Samenvatting
De verzoeker is gehuwd met mevrouw Y. De Raad meent dat het bestaan van een gezinsleven tussen beiden vaststaat. De verwerende partij heeft zich bij het intrekken van het verblijfsrecht beperkt tot het stellen dat de voorwaarden van artikel 10 Vw. niet voldaan zijn zonder dat hieruit blijkt dat er een belangenafweging gedaan is met betrekking tot de privébelangen conform artikel 8 EVRM. De verwerende partij geeft blijkt niet bezorgd te zijn geweest om een rechtvaardig evenwicht te handhaven tussen het beoogde doel en de ernst van de ingreep in het privéleven. Noch uit de bestreden beslissing, noch uit het administratief dossier blijkt dat de verwerende partij het geheel van bijzonderheden eigen aan de zaak en hun belang in het kader van artikel 8 EVRM in overweging heeft genomen. De verwerende partij was perfect op de hoogte van de elementen van hun privé- en gezinsleven in België want zij kende op basis hiervan een verblijfsrecht toe aan de verzoeker. Zij wist dat er ernstige en bewezen aanwijzingen waren dat de bestreden beslissing zou kunnen raken aan voorgenoemd fundamenteel recht. Het kwam haar toe om op zijn minst een nauwkeurig onderzoek van de situatie en een belangenafweging te doen. Dit onderzoek moet blijken uit de motivatie van de bestreden beslissing, het administratief dossier. De bestreden beslissing en het dossier bevatten geen enkele specifieke motivering in dit opzicht en de Raad is dus niet in staat om zijn wettigheidstoets uit te voeren wat dit aspect betreft zodanig dat het middel gegrond is op dit punt. De bestreden beslissing wordt vernietigd.