Samenvatting
Een kind dat geboren is in België en waarvoor de ouders of adoptanten een nationaliteitsverklaring afleggen voor het kind 12 jaar is, wordt Belg, op voorwaarde dat beide ouders of adoptanten zelf minstens 10 jaar hun hoofdverblijfplaats hebben in België voorafgaand aan de nationaliteitsverklaring voor hun kind, en minstens één van de ouders of adoptanten op het moment van de verklaring een verblijfsrecht van onbeperkte duur heeft. Wanneer een ouder zijn hoofdverblijfplaats niet meer in België heeft, kan die toestemming geven voor de nationaliteitsverklaring .
Als antwoord op twee prejudiciële vragen stelt het GwH dat artikel 11bis WBN het grondwettelijk beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie schendt voor zover:
- beide ouders (of adoptanten) verplicht worden om gedurende 10 jaar hun hoofdverblijfplaats in België gehad te hebben voorafgaand aan het afleggen van de nationaliteitsverklaring voor het kind
- er een onderscheid is tussen een ouder (of adoptant) die nooit zijn hoofdverblijfplaats in België gehad heeft en een ouder (of adoptant) die zijn hoofdverblijfplaats niet meer in België heeft, waarbij enkel die laatste zou kunnen toestemmen in de nationaliteitsverklaring voor het kind.
De doelstelling van de wetgever, namelijk het vereisen van een voldoende nauwe band met de Belgische samenleving, is wel legitiem, maar het is niet pertinent om daarbij van beide ouders te vereisen dat ze minstens 10 jaar hoofdverblijfplaats hadden in België, en evenmin om een onderscheid te maken tussen een ouder die nooit zijn hoofdverblijfplaats in België had en een ouder die ooit, al was het voor een heel korte periode, zijn hoofdverblijfplaats in België had.