Samenvatting
In een tweede middel voert de verzoekende partij onder meer de schending aan van artikel 74/13 van de vreemdelingenwet en van artikel 8 van het EVRM. De verzoekende partij stipt te dien einde aan dat zij een verklaring van wettelijke samenwoonst met haar partner wenst af te leggen en dat haar partner bovendien zwanger is van haar. Zij benadrukt dat de verwerende partij ingevolge artikel 74/13 van de vreemdelingenwet rekening dient te houden met het familieleven, hetgeen in casu niet is gebeurd. Tot slot stelt de verzoekende partij dat artikel 74/13 van de vreemdelingenwet refereert naar artikel 8 van het EVRM. Artikel 74/13 van de vreemdelingenwet luidt als volgt: “Bij het nemen van een beslissing tot verwijdering houdt de minister of zijn gemachtigde rekening met het hoger belang van het kind, het gezins- en familieleven en de gezondheidstoestand van de betrokken onderdaan van een derde land.”
De verzoekende partij kan worden gevolgd waar zij stelt dat deze bepaling allicht refereert naar artikel 8 van het EVRM dat de bescherming van het gezinsleven inhoudt. De Raad stelt vast dat in de verwijderingsmaatregel geen enkele motivering terug te vinden betreffende het gezins- en familieleven van de verzoekende partij. Evenmin blijkt uit de stukken van het administratief dossier dat hiermee rekening zou zijn gehouden. De verwerende partij was op de hoogte van het bestaan van een al dan niet vermeende partner van de verzoekende partij. Noch in de bestreden beslissing, noch in het administratief dossier is een afweging terug te vinden aangaande het al dan niet bestaan van een gezinsleven in hoofde van de verzoekende partij. De verzoekende partij maakt de schending van artikel 74/13 van de vreemdelingenwet prima facie aannemelijk. Het tweede middel is in de aangegeven mate ernstig. Gelet op de bespreking van het tweede middel waarbij werd vastgesteld dat de bestreden beslissing op geen enkele wijze rekening houdt met het gezinsleven van de verzoekende partij kan worden aangenomen dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel in casu is aangetoond.