Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 60.920 - 4-05-2011

Samenvatting

Artikel 9bis van de Vreemdelingenwet bepaalt uitdrukkelijk dat een vreemdeling die een aanvraag om machtiging tot verblijf wenst In te dienen bij de burgemeester van zijn verblijfplaats dient te beschikken over een Identiteitsdocument. De wetgever heeft duidelijk aangegeven dat "een identiteitsdocument,zijnde een paspoort of een daarmee gelijkgestelde reistitel onontbeerlijk is en dat bij gebreke aan een dergelijk document de identiteit onzeker is en bijgevolg de aanvraag om machtiging tot verblijf niet anders dan onontvankelijk (kan) verklaard worder” (Parl.St Kamer, 2005-2006, nr. 2476/001, 33). Waar verzoeker verwijst naar het artikel van P. Robert waarin wordt gepleit voor een ruimere interpretatie van het begrip 'identiteitsdocument’ merkt de Raad op dat de wetgever duidelijk heeft aangegeven dat betrokkene dient te beschikken over een identiteitsdocument of een daarmee gelijkgestelde reistitel. De geboorteakte en het attest van nationaliteit worden door verweerder in casu niet aanvaard als zijnde een identiteitsdocument. Verweerder motiveert in de bestreden beslissing waarom deze documenten niet worden aanvaard als zijnde een identiteitsdocument. Verzoeker weerlegt de motivering niet aan de hand van het atikel van P. Robert. Waar verzoeker verwijst naar het decreet 6 fructidor van Jaar II en de mogelijkheid om de identiteit te bewijzen aan de hand van een geboorteakte, doet deze stelling geen afbreuk aan het feit dat verzoeker beroep heeft gedaan op artikel 9bis van de Vreemdelingenwet waarin uitdrukkelijk wordt bepaald dat de vreemdeling over een identiteitsdocument dient te beschikken. Ook het arrest van het hot van beroep te Luik doet niet ter zake aangezien deze rechtspraak een 'vluchteling' betreft die onmogelijk een Identiteitsdocument kan voorleggen. Verzoeker toont niet aan zich in dezelfde feitelijke omstandigheden te bevinden als de 'vluchteling' In het voormeld arrest.