Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 323.245 - 12-03-2025

Samenvatting

De verzoekers zijn Oekraïense onderdanen die op 29 september 2022 het statuut van tijdelijk bescherming kregen en verblijfskaarten A kregen die telkens ook jaarlijks verlengd werden. Op 8 februari 2024 dienden de aanvragers een medische regularisatieaanvraag in conform artikel 9ter Vw. Deze aanvraag werd op 5 maart 2024 afgewezen door de Dienst Vreemdelingenzaken wegens gebrek aan belang. De aanvragers zouden immers in het bezit zijn van verblijfskaarten A in het kader van de tijdelijke bescherming. De nodige medische zorgen zouden beschikbaar en toegankelijk zijn in België, het actuele land van verblijf. Als er een einde zou komen aan de tijdelijke bescherming, zouden de aanvragers op dat moment een (nieuwe) medische regularisatieaanvraag kunnen indienen. Op het moment van de aanvraag hebben zij volgens DVZ echter geen actueel belang bij de aanvraag 9ter Vw.

De Raad verwijst vooreerst naar het feit dat het statuut van tijdelijk beschermde een louter tijdelijk statuut is, dat ook altijd tijdelijk blijft, terwijl de toekenning van een verblijfsmachtiging op grond van artikel 9ter Vw kan uitmonden in een verblijfsmachtiging voor onbepaalde duur. Artikel 13 Vw bepaalt immers dat een machtiging tot verblijf die verstrekt wordt voor beperkte duur op grond van artikel 9ter van onbeperkte duur wordt bij het verstrijken van een periode van vijf jaar na de aanvraag.

Bijgevolg kan de toekenning van een verblijfsmachtiging op grond van artikel 9ter Vw uitmonden in een verblijfsmachtiging van onbepaalde duur, zodat de aanvragers wel degelijk belang hebben om hun aanvraag behandeld te zien, ook al zijn ze al gemachtigd tot een tijdelijk verblijf op een andere, minder gunstige grond. Conform artikel 13 Vw wordt de termijn van vijf jaar berekend vanaf de indiening van de regularisatieaanvraag. Deze bepaling levert de aanvragers dus een voordeel op ten opzichte van het indienen van eventuele nieuwe medische regularisatie-aanvraag op het moment dat de tijdelijke bescherming zou eindigen.

Bovendien is bij tijdelijke bescherming in principe een terugkeer naar het herkomstland voorzien wanneer er vrede komt in Oekraïne. Dit is niet het geval bij een machtiging tot voorlopig verblijf op grond van artikel 9ter Vw zodat de aanvragers hieraan ook een belang ontlenen.

Tenslotte wat betreft de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de medische zorgen in het actuele land van verblijf, zijnde België, merkt de RvV op dat uit artikel 9ter Vw kan worden afgeleid dat met ‘het land van herkomst of verblijf’ logischerwijze gedoeld op een ander land dan het land waar de aanvraag wordt ingediend. Verder blijkt uit de bewoordingen van artikel 9ter Vw dat de beoordeling van het risico, de mogelijkheden en toegankelijkheid tot behandeling, de ziekte, de graad van de ernst en de noodzakelijk geachte behandeling, gebeurt in het licht van het land van herkomst of verblijf, nl. het land van nationaliteit of het land waar de vreemdeling een verblijfsrecht heeft, in casu Oekraïne.

De beslissing van de DVZ wordt door de RvV dan ook vernietigd.

Meer info