Samenvatting
Art. 51/8, derde lid Vw. bepaalt dat een beslissing om een asielaanvraag niet in aanmerking te nemen alleen vatbaar is voor een beroep tot nietigverklaring bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en dat er geen vordering tot schorsing van die beslissing kan ingesteld worden. Gelet op het gestelde in het arrest van het Arbitragehof nr. 61/94 van 14 juli 1994 is de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen slechts bevoegd om van een vordering tot schorsing kennis te nemen mocht aangetoond worden dat de nieuwe asielaanvraag wel degelijk op nieuwe gegevens is gesteund. Het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 81/2008 stelt dat de interpretatie die het Hof in zijn arresten nr. 61/94 en 83/94 gaf aan het vroegere art. 50, evenzeer geldt ten aanzien van het nieuwe artikel 51/8 Vw. Dit impliceert dat verzoeker minstens een middel moet aanvoeren waarin hij de inhoudelijke onwettigheid van beslissing aanvecht en derhalve bestwist dat de beslissende overheid ten onrechte de door hem aangevoerde nieuwe gegevens buiten beschouwing laat. Dit is in casu het geval. Het medisch attest dat neergelegd werd ter ondersteuning van de tweede asielaanvraag vormt een nieuw element aangezien op grond hiervan niet uitgesloten kan worden dat de motieven die de weigeringsbeslissing onderbouwden, zoals tegenstrijdigheden en vaagheden, het gevolg zijn van zijn psychologische toestand