Verantwoordelijke lidstaat
In het kort
Hoewel je een verzoek om internationale bescherming opstart in ons land, betekent dit niet automatisch dat België je verzoek zal behandelen. Als er bepaalde aanwijzingen zijn, onderzoekt de Dienst Vreemdelingenzaken eerst of België wel verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.
De procedure en termijnen worden sinds 12 juni 2026 geregeld door de AMMR Verordening. Maar als je een verzoek indiende vóór 12 juni 2026 gelden voor het vaststellen van de verantwoordelijke staat nog wel de oude criteria van de Dublin III-verordening.
Begrip 'onderduiken'
AMMR definieert “onderduiken” als ‘de handeling waarbij een betrokken persoon niet beschikbaar blijft voor de bevoegde administratieve of gerechtelijke autoriteiten, bijvoorbeeld door:
- het grondgebied van een lidstaat te verlaten zonder toestemming van de bevoegde autoriteiten om redenen die niet buiten de controle van die persoon vallen;
- te verzuimen melding te doen van afwezigheid in een bepaald opvangcentrum of aangewezen gebied van verblijf indien een lidstaat dat vereist, of
- te verzuimen voor de bevoegde autoriteiten te verschijnen indien die autoriteiten dat vereisen.
Verplichtingen van de verzoeker
AMMR legt een aantal verplichtingen vast waaraan je als verzoeker dient te voldoen, waarvan een aantal verplichtingen van toepassing zijn op verzoeken die ingediend zijn voor 12 juni 2026:
- je moet je volledige medewerking verlenen bij het verzamelen van de biometrische gegevens en alle elementen en informatie, waaronder je identiteitsdocumenten, verstrekken waarover je beschikt die relevant zijn voor het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat
- je moet aanwezig blijven in:
- de lidstaat van eerste binnenkomst of de lidstaat dat je visum/verblijfstitel heeft afgegeven, in afwachting van het onderzoek naar de verantwoordelijke lidstaat en tijdens de uitvoering van de overdrachtsprocedure
- de verantwoordelijke lidstaat
- de lidstaat van herplaatsing
- bij een overdrachtsbesluit je medewerking verlenen en het besluit nakomen
Als je laattijdig elementen en informatie aanbrengt dan zullen die enkel in aanmerking genomen worden als ze bepalend zijn voor het aanduiden van de verantwoordelijke lidstaat en betrekking hebben op de criteria voor minderjarigen of in het kader van gezinshereniging.
Waarborgen voor de verzoeker
Recht op informatie.
Van zodra het mogelijk is en ten laatste bij de registratie van je verzoek om internationale bescherming verstrekt DVZ je informatie over de toepassing van AMMR en over je rechten en plichten overeenkomstig deze verordening.
- Recht op juridische counseling. Bij ons heb je recht op de bijstand van een advocaat. Dat was ook al het geval voor de inwerkingtreding van AMMR. De juridische counseling is een nieuw concept waardoor je recht hebt op een juridische adviseur die je begeleid tijdens de procedure. Het kan gaan om iemand die werkt voor de overheid of voor een niet-gouvernementele organisatie. Het is de taak van DVZ om voor deze juridische counseling te zorgen <LINK: art. 50/1 Vw>.
Recht op persoonlijk onderhoud.
Er kan worden afgezien van een persoonlijk onderhoud:
- bij onderduiking
- zonder gegronde reden afwezig zijn op het persoonlijk onderhoud
- je hebt al met andere middelen informatie verstrekt om de verantwoordelijke lidstaat te bepalen
Van het persoonlijk onderhoud zou een geluidsopname moeten worden gemaakt en een schriftelijke samenvatting met ten minste de belangrijkste informatie die je tijdens het interview hebt gegeven.
- Waarborgen voor minderjarigen.
- Belang van het kind heeft prioriteit. Om dit beoordelen werken de lidstaten nauw samen en houden ze rekening met volgende factoren:
- de mogelijkheden van gezinshereniging
- het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige
- veiligheids- en beveiligingsoverwegingen wanneer de minderjarige het slachtoffer is van mensenhandel
- de standpunten van de minderjarige, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit
- Zo spoedig mogelijk de aanstelling van een voorlopige vertegenwoordiger
- Aanstelling van een voogd binnen de 15 werkdagen na het doen van het VIB
- Belang van het kind heeft prioriteit. Om dit beoordelen werken de lidstaten nauw samen en houden ze rekening met volgende factoren:
Dublin-criteria
Overdracht kan gevraagd worden naar de lidstaat waar een gezinslid (meestal de ouders), broer of zus wettig verblijft. Het kan ook gaan om een familielid (tante, oom of grootouder) als op basis van een individueel onderzoek vaststaat dat het familielid voor de minderjarige kan zorgen.
De Dublin-verordening wordt alleen in die zin toegepast wanneer dit in het belang van de minderjarige is.
Wanneer er geen gezins-of familieleden aanwezig zijn in de lidstaten, is de lidstaat waar de niet-begeleide minderjarige een verzoek om internationale bescherming heeft opgestart de verantwoordelijke lidstaat, als dit in het belang van de minderjarige is. De andere Dublin-criteria worden niet toegepast voor niet-begeleide minderjarigen.
Overdracht kan gevraagd worden naar de lidstaat waar een gezinslid internationale bescherming geniet en is toegelaten voor verblijf. De betrokkenen moeten schriftelijk verklaren dat zij dit wensen.
Overdracht kan gevraagd worden naar de lidstaat waar een gezinslid een verzoek om internationale bescherming heeft opgestart waarover in eerste aanleg nog geen beslissing ten gronde is genomen. Deze lidstaat is bevoegd op voorwaarde dat de betrokkenen schriftelijk hebben verklaard dat ze dit wensen.
De lidstaat die een geldige verblijfstitel of visum afleverde is verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.
Als de verzoeker houder is van verschillende verblijfstitels of visa, dan is de lidstaat verantwoordelijk die de verblijfstitel of het visum met de langste geldigheidsduur heeft afgeleverd. Bij gelijke geldigheidsduur is de lidstaat die de verblijfstitel of het visum heeft afgeleverd, waarvan de geldigheid het laatst verstrijkt, verantwoordelijk.
Deze lidstaat blijft verantwoordelijk tot 2 jaar na het verlopen van de verblijfstitel en tot 6 maanden na het verlopen van het afgeleverde visum.
Als de verblijfstitel of het visum afgeleverd werd op basis van een valse identiteit of valse documenten, dan is de lidstaat dat de verblijfstitel of het visum heeft uitgegeven toch bevoegd. Als men kan aantonen dat er gefraudeerd werd nadat de verblijfstitel/visa werd afgeleverd, dan is deze lidstaat niet verantwoordelijk.
De lidstaat waarlangs de verzoeker op onwettige wijze ter land, ter zee of in de lucht een Europese buitengrens heeft overschreden is bevoegd. Dit zal blijken uit vingerafdrukken die door de grenspolitie in de Eurodac-databank worden opgenomen. In deze databank worden verschillende soorten vingerafdrukken opgenomen. De zogenaamde 'hit 1' vingerafdrukken geven aan dat iemand een verzoek om internationale bescherming heeft opgestart in een andere lidstaat. De 'hit 2' vingerafdrukken verwijzen naar het onwettig overschrijden van een Europese buitengrens. Een 'hit' wordt ook wel een 'eurodactreffer' genoemd.
De verantwoordelijkheid voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming vervalt na een periode van 12 maanden na de illegale binnenkomst.
Als de lidstaat waar verzoeker op illegale wijze de grens heeft overschreden niet meer verantwoordelijk kan worden gesteld, en de verzoeker verbleef minstens 5 maanden onafgebroken in een andere lidstaat vóór het indienen van het verzoek om internationale bescherming, dan is deze laatste lidstaat verantwoordelijk. Bij verblijf van minstens 5 maanden in verschillende lidstaten is de lidstaat waar verzoeker het meest recent verbleef verantwoordelijk.
Wanneer een verzoeker het grondgebied betreedt van een land waar hij niet visumplichtig is, dan is die lidstaat bevoegd.
Wanneer een verzoek om internationale bescherming wordt ingediend in een internationale transitzone van de luchthaven, dan is deze lidstaat bevoegd voor de behandeling van de aanvraag.
Dit komt voor bij een zogenaamde grensprocedure.
Indien geen van de voorgaande criteria kan worden toegepast, is de lidstaat bevoegd waar het verzoek om internationale bescherming het eerst werd opgestart.
Afwijkingen
België kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van de Dublin-criteria en zich alsnog bevoegd verklaren.
- Afhankelijkheidsclausule: Wanneer je wegens een specifieke kwetsbaarheid (zwanger, pasgeboren kind, ernstige ziekte, een zware handicap of hoge leeftijd) afhankelijk bent van je kind, broer, zus of ouder die wettig verblijft in één van de lidstaten, kan deze lidstaat zich bevoegd verklaren. Dit werkt ook in de omgekeerde richting wanneer je als verzoeker de verzorgende persoon bent. Dit kan enkel op voorwaarde dat de betrokkenen schriftelijk verklaren dat zij dit wensen.
- Soevereiniteitsclausule: België kan deze clausule inroepen wanneer het zich bevoegd wil verklaren, ookal is het daartoe niet verplicht op grond van de Dublin-criteria. Je kan hier schriftelijk om verzoeken vb. omwille van dichte banden met België. In de praktijk wordt dit zeer weinig toegestaan.
Procedure na vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat
Als DVZ oordeelt dat een andere lidstaat verantwoordelijk is, dan richt België een overnameverzoek of een kennisgeving inzake terugname aan de andere lidstaat.
Een kennisgeving inzake terugname wordt gebruikt wanneer de verantwoordelijkheid van de andere lidstaat quasi vaststaat omdat je daar een VIB hebt ingediend of omdat je er al internationale bescherming hebt gekregen of omdat er een Eurodac-treffer is.
De kennisgeving inzake terugname wordt binnen de twee weken na ontvangst van de Eurodac-treffer naar de verantwoordelijke lidstaat gestuurd.
Bij een overnameverzoek zijn er aanwijzingen dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van je VIB, bijvoorbeeld omdat je er familieleden hebt.
Het overnameverzoek wordt binnen de twee maanden na de registratie van je VIB aan de andere lidstaat overgemaakt. In geval van een Eurodac-treffer of een VIS-treffer wordt het verzoek tot overname binnen de maand verzonden na ontvangst van de treffer.
Wordt er binnen deze termijnen geen verzoek tot overname verstuurd, dan zal de lidstaat waar je VIB werd geregistreerd verantwoordelijke zijn voor de behandeling van je verzoek.
Bij een kennisgeving inzake terugname stuurt de verantwoordelijke lidstaat binnen de twee weken na ontvangst van de kennisgeving een bevestiging, tenzij ze kan aantonen dat ze niet verantwoordelijk is.
Bij een verzoek tot overname zal de aangezochte lidstaat binnen één maand moeten antwoorden. Gaat het om een Eurodac-treffer of een VIS-treffer dan dient de aangezochte lidstaat te antwoorden binnen de twee weken. Als de aangezochte lidstaat niet binnen deze termijnen antwoord gaat ze impliciet akkoord en wordt ze de verantwoordelijke lidstaat.
Als een andere lidstaat verantwoordelijk is, krijg je een overdrachtsbesluit:
- DVZ neemt een besluit tot overdracht (bijlage 26quater). Op dit document staat de verantwoordelijke lidstaat vermeld en de uiterste datum waarop je je bij de overheid van die lidstaat moet aanbieden. Daarnaast krijg je een bijlage 10bis (een doorlaatbewijs om te reizen) en de contactgegevens van de cel vrijwillige terugkeer. Mocht je een attest van immatriculatie (AI) hebben, dan wordt dat ingetrokken.
- Is er een vrijwillige overdracht, dan zorgt de dienst vrijwillige terugkeer voor de praktische organisatie van je overdracht.
- Je kan ook gedwongen worden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat. Dit kan enkel wanneer er een risico op onderduiken bestaat en indien er geen andere, minder dwingende maatregelen mogelijk zijn. Hierbij kan je vastgehouden worden in een gesloten centrum met het oog op de overdacht. De overdracht dient dan wel binnen de 5 weken te gebeuren.
De overdacht moet binnen de 6 maanden na de aanvaarding van het overnameverzoek of de bevestiging van de kennisgeving inzake terugname door de verantwoordelijke lidstaat plaatsvinden, tenzij je in beroep bent gegaan tegen het overdrachtbesluit, dan begint de termijn van 6 maanden te lopen vanaf de definitieve beslissing in beroep als het beroep opschortend is.
In geval van opsluiting in de gevangenis kan deze termijn verlengd worden tot één jaar. Bij onderduiking, of wanneer je je verzet tegen de overdracht, of je er opzettelijk voor zorgt dat je niet in staat bent om te worden overgedragen of niet aan de medische vereiste voldoet om et worden overgedragen, dan kan de termijn verlengd worden tot 3 jaar vanaf de verantwoordelijke lidstaat daarvan op de hoogte wordt gebracht.
Wanneer je terug opduikt binnen de drie laatste maanden voor het verstrijken van de termijn van 3 jaar, dan heeft België 3 maanden om de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat uit te voeren.
- Word je niet overgedragen binnen deze termijnen (6 maanden, 1 jaar of 3 jaar), dan wordt België verantwoordelijke voor de behandeling van je VIB. In dat geval moet je je opnieuw gaan aanmelden bij DVZ, Belliardstraat 68 en herleeft je oorspronkelijke bijlage 26.
- Tegen een overdrachtsbesluit (bijlage 26quater) kan je binnen de 10 dagen een beroep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Je beroep heeft zelf geen automatisch schorsende werking, maar je kan in je verzoekschrift tot vernietiging kan je bij wijze van voorlopige maatregel de schorsing van het overdrachtsbesluit vragen. Zolang er geen antwoord is, wordt de uitvoering van het overdrachtsbesluit geschorst. De RvV zal op je beroep de versnelde procedure toepassen. Zie meer over het beroep tegen een overdrachtsbesluit.
- Word je vastgehouden dan zal de RvV je beroep behandelen in de urgente procedure en zal de Raad uitspraak doen binnen de 3 weken.
Is België de verantwoordelijke lidstaat dan wordt het standaard voorbereidend interview’ (link naar opstart verzoek IB) afgenomen. Dit gaat vlot omdat alle gegevens reeds gekend zijn. Nadien wordt je dossier overgemaakt aan het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS). Het CGVS onderzoekt en beoordeelt je VIB inhoudelijk.