Hof van Justitie - C-356/11 - 11-01-2013

Samenvatting

Het Hof beantwoord twee verschillende prejudiciële vragen. 

De eerste vraag gaat over gezinshereniging en de toepassing van artikel 20 VWEU. Artikel 20 VWEU verhindert een lidstaat niet om een verblijfstitel te weigeren aan een onderdaan van een derde land die gezinshereniging vraagt bij zijn echtgenote, die eveneens onderdaan is van een derde land, maar wel een kind heeft dat Unieburger is. artikel 20 VWEU kan wel ingeroepen worden door die minderjarige Unieburger het land zou moeten verlaten omdat de ouder geen verblijf krijgt. Maar dat is een andere situatie.

De tweede vraag gaat over de toepassing van artikel 7, lid 1, sub c, van de Richtlijn 2003/86. Het Hof stelt in het algemeen dat een interpretatie van dit artikel niet strijdig mag zijn met het doel van de richtlijn. De lidstaten moeten het bestaan van voldoende inkomen onderzoeken in het belang van de betrokken kinderen en teneinde het gezinsleven te begunstigen, en moeten daarbij moeten vermijden dat afbreuk wordt gedaan aan het doel van deze richtlijn en aan het nuttig effect ervan.