep in haar aanvraag om de duur van haar eerste asielaanvraag, vanaf 6 maart 2002, in aanmerking te nemen. De motivering van verwerende partij was niet afdoende. De beslissing tot onontvankelijkheid wordt vernietigd.