RvV: uitsluitingsbeslissing ten aanzien van de ouder geldt niet automatisch voor de kinderen

In het kort

In arrest 327.995 van 11-6-2025 vernietigt de RvV de weigeringsbeslissing van het CGVS. De RvV oordeelt dat de bestreden beslissing tot uitsluiting van de vluchtelingenstatus en uitsluiting van de subsidiaire beschermingsstatus niet op afdoende gemotiveerde wijze ten aanzien van verzoekers kinderen kan worden genomen.

Principe: verzoek om internationale bescherming geacht te zijn ingediend ook in naam van verzoekers kinderen

Artikel 57/1, §1 van de Verblijfswet bevat een vermoeden waarbij er verzoek om internationale bescherming geacht wordt ook te zijn ingediend namens de minderjarige kinderen die de verzoeker vergezellen. 

Bijgevolg neemt het CGVS in dat geval één beslissing die geldt voor zowel de ouder als voor de kinderen. De minderjarige kinderen kunnen geen afzonderlijke beslissing vragen.

Op dit principe bestaat echter een uitzondering. Zowel het CGVS als de RvV kunnen een afzonderlijke beslissing nemen ten aanzien van de minderjarige kinderen wanneer er bijzondere elementen worden vastgesteld. 

Bijzonder element: persoonlijke verantwoordelijkheid in een uitsluitingsbeslissing

Verzoeker (de vader) wordt uitgesloten van zowel de vluchtelingenstatus als de subsidiaire beschermingsstatus op basis van betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven op basis van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Hij bekleedde een leidinggevende functie bij de Liberation Tigers of Tamil Eelam. 

Omwille van die strikte interpretatie die moet worden gegeven aan de uitsluitingsbepalingen en de persoonlijke verantwoordelijkheid van verzoeker zelf, kan de motivatie van de weigeringsbeslissing niet ten aanzien van verzoekers kinderen worden genomen. Nergens blijkt immers dat verzoekers kinderen enige persoonlijke verantwoordelijkheid zouden dragen voor de feiten die het CGVS ertoe bracht de vader uit te sluiten van de vluchtelingenstatus en de subsidiaire beschermingsstatus. De kinderen hadden bijgevolg een afzonderlijke beslissing moeten krijgen.

RvV beschikt niet over onderzoeksbevoegdheid

De RvV merkt op dat verzoeker aangaf tijdens zijn persoonlijk onderhoud ook omwille van zijn kinderen om internationale bescherming te verzoeken, maar hierover niet verder werd bevraagd. De kinderen zelf werden evenmin gehoord door CGVS, hoewel zij op het moment van de persoonlijke onderhouden niet meer zo jong waren dat zij niet zelfstandig gehoord konden worden. De beslissing genomen door het CGVS wordt vernietigd en de zaak wordt teruggezonden naar het CGVS.