Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 324.810 - 9-04-2025

Samenvatting

Een Afghaanse jongen diende in 2016 een verzoek om internationale bescherming (VIB) in en geniet subsidiaire bescherming sinds 2019. In 2022 gebeurde een herziening van zijn geboortejaar door Dienst Voogdij, waardoor hij minderjarig bleek geweest te zijn op het ogenblik waarop hij zijn VIB ingediend had. De ouders en andere minderjarige kinderen van het gezin vroegen eind 2023 gezinshereniging aan. Vzw Sireas, die de aanvraag mee ondersteunde, had sinds eind 2021 zowel DVZ als de bevoegde consulaire post meerdere e-mails gestuurd waarin deze omstandigheden geschetst werden. DVZ herkwalificeerde de aanvragen gezinshereniging van de ouders als humanitaire visumaanvragen en weigerde deze, zonder daarbij in te gaan op de omstandigheden die aangehaald waren voorafgaand aan en bij de indiening van de visumaanvraag.

De RvV oordeelde in zijn arrest enerzijds dat de belangen van de visumaanvragers niet geschaad waren door het feit dat aanvullend onderzocht werd of er aanleiding was tot afgifte van een humanitair visum.

Anderzijds stelde de RvV wel dat bij de beoordeling van de visumaanvraag rekening gehouden had moeten worden met de aanpassing van de leeftijd van de referentiepersoon. Deze wijziging was aan Dienst Voogdij toe te schrijven, niet aan de referentiepersoon of de visumaanvragers. Er was weldegelijk een recht op gezinshereniging. Het Hof van Justitie oordeelde immers eerder dat bij de beoordeling van de leeftijd van een vluchteling de datum van indiening van het VIB als uitgangspunt moet genomen worden.

Ook bevestigde de RvV dat de verzoekers niet vóór de leeftijdsaanpassing en vlak na toekenning van de subsidiaire bescherming de visumaanvraag ingediend kon worden. De termijn van 1 jaar kon niet eerder starten dan met de kennisgeving van de beslissing van Dienst Voogdij.Bovendien besliste het HvJ dat rekening gehouden dient te worden met bijzondere omstandigheden die de laattijdige indiening van een aanvraag objectief verschoonbaar maakt. DVZ motiveerde ten onrechte in de bestreden beslissingen niet waarom de ingeroepen redenen voor laattijdige indiening van de aanvraag niet gegrond waren.

Meer info