Samenvatting
In een arrest van 27 juni 2025 past de RvS de principes uit het arrest EHRM 6 maart 2025, nr. 47836/21 toe. Het oordeelt dat elke jongere behoorlijk moet worden geïnformeerd over zijn rechten in het kader van de uitvoering van het drievoudig medisch leeftijdsonderzoek en de noodzaak in te stemmen met het medisch leeftijdsonderzoek. Daarnaast benadrukte de RvS dat medische leeftijdsonderzoeken, omwille van hun ingrijpend karakter, slecht in laatste instantie uitgevoerd mogen worden.
Verzoekster in deze zaak, een meisje met Nigeriaanse nationaliteit, diende een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging en een beroep tot nietigverklaring in van de beslissing van de Dienst Voogdij waarin werd beslist haar te beschouwen als ouder dan 18 jaar. Gezien haar meerderjarigheid werd tevens beslist geen voogd aan te duiden. De Dienst Voogdij baseerde zijn beslissing op een medisch onderzoek waaruit zou blijken dat het meisje 21,7 jaar is (met een standdaardeviatie van 2 jaar). Verwijzend naar de rechtspraak van het EHRM in de zaak F.B. tegen België oordeelde de RvS dat er sprake was van een schending van art. 8 EVRM. Volgens de RvS kon uit geen enkel stuk worden afgeleid dat verzoekers naar behoren werd geïnformeerd over haar rechten in het kader van het medisch leeftijdsonderzoek en in het bijzonder over de noodzaak van haar toestemming. De RvS was eveneens van mening dat niet/onvoldoende werd onderzocht of de twijfel omtrent de minderjarigheid van verzoekster niet kon worden weggenomen door gebruik te maken van andere en minder ingrijpende middelen.