Migratie- en asielpact: nieuwe regels beroep bij Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
In het kort
Naar aanleiding van het Migratie- en asielpactzullen de regels over de werking van en beroepen bij de RvVwijzigen. Hiertoe werd een wet over de RvV goedgekeurd (RvV-wet). Daarnaast werd ook een wet ter uitvoering van het Migratie- en asielpact goedgekeurd (Pact-wet). Vanaf de inwerkingtreding na publicatie in het Belgische staatblad zullen de nieuwe regels van toepassing zijn. Er zijn overgangsmaatregelen voorzien oa. voor hangende beroepen. In dit artikel geven we een overzicht van de belangrijkste wijzigingen en nieuwe regels.
De Pact-wet, noch de RvV-wet zijn op 12-6 al in het Belgische staatsblad verschenen. Lees ook de RvV mededeling dat sommige bepalingen van de nieuwe RvV-wet pas vanaf de publicatie van de RvV-wet in werking treden.
Situering
Op 14 mei 2024 keurde het Europees Parlement het Migratie- en asielpact goed. Dit pact bestaat uit een aantal verordeningen en 1 richtlijn over migratie en een gemeenschappelijk asielstelsel voor de Europese Unie. Ze treden op 12 juni 2026 in werking.
Voor de werking van de RvV en de beroepsprocedures bij de RvV zijn volgende verordeningen van belang:
- De Asielprocedureverordening(hierna: APR)
- De Asiel- en Migratiebeheerverordening(hierna: AMMR)
De Wet van 26 mei 2026 betreffende de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV-wet) stemt de werking van de RvV af op deze verordeningen. We geven een overzicht van de belangrijkste wijzigingen. We verwijzen ook naar de informatie die de RvV hierover op zijn website heeft gepubliceerd.
De RvV verduidelijkt wel in een mededeling op de website dat de nieuwe bepalingen van de RvV-wet niet van kracht zijn zolang de wet niet in het Staatsblad is gepubliceerd.
Voor de meeste procedures verandert er niets tot aan de publicatie van de RvV-wet. De bepalingen uit de Asielprocedureverordening zijn enkel van toepassing bij asielprocedures waarbij het asielverzoek zelf pas na 12 juni 2026 is ingediend.
Er is echter één bepaling die onmiddellijk impact heeft inzake beroepen, in de AMMR-Verordening, met betrekking tot de huidige “Dublin-procedure”, ongeacht de publicatie van de RvV-wet. Het gaat om artikel 43 AMMR-Verordening:
De beroepstermijn tegen een overdrachtsbeslissing (Dublin/AMMR) is vanaf 12 juni 2026 ten minste een week (artikel 43, lid 2 AMMR; volgens het huidige artikel 39/57 Verblijfswet kan dit 5 dagen zijn bij vasthouding of bij herhaalde beslissing), tijdens deze week wordt de uitvoering van het overdrachtsbesluit geschorst (artikel 43, lid 3 AMMR), en als de schorsing wordt gevraagd, blijft de uitvoering geschorst tot de RvV zich over die schorsing heeft uitgesproken. De RvV moet deze zaken “ex nunc” beoordelen, maar wel binnen de beperkte wettigheidstoetsing zoals beschreven in artikel 43, lid 1 AMMR.
Toepassingsgebied
Voor beroepen ingediend vóór 12 juni gelden de oude regels en termijnen. Maar, voor procedurele stappen die op 12 juni niet zijn afgehandeld, gelden wel al de nieuwe regels (behalve voor de uitzonderingen opgenomen onder de rubriek ‘overgangsmaatregelen’).
Voor beroepen ingediend vanaf 12 juni gelden de nieuwe regels en termijnen. Maar, als de bestreden beslissing vóór 12 juni is genomen, geldt de oude beroepstermijn nog.
Het is dus mogelijk dat éénzelfde beroepsprocedure zowel onder de oude, als de nieuwe regels valt.
- De bestreden beslissing valt vóór 12-6, en het beroep is ingediend vóór of vanaf 12-6:
- De oude regels en termijnen gelden.
- De nieuwe regels gelden wat betreft op 12-6 niet afgehandelde stappen in de procedure, behalve voor de voorziene uitzonderingen.
- De bestreden beslissing valt vanaf 12-6, en het beroep is ingediend vanaf 12-6:
- De nieuwe regels en termijnen gelden.
Beroepstermijnen
Binnen de bestaande beroepstermijnen van 30, 10 of 5 dagen zijn er inhoudelijke verschuivingen.
De beroepstermijn van 30 dagen blijft de standaard bij beslissingen die niet binnen het toepassingsgebied van de versnelde of de urgente procedure vallen. Vanaf de inschrijving van het beroep op de rol heeft de rechter een termijn van 6 maanden om uitspraak te doen.
De lijst van beslissingen waarvoor een beroepstermijn geldt van 10 dagen, wordt verder uitgebreid. Deze zal bijvoorbeeld gelden voor beroepen tegen overdrachtsbesluiten in het kader van AMMR (vroeger ‘Dublin’).
Let op: Zolang de RvV-wet niet gepubliceerd is, geldt die termijn van 10 dagen nog niet, maar mag ook de termijn van 30 dagen niet meer toegepast worden. De beroepstermijn tegen een overdrachtsbeslissing (Dublin/AMMR) is vanaf 12 juni 2026 maximum drie weken (artikel 43, lid 2 AMMR). Een vordering tot schorsing in UDN moet volgens artikel 39/57, § 1, 3e lid Verblijfswet ingediend worden binnen 5 dagen bij vasthouding of bij herhaalde beslissing, maar volgens artikel 43, lid 2 AMMR moet die termijn minstens een week bedragen.
Tijdens deze beroepstermijn wordt de uitvoering van het overdrachtsbesluit geschorst (artikel 43, lid 3 AMMR), en als de schorsing wordt gevraagd, blijft de uitvoering geschorst tot de RvV zich over die schorsing heeft uitgesproken. De RvV moet deze zaken “ex nunc” beoordelen, maar wel binnen de beperkte wettigheidstoetsing zoals beschreven in artikel 43, lid 1 AMMR.”
Er wordt een termijn van uitspraak voorzien van:
- 2 maanden bij beroepen tegen een overdrachtsbesluit of
- 4 maanden bij beroepen tegen
- niet-ontvankelijkheidsbeslissingen van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS)
- beslissingen die het CGVS versneld en binnen de 3 maanden behandelde
Ook de lijst van beslissingen waarvoor een beroepstermijn van 5 dagen geldt, wordt uitgebreid. Deze termijn zal bijvoorbeeld gelden voor beroepen tegen beslissingen over verzoeken om internationale bescherming in een grensprocedure. Hierin wordt een zeer snelle uitspraak voorzien binnen de 3 weken, respectievelijk 1 week bij een nakende repatriëring.
Het verzoekschrift
Het verzoekschrift mag voortaan maximaal 25 pagina’s omvatten. Als een verzoekschrift langer is, moet er een samenvatting van de feiten en middelen worden toegevoegd van maximum 10 pagina’s.
Een aantal nieuwe gegevens moeten vermeld worden in het verzoekschrift
- het telefoonnummer en e-mailadres van de verzoeker of zijn advocaat
- en wanneer van toepassing:
- de rolnummers van gelinkte zaken
- een verzoek om een eerder ingediend beroep mee te behandelen in de urgente procedure
- het verzoek en de motieven tot vertrouwelijke behandeling van stukken. Dit moet ook in het opschrift vermeldt worden.
- de vasthouding van de verzoeker.
Als de gekozen woonplaats niet het adres van de verzoeker is of het adres van zijn advocaat moet de naam van de persoon die de brieven van de RvV in ontvangst mag nemen, worden vermeld.
Het aantal vereiste afschriften van het verzoekschrift dat aan de RvV moeten worden bezorgd, wordt verminderd van 4 naar 2. Bij elektronische verzending zijn geen afschriften vereist.
Voortaan zal van het persoonlijk onderhoud op het CGVS een geluidsopnameworden gemaakt. Er wordt een wettelijk vermoeden ingesteld dat wanneer het administratief dossier zowel een geluidsopname als een schriftelijke weergave van het gehoor bevat, de schriftelijke weergave een correcte afspiegeling is van het persoonlijk onderhoud.
Wanneer de verzoeker dit vermoeden wil weerleggen en zich wil beroepen op de geluidsopname, moet dit zo concreet mogelijk worden vermeld in het verzoekschrift, met een tijdsindicatie van het exacte moment in de geluidsopname en een toelichting van de reden waarom dit feit een beslissende invloed heeft gehad op de beslissing van het CGVS.
De RvV zal, wanneer in het verzoekschrift een vrijstelling van het te betalen rolrecht wordt gevraagd maar het bewijs hiervoor ontbreekt, in één en dezelfde brief vragen om de nodige stukken voor te leggen én het rolrecht te betalen, in plaats van in twee brieven met telkens een wachttermijn van 8 dagen.
Rolrecht en bijdrage Begrotingsfonds juridische tweedelijnsbijstand - vrijstellingen
De kosten van een beroep bij de RvV bestaan uit zowel het rolrecht, als de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand. De verzoeker die aantoont dat hij vrijgesteld is van het rolrecht is ook vrijgesteld van de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand.
Je moet de vrijstelling van rolrecht vragen bij het verzoekschrift met toevoeging van de bewijsstukken. Als er bewijsstukken ontbreken, zal de RvV je hiervan op de hoogte brengen en krijg je acht dagen de tijd om het verzoekschrift te regulariseren. Als je het rolrecht betaalt, kan je wel nog altijd tot op de zitting het bewijs van vrijstelling voorleggen en vragen het rolrecht terug te betalen. Dit is een omzetting van het arrest van het Grondwettelijk Hof waarin het Hof oordeelde dat een regularisatie van je verzoekschrift niet betekent dat je afstand doet van het voordeel van pro Deo.
Briefwisseling tussen RvV en partijen
Er wordt een regeling voorzien om het moment van verzending en het moment van kennisgeving vast te stellen van briefwisseling die via een elektronische zending wordt verstuurd.
Voor alle elektronische zendingen zal voortaan de elektronische tijdstempel van verzending gelden en dit voor zowel de datum van verzending, als de datum van ontvangst.
De kennisgeving wordt dus vermoed gebeurd te zijn op de dag van de elektronische verzending. Het aantonen van overmacht, bv. omwille van technische problemen, blijft nog altijd mogelijk.
Schriftelijke procedure heeft voorrang
Er wordt voorrang gegeven aan de schriftelijke procedure.
Ook de RvV zelf kan een behandeling via een schriftelijke procedure voorstellen, zelfs wanneer de partijen dit niet gevraagd hebben. Dit gebeurt aan de hand van een beschikking waarin de rechter de motieven uiteenzet waarom hij een schriftelijke procedure verkiest. Partijen hebben in dit geval de mogelijkheid om binnen een bepaalde termijn te vragen om toch gehoord te worden.
Volgens de nieuwe regels zal de verzoeker, wanneer hij in dit geval vraagt om toch gehoord te worden, moeten motiveren over welk punt in de beschikking van de RvV hij wenst gehoord te worden. Deze motivering mag maximaal 3 pagina’s bedragen.
Soorten beroepsprocedures
De vroegere procedure in volle rechtsmacht en de annulatieprocedure voor de RvV worden ééngemaakt. Hierdoor kunnen beroepen tegen beslissingen tot afwijzing of intrekking van (een verzoek om) internationale bescherming en samenhangende terugkeerbesluiten vanaf 12 juni 2026 samen worden behandeld. Tot op heden verliep dit in twee aparte procedures: een beroep tegen een afwijzing of intrekking verliep in volle rechtsmacht en het beroep tegen een terugkeerbesluit in annulatieprocedure.
Er blijven drie soorten procedures bestaan:
- de gewone procedure geldt voor beslissingen die niet onder de versnelde of urgente procedure vallen
- de versnelde procedure wordt toegepast onder meer op niet-ontvankelijke verzoeken om internationale bescherming, beslissingen die door het CGVS versneld en binnen de 3 maanden werden behandeld en overdrachtsbesluiten (AMMR – vroeger ‘Dublin’)
- de urgente procedure
Het verloop van de gewone en versnelde procedure is identiek, alleen worden in de versnelde procedure alle procedurele termijnen ingekort.
De urgente procedure geldt voor onder meer beslissingen genomen aan de grens, beslissingen met het oog op de gedwongen uitvoering van een overdrachtsbesluit of een verwijderingsmaatregel. Er wordt binnen een termijn van 3 weken uitspraak over de grond van de zaak gedaan, tenzij er sprake is van een nakende verwijdering waarin binnen de week een uitspraak zal volgen.
- Quasi alle types van beslissingen die vóór 12 juni 2026 werden behandeld in de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN) bij gedwongen uitvoering van een verwijderingsmaatregel of in de versnelde procedure in volle rechtsmacht (bij vasthouding), zullen vanaf 12 juni 2026 volgens de urgente procedure worden behandeld.
- De urgente procedure wordt verruimd tot onder andere beslissingen tot intrekking of nietigverklaring van een visum aan de grens
- Al ingediende beroepen die nauw samenhangen met een beroep in de urgente procedure kunnen (of moeten in geval van terugkeer- en overdrachtsbesluiten) mee in de urgente procedure worden behandeld
- Voor de urgente procedure moet ofwel onmiddellijk een rolrecht worden betaald ofwel moet het bewijs van vrijstelling geleverd worden. Het bewijs van betaling of bewijs van vrijstelling moet ten laatste op het ogenblik van de zitting worden aangetoond.
De grootste wijziging ten opzichte van de huidige regelgeving is dat alle beroepen in de urgente procedure onmiddellijk ten gronde zullen worden behandeld. Op heden wordt in de UDN-procedure immers enkel uitspraak gedaan over de vordering tot schorsing en wordt de zaak ten gronde apart behandeld.
De urgente procedure wordt van toepassing wanneer een terugkeerbesluit werd genomen en er binnen de beroepstermijn van 30 dagen ook een verwijderingsbesluit wordt betekend. In dit geval moet het oorspronkelijke terugkeerbesluit samen met het verwijderingsbesluit in de urgente procedure behandeld worden. Vanaf de kennisgeving van het verwijderingsbesluit start een nieuwe beroepstermijn van 5 dagen, die ook de nieuwe termijn wordt voor eventueel nog in te dienen beroep tegen het oorspronkelijke terugkeerbesluit. De oorspronkelijke beroepstermijn van 30 dagen mag hierbij niet overschreden worden. Deze uitzondering is enkel van toepassing op terugkeerbesluiten.
Wanneer het onmogelijk is om partijen tijdig op te roepen voor een zitting in de urgente procedure, kan de RvV voortaan de oproeping om op de zitting te verschijnen per telefoon, sms of e-mail meedelen.
Afschaffing synthesememorie en aanvullende nota – voortaan pleitnota
De mogelijkheid van een synthesememorie in de annulatieprocedure en een aanvullende nota in procedure in volle rechtsmacht, wordt afgeschaft.
Het recht op repliek wordt gegarandeerd in een pleitnota die tot 5 dagen voor de zitting kan worden neergelegd. In uitzonderlijke gevallen kan nog een aanvullende nota tot aan het sluiten van de debatten worden neergelegd, zoals bijvoorbeeld in de urgente procedure.
Nieuwe elementen moeten voortaan via een pleitnota worden voorgelegd. Er wordt duidelijk bepaald in welke gevallen nieuwe elementen mogen worden voorgelegd. Naast de reeds bestaande gevallen kan dit voortaan ook bijvoorbeeld in het kader van een beroep tegen een overdrachtsbesluit (AMMR – vroeger ‘Dublin’).
Behandeling ex nunc
De RvV doet voortaan in een uitgebreider aantal beroepen een beoordeling ex nunc (tot hier en nu). Dit maakt mogelijk dat de RvV bij het beroep rekening houdt met nieuwe elementen die zich hebben voorgedaan na het nemen van de bestreden beslissing.
Het gaat om beroepen tegen de limitatieve gevallen:
- beslissingen van het CGVS
- overdrachtsbesluiten. In dit geval is de draagwijdte van het onderzoek van het beroep beperkt.
- terugkeerbesluiten genomen na afwijzing van een verzoek om internationale bescherming
- verwijderings- of terugdrijvingsmaatregelen
Verzoek tot vertrouwelijke behandeling
Wanneer een partij stukken naar voor wenst te brengen waarvoor hij goede redenen heeft waarom de tegenpartij deze niet zou mogen inkijken, kan een verzoek tot vertrouwelijke behandeling worden ingediend.
Voorafgaand aan het debat ten gronde, moet de rechter dit verzoek behandelen. Wanneer het verzoek gegrond wordt verklaard, krijgt de andere partij geen inzage in deze stukken.
Wanneer de rechter oordeelt dat de stukken relevant zijn voor de behandeling van het beroep, moet inzage worden verleend aan de advocaat van de verzoeker. De advocaat moet op voorhand aan een veiligheidscontrole onderworpen zijn en houder zijn van een veiligheidsmachtiging.
De advocaat mag de inhoud van de documenten niet letterlijk meedelen aan de verzoeker, noch een kopie ervan maken en mag er enkel melding van maken in de schriftelijke opmerkingen.
Ook de rechter zal in zijn arrest het vertrouwelijk karakter van de stukken moeten respecteren en zal slechts weinig inhoudelijk kunnen motiveren over de inhoud ervan. De motiveringsplicht van de rechter wordt in dit geval dan ook beperkt.
Schorsende werking en recht om te verblijven tijdens de procedure
De regels van de schorsende werking en het recht om te verblijven tijdens de beroepstermijn en de beroepsprocedure blijven grotendeels behouden. Kort samengevat :
- beslissingen van het CGVS betreffende verzoeken om internationale bescherming zijn in principe schorsend (met uitzondering van de gevallen waarin er enkel een recht is om te blijven tijdens de procedure wanneer hierom wordt verzocht). De uitzonderingen waarin er geen recht is om te blijven, worden behouden en nog uitgebreid
- bij overdrachtsbesluiten is er nooit schorsende werking en moet hierom steeds verzocht worden in het verzoekschrift
- voor migratiezaken blijft de limitatieve lijst met beslissingen waarin sprake is van een automatisch schorsende werking behouden
- beroepen tegen terugdrijvings- en verwijderingsbeslissingen zijn altijd automatisch schorsend
- voor terugkeerbesluiten waarvoor er geen automatische schorsing is, moet hierom verzocht worden in het verzoekschrift
Wanneer de procedure niet automatisch een recht om te verblijven tijdens de procedure toekent, kan een vordering worden ingediend om de beslissing – bij wijze van voorlopige maatregel – te schorsen om zo een recht te verkrijgen om verder op het grondgebied te verblijven tot aan de uitspraak over het beroep.
De vordering tot het bekomen van een recht om te verblijven of om de beslissing te schorsen, wordt
- in hetzelfde verzoekschrift als de vordering over de grond van de zaak vermeld of
- in een latere procedureakte wanneer er zich elementen hebben voorgedaan die een dergelijke vordering rechtvaardigen.
De RvV kan zich ofwel snel bij beschikking uitspreken over dit verzoek ofwel ervoor kiezen om samen met de grond van de zaak uitspraak te doen over de vordering. In dit geval behandelt de rechter de zaak met voorrang.
Zolang de rechter geen uitspraak heeft gedaan over het verzoek om te blijven, mag de verzoeker niet van het grondgebied worden verwijderd of teruggedreven.
Het recht om te verblijven, houdt geen toegang of machtiging tot verblijf in.
Opeenvolgende beroepen 9bis of 9ter
Er is een nieuwe regeling voorzien bij de behandeling van een beroep tegen een beslissing genomen op grond van 9bis (humanitair verblijf wegens bijzondere omstandigheden) op 9bis (medische redenen). Het komt voor dat er na een weigering opnieuw een aanvraag wordt ingediend, zodat er uiteindelijk verschillende beroepsprocedures hangende zijn voor dezelfde verzoeker.
Als er een beroep hangende is bij de RvV tegen een weigering van een aanvraag 9bis, en ondertussen is er ook al een nieuwe beslissing van weigering 9bis, waartegen ook een beroep wordt ingediend, moet de RvV enkel het laatste beroep behandelen. Hetzelfde geldt voor beroepen tegen opeenvolgende beslissingen 9ter.
Het vorige beroep vervalt, op basis van een vermoeden dat er afstand van wordt gedaan. Alleen als de verzoeker nog een apart belang kan aantonen bij het vernietigen van de vorige beslissing, kan het vermoeden worden weerlegd.
De RvV zal de toepassing van deze regeling vermelden in de beschikking van het verdere verloop, zodat je als partij op de hoogte bent van eventuele eerdere procedures.
Overgangsmaatregelen
Algemeen
De nieuwe wet is in principe van toepassing op alle beroepen die op 12 juni 2026 nog hangende zijn voor de RvV en waarvoor niet alle procedurele stappen werden afgehandeld. Deze algemene regel is niet van toepassing op:
- het rolrecht indien het beroep werd ingediend vóór 12 juni 2026. Oud artikel 39/68 Vw blijft van toepassing
- de voorwaarden voor het indienen van een verzoekschrift indien dit werd ingediend vóór 12 juni 2026. Oud artikel 39/69 Vw blijft van toepassing.
- beroepen die zijn ingediend vóór 12 juni 2026 die al op de rol zijn ingeschreven, maar waarvoor de griffie het proces van instaatstelling nog niet heeft voltooid. Op deze beroepen blijven de oude regels betreffende het uitwisselen van stukken of informatie tussen de RvV en partijen van toepassingen .
De beroepen die op 12 juni 2026 al hangende zijn en door een rechter worden onderzocht verlopen volgens de oude procedureregels. Het gaat om de volgende gevallen :
- Er werd al een terechtzitting vastgesteld.
- De schriftelijke procedure werd al toegepast.
- Er werd al een laatste pleitnota gevraagd.
Hangende UDN-zaken en zaken in versnelde procedures
Hangende UDN-zaken en zaken in versnelde procedure die werden ingediend vóór 12 juni 2026, verlopen verder volgens de oude regels .
Voor UDN-zaken die zijn afgerond op basis van de oude procedure, wordt de voortzetting van de zaak (vordering tot annulatie) ook verder behandeld volgens de oude procedureregels.
Meer info
- Wet over de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV-wet)
- Wet ter uitvoering van het Migratie- en asielpact (Pact-wet)
- Asiel- en migratiebeheerverordening 2024/1351 (AMMR)
- Asielprocedureverordening 2024/1348 (APR)
- FAQ van de RvV geactualiseerd naar aanleiding van nieuwe regelgeving
- Nieuwsbericht RvV van 11-6-2026 'Gedeeltelijke wijziging van de procedureregels vanaf 12 juni 2026'
- Nieuwsbericht RvV van 22-5-2026, ‘Gewijzigde procedures bij de Raad vanaf 12 juni 2026 ingevolge het Europees Migratie- en asielpact’
- Nota RvV, ‘Overzicht van de belangrijkste wijzigingen voor beroepen ingediend vanaf 12 juni 2026’
- Schema RvV, ‘Beroepsprocedure bij RvV'