GwH - kind geboren in België kan soms Belg worden na nationaliteitsverklaring door ouders: verblijfsvoorwaarden voor ouders zijn discriminerend

In het kort

Een kind dat geboren wordt in België uit ouders die zelf niet in België geboren zijn, kan soms toch de Belgische nationaliteit krijgen, als de ouders een nationaliteitsverklaring afleggen voor het kind. Om die nationaliteitsverklaring te kunnen afleggen, moeten de ouders aan bepaalde verblijfsvoorwaarden voldoen. Het Grondwettelijk Hof (GwH) stelt in arrest nr. 12/2026 van 22-1-2026 dat het discriminerend is om te eisen dat beide ouders 10 jaar hun hoofdverblijfplaats moeten hebben gehad om de nationaliteitsverklaring te kunnen afleggen. Ook het onderscheid tussen een ouder die nooit zijn hoofdverblijfsplaats in België gehad heeft en een ouder die zijn hoofdverblijfplaats niet meer in België heeft, waarbij enkel deze laatste zijn toestemming kan geven voor de nationaliteitsverklaring, vindt het Hof in strijd met het gelijkheidsbeginsel. 

Kind geboren in België waarvan ouders aan verblijfsvoorwaarden voldoen, kan Belg worden als ouders nationaliteitsverklaring afleggen vóór kind 12 jaar is

Een kind dat geboren is in België en waarvoor de ouders of adoptanten een nationaliteitsverklaring afleggen voor het kind 12 jaar is, wordt Belg, op voorwaarde dat beide ouders of adoptanten zelf minstens 10 jaar hun hoofdverblijfplaats hebben in België voorafgaand aan de nationaliteitsverklaring voor hun kind, en minstens één van de ouders of adoptanten op het moment van de verklaring een verblijfsrecht van onbeperkte duur heeft. Wanneer een ouder zijn hoofdverblijfplaats niet meer in België heeft, kan die toestemming geven voor de nationaliteitsverklaring

Prejudiciële vragen over verblijfsvoorwaarden waaraan ouders moeten voldoen

Als antwoord op twee prejudiciële vragen stelt het GwH dat artikel 11bis WBN het grondwettelijk beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie schendt voor zover: 

  • beide ouders (of adoptanten) verplicht worden om gedurende 10 jaar hun hoofdverblijfplaats in België gehad te hebben voorafgaand aan het afleggen van de nationaliteitsverklaring voor het kind
  • er een onderscheid is tussen een ouder (of adoptant) die nooit zijn hoofdverblijfplaats in België gehad heeft en een ouder (of adoptant) die zijn hoofdverblijfplaats niet meer in België heeft, waarbij enkel die laatste zou kunnen toestemmen in de nationaliteitsverklaring voor het kind. 

De doelstelling van de wetgever, namelijk het vereisen van een voldoende nauwe band met de Belgische samenleving, is wel legitiem, maar het is niet pertinent om daarbij van beide ouders te vereisen dat ze minstens 10 jaar hoofdverblijfplaats hadden in België, en evenmin om een onderscheid te maken tussen een ouder die nooit zijn hoofdverblijfplaats in België had en een ouder die ooit, al was het voor een heel korte periode, zijn hoofdverblijfplaats in België had. 

Wat betekent dit in de praktijk? 

De bepalingen die het GwH als discriminerend beschouwd, mogen niet meer toegepast worden. Dat wil zeggen dat: 

  • een nationaliteitsverklaring voor een kind dat geboren is in België en dat er sinds zijn geboorte zijn hoofdverblijfplaats heeft, kan gebeuren door één ouder die aan de verblijfsvoorwaarden voldoet (10 jaar hoofdverblijfplaats in België en een verblijfsrecht van onbeperkte duur). 
  • een ouder in onwettig verblijf zijn toestemming kan geven voor de nationaliteitsverklaring voor het kind, ook als die ouder nooit een wettig verblijfsrecht heeft gehad in België.