Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 337.990 - 17-12-2025

Samenvatting

De Verblijfswet definieert iemand als ondergedoken indien hij zich opzettelijk onttrekt aan de autoriteiten die belast zijn met de uitvoering van de overdracht, teneinde deze overdracht te voorkomen [...].

Een vreemdeling kan worden gezien als ondergedoken onder meer:

°3 indien de vreemdeling zich niet heeft aangeboden op de gesprekken die voor het aanklampende begeleidingstraject in het kader van een overdrachtsprocedure in de zin van artikel 74/25 zijn gepland en daarvoor geen geldige reden schriftelijk heeft meegedeeld binnen de drie werkdagen

°5 indien de vreemdeling de minder dwingende maatregel voor vasthouding [...] niet heeft gerespecteerd.

De DVZ motiveerde dat verzoeker werd geacht te zijn ondergedoken op basis van dit laatste punt.

In huidige zaak was verzoeker aanwezig op de gesprekken in het kader van het aanklampend begeleidingstraject ICAM, maar kwam hij niet naar de afspraak in het kader van de gedwongen overdracht. De vraag stelt zich dus of het niet komen opdagen voor deze laatste afspraak, kan worden gezien als onderduiken. 

Hoewel de verlenging niet op deze basis is gemotiveerd, werpt verzoeker op dat de afspraak in het kader van de gedwongen overdracht, geen onderdeel meer uitmaakt van het aanklampende begeleidingstraject. Bijgevolg mag DVZ zich niet beroepen op artikel 51/5 §6 °3 om verzoeker als ondergedoken te beschouwen. Verzoeker is namelijk wél naar beide interviews geweest in het kader van het aanklampend begeleidingstraject.

De Raad treedt verzoeker hierin bij. Hij baseert zich hier op het feit dat:

  • De begeleiding door de ICAM coach werd stopgezet voor verzoeker werd uitgenodigd voor de afspraak in het kader van de gedwongen overdracht
  • Duidelijk blijkt uit de uitnodiging dat het niet gaat om een begeleidingstraject in de zin van artikel 74/25 Vw: verzoeker dient zich aan te bieden met oog op de organisatie van de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat met vasthouding in een gesloten centrum ten dien einde.

De RvV treedt verzoeker ook bij in de vaststelling dat nergens in de bestreden beslissing wordt gespecifieerd welke minder dwingende maatregel voor vasthouding verzoeker niet zou hebben gerespecteerd.  Dit blijkt in geen geval uit het administratief dossier. 

Ten slotte is de Raad ook van mening dat het feit dat verzoeker zich 2 dagen voor de beslissing tot verlenging van de overdrachtstermijn, heeft aangeboden bij DVZ, in rekening had moeten worden genomen bij de beoordeling tot onderduiken.

De beslissing tot verlenging van de overdrachtstermijn wordt vernietigd. Verzoeker kan niet worden beschouwd als ondergedoken en er bestaat bijgevolg geen grond voor de verlenging.