Als je je verzoek om internationale bescherming  doet bij de grenspolitie, meestal in de luchthaven van Zaventem of Charleroi, wordt op jouw VIB de asielgrensprocedure toegepast. Omdat je niet de vereiste binnenkomstdocumenten hebt mag je worden vastgehouden aan de grens. Je kan tijdens de behandeling van je VIB in detentie worden geplaatst in een gesloten centrum. De duur van je vasthouding mag niet langer zijn dan 12 weken. 

In de grensprocedure ben je verplicht om in locaties aan of in de nabijheid van de buitengrens of in transitzones of op andere aangewezen locaties op het grondgebied te verblijven. Je kan dus geplaats worden in een centrum op het grondgebied alhoewel je geen toestemming hebt om het grondgebied te betreden (juridische fictie van niet binnenkomst op het EU-grondgebied).

Als je aan de grens een VIB indient waarop de asielgrensprocedure van toepassing is zal je in één van de gesloten centra worden opgevangen. Dat kan een gesloten centrum op het grondgebied zijn. De lijst van gesloten centra die beheert worden door DVZ is terug te vinden op hun website. Gezinnen met kinderen worden opgevangen in woonunits. Verzoekers met een terreurprofiel worden ondergebracht in het gesloten centrum van Vottem. Heb je een kwetsbaar profiel en kan er in de gesloten centra niet worden tegemoetgekomen aan je procedurele noden, dan zal je worden ondergebracht in een aangepaste opvang op het grondgebied en zal de asielgrensprocedure niet langer op jou van toepassing zijn. 

Heb je je VIB gedaan bij de directeur van het gesloten centrum dan wordt de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) daarvan op de hoogte gebracht. DVZ moet jouw verzoek binnen de 5 dagen registreren. Binnen de 5 dagen na de registratie moet je verzoek ingediend worden  en zal DVZ je een bijlage 25 of een bijlage 25quinquies (volgend verzoek) afleveren.

Je procedure in detentie vanuit een gesloten centrum verloopt bij voorrang.

In de grensprocedure beslist het CGVSover: 

Kan je verzoek niet behandeld worden in een ontvankelijkheidsprocedure of in de versnelde procedure dan beslist het CGVS dat verder onderzoek noodzakelijk is en moet je toegelaten worden tot het grondgebied. Je verzoek zal dan verder behandeld worden in de standaardprocedure.

Tegen de beslissing van het CGVS kan je binnen de 5 dagen beroep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). 

Je beroep zal behandeld worden in de 'urgente procedure’ en heeft geen automatisch schorsende werking. In je verzoekschrift tot vernietiging kan je bij wijze van voorlopige maatregel ‘de toestemming vragen om te blijven’. Tijdens de procedure om uitspraak te doen over je verzoek om te mogen blijven, kan je niet worden verwijderd van het grondgebied. Als je de toestemming krijgt om te blijven is je beroep schorsend.

De RvV zal uitspraak doen binnen de 3 weken vanaf de indiening van je beroep.

Binnen de 12 weken, vanaf de registratie van je verzoek moet je verzoek behandeld worden. De beroepsprocedure is in deze termijn inbegrepen als je ‘toestemming krijgt om te blijven’. Word je VIB niet binnen deze termijn afgerond dan moet je toegang krijgen tot het grondgebied. Wanneer je wordt overgedragen aan een andere lidstaat, omdat die lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van je VIB, dan kan de termijn ven 12 weken verlengd worden tot 16 weken.

APR voorziet in het kader van de asielgrensprocedure in een aantal waarborgen en uitzonderingen.

Zo mag de asielgrensprocedure:

  • enkel op een niet-begeleide minderjarige (NBMV) worden toegepast als deze een gevaar zou vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde.
  • niet (of niet verder) worden toegepast:
    • als de gronden voor het afwijzen van het verzoek als niet-ontvankelijk of voor het toepassen van de versnelde behandelingsprocedure niet meer voorhanden zijn.
    • als verzoekers met bijzondere opvangbehoeften of verzoekers met bijzondere procedurele waarborgen niet de nodige ondersteuning kunnen krijgen.
    • er relevante medische redenen zijn, waaronder redenen i.v.m. geestelijke gezondheid.
    • niet langer aan de waarborgen en voorwaarden voor bewaring wordt voldaan.

Als in bovenstaande gevallen de grensprocedure niet meer mag worden toegepast moet je tot het grondgebied worden toegelaten.

Om de naleving van deze waarborgen en andere grondrechten binnen de asielgrensprocedure te garanderen verplicht APR de lidstaten om in een mechanisme voor toezicht te voorzien. In België zal dit toezicht gebeuren door de Federale ombudsman.