Rb Mechelen: vaststaande nationaliteit hebben, is grondrecht - beslissing tot aanpassing nationaliteit moet grondig gemotiveerd worden
In het kort
Wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand (ABS) aan een staatloos kind, geboren in België, de Belgische nationaliteit toekent, mag deze die Belgische nationaliteit niet zonder meer terug afnemen. De ABS moet daarbij de beginselen van behoorlijk bestuur respecteren. Dat wil zeggen dat de rechtszekerheid gewaarborgd moet worden en dat de beslissing redelijk en zorgvuldig moet zijn. Dat zegt de familierechtbank van Antwerpen, afdeling Mechelen, in een vonnis van 22-5-2025.
Kind van Palestijnse origine geboren in België
De ABS kende aan het kind van Palestijnse origine dat geboren werd in België in toepassing van artikel 10 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (WBN) de Belgische nationaliteit toe omdat het anders staatloos zou zijn.
De moeder van het kind, bij UNRWA geregistreerd als Palestijns vluchteling, diende een verzoek om internationale bescherming in, en diende ook een aanvraag gezinshereniging in als ouder van een Belgisch minderjarig kind. Tien maanden na die laatste aanvraag verzocht Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) aan de ABS om de nationaliteit van het kind in het Rijksregister te verbeteren omdat het, volgens hen, niet de Belgische nationaliteit had mogen krijgen. De ABS past daarop de nationaliteit van het kind in het Rijksregister aan. De verzoekers stellen hierover niet geïnformeerd te zijn geweest. Na de aanpassing van de nationaliteit van het kind, stelt DVZ dat de aanvraag gezinshereniging van de moeder zonder voorwerp is geworden omdat het kind niet de Belgische nationaliteit heeft.
Na aandringen van de advocaat van het gezin, bevestigt de burgermeester de beslissing tot verandering van de nationaliteit: de nationaliteit had niet mogen worden toegekend. Tegen deze beslissing wordt beroep ingesteld.
Rechtszekerheid over staat van de persoon
De rechtbank verwijst naar artikel 6 van het oud Burgerlijk Wetboek waarin staat dat de burgerlijke stand de rechtszekerheid inzake de staat van de persoon moet garanderen. Dat kan volgens de rechter door enerzijds de grondrechten van burgers te respecteren en anderzijds de beginselen van behoorlijk bestuur toe te passen.
De rechter benoemt dat er geen vaststaande praktijk is voor de toepassing van artikel 10 WBN kinderen van Palestijnse origine geboren in België, maar dat telkens de specifieke situatie van de betrokkene onderzocht moet worden en dat de ABS daarbij discretionaire bevoegdheid heeft. In dit geval kan de ABS niet duiden welke fout of vergissing hij precies beging bij het toekennen van de Belgische nationaliteit aan het kind: het feit dat DVZ niet dezelfde redenering volgt, is geen vergissing an sich, aldus de rechter. De rechtbank benoemt het dan ook als een fout van de ABS en een inbreuk op diens onafhankelijkheid, om klakkeloos de instructies van DVZ, die niet bevoegd is voor nationaliteit en om instructies daarover te geven, te volgen.
Daarnaast meent de rechter ook dat de wijziging van de nationaliteit van het kind geen rechtzetting van een vergissing is waartoe de ABS gemachtigd is. Volgens de rechter had de ABS advies van de procureur des Konings moeten inwinnen, en had de ABS zich tot de familierechtbank moeten wenden om te oordelen of dit effectief een fout is die voor verbetering in aanmerking komt, of dat artikel 10 §3 WBN toegepast moest worden. Die paragraaf van artikel 10 voorziet dat de Belgische nationaliteit die aan het staatloos kind wordt toegekend behouden blijft zolang er voor de 18e verjaardag niet is aangetoond dat het kind een andere nationaliteit heeft.
Verder stelt de rechter dat het zorgvuldigheidsbeginsel, en de formele en inhoudelijke motiveringsplicht en het vertrouwensbeginsel geschonden werden omdat de beslissing tot wijziging van de nationaliteit niet gemotiveerd werd door de ABS, en de ouders er niet onmiddellijk van op de hoogte werden gebracht.
De rechter meent dat er een manifest onwettige aantasting van een subjectief recht is en vernietigt dan ook de beslissing van de ABS waarbij de Belgische nationaliteit van het kind werd ingetrokken. De verwerende partij moet de kosten van de procedure betalen.
Gevolgen voor staatloze kinderen geboren in België?
De rechter spreekt zich niet inhoudelijk uit over het al dan niet recht hebben op de Belgische nationaliteit van in België geboren kinderen van Palestijnse origine. Wel benadrukt de rechter dat de ABS een discretionaire bevoegdheid heeft bij de toepassing van artikel 10 WBN en dus in elk individueel dossier een diepgaand en ernstig onderzoek moet doen op basis van de relevante feiten, en dat alles moet toetsen aan het juridisch kader om tot een onderbouwde beslissing te komen.
Hoewel dit vonnis enkel over de concrete case gaat, is het volgende interessant voor alle kinderen die in België geboren worden zonder nationaliteit:
- De ABS kan niet zomaar wijzigingen doen aan de nationaliteit van een persoon, maar moet desgevallend aan de familierechtbank vragen om gemachtigd te worden eventuele fouten recht te zetten.
- Elke beslissing tot wijziging van de nationaliteit moet grondig gemotiveerd worden
- Elke beslissing tot wijziging van de nationaliteit moet zo snel mogelijk meegedeeld worden aan de betrokkenen.
- De DVZ heeft geen bevoegdheid inzake nationaliteit en mag er geen instructies over mag geven.
Meer info
- Rechtbank van eerste aanleg Mechelen, 22/05/2025, nr. 24/428/A
- Artikel 10 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit
- Lees meer op onze webpagina Welke minderjarigen zijn of kunnen Belg worden: je bent in België geboren en hebt geen nationaliteit.
- Lees meer in ons nieuwsbericht Zijn in België geboren kinderen van Palestijnse origine Belg? Gemeenten en rechtbanken zijn bevoegd, niet DVZ