Samenvatting
De verzoeker was in het bezit van een bijlage 49 doordat zijn eerdere werkgever tijdig een hernieuwingsaanvraag had ingediend. Deze aanvraag werd ten gronde geweigerd door het Vlaams Gewest omdat deze werkgever zijn wettelijke en reglementaire verplichtingen niet nakwam.
De verzoeker had in tussentijd een andere werkgever gevonden die een aanvraag voor een gecombineerde vergunning indiende tijdens de geldigheidsperiode van de bijlage 49. Deze aanvraag werd door het Vlaams Gewest ontvankelijk en gegrond verklaard, maar door Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) alsnog geweigerd, omdat:
• de bijlage 49 geen toelating of machtiging “tot een verblijf in het Rijk voor een periode die negentig dagen niet overschrijdt overeenkomstig titel I, hoofdstuk II, of voor een periode van meer dan negentig dagen overeenkomstig titel II, hoofdstukken III en VI” is, zoals vereist door artikel 61/25-5, § 1, 3° Vw.
• de bijlage 49 niet had mogen afgeleverd worden door de gemeente, omdat er op het moment van aflevering reeds een beslissing ten gronde was genomen door het Vlaams Gewest met betrekking tot de hernieuwingsaanvraag bij de eerste werkgever, en bijgevolg op oneigenlijke wijze werd bekomen door de verzoeker
De aanvraag kon aldus niet worden ingediend terwijl de betrokkene op Belgisch grondgebied verblijft.
De RvV wijst erop dat de essentiële vraag is of verzoeker op het ogenblik van de indiening van de aanvraag door de bijlage 49 was toegelaten of gemachtigd tot een verblijf in het Rijk voor een periode die negentig dagen niet overschrijdt “overeenkomstig titel I, hoofdstuk II”, of voor een periode van meer dan negentig dagen “overeenkomstig titel II, hoofdstukken III en VI”.
Uit de bewoordingen van de bijlage 49 blijkt dat deze in het voorliggende geval werd afgegeven louter in afwachting van een beslissing met betrekking tot de vernieuwing van een eerdere aanvraag tot vernieuwing van een gecombineerde vergunning. Het gaat niet om een bijlage 49 die werd afgeleverd na een positieve beslissing van DVZ. Bijgevolg heeft deze bijlage enkel de draagwijdte van een voorlopig verblijfsdocument en valt zij niet onder de bewoordingen van artikel 61/25-5, § 1, 3° Vw. De bijlage 49 is hier dus geen toelating of machtiging tot verblijf.
De vraag of verzoeker de bijlage 49 oneigenlijk bekwam is door het bovenstaande volgens de RvV overtollig.