Samenvatting
De bestreden beslissing steunt op de afwezigheid van een geloofwaardig asielrelaas wegens incoherentie en onnauwkeurigheid in de opeenvolgende verklaringen. De verweerder meent dat de verzoeker de gegronde vrees voor vervolging niet aantoont. De gevangenschap van de verzoeker in Rwanda tussen oktober 1994 en november 2001 niettegenstaande zijn minderjarigheid, wordt door de verweerder niet in twijfel getrokken. De mishandelingen die de verzoeker tijdens zijn gevangenschap heeft ondergaan, worden niet in twijfel getrokken. Deze mishandelingen hebben psychologische littekens nagelaten volgens een vertrouwelijk medisch rapport van het HCR. Conform artikel 57/7bis Vw. wordt het feit dat een asielzoeker in het verleden reeds werd vervolgd, reeds ernstige schade heeft ondergaan of reeds rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of schade beschouwd als een duidelijke indicatie van de gegronde vrees voor vervolging of voor het reëel risico om ernstige schade te ondergaan, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen en dat ze niet op zich een gegronde vrees voor vervolging uitmaken. In deze zaak toont de verzoeker aan vervolgd te zijn geweest. De verwerende partij toont niet aan dat er goede redenen zouden bestaan om aan te nemen dat deze vervolging zich niet meer zal voordoen. In het stadium van het onderzoek moet men er achter komen of de asielzoeker wel of niet redenen heeft om te vrezen voor vervolging in de zin van de Conventie van Genève. Als het onderzoek van de geloofwaardigheid in de regel een noodzakelijke stap is om hierop een antwoord te kunnen geven, moet men vermijden dat deze fase de vraag zelf verbergt. De verklaring van de twijfel vervangt niet de ondervraging in fine over het bestaan van een vrees om vervolgd te worden als die vrees voldoende vaststaat, niettegenstaande deze twijfel, op basis van elementen die zeker zijn. De gevangenschap van zeven jaar, ondanks zijn minderjarigheid, moet voor zeker worden gehouden. De verzoekende partij verwijst naar verschillende getuigenissen in het dossier die bepaalde elementen van het asielrelaas accrediteren. Als er al twijfel blijft bestaat over enkele aspecten van het asielrelaas, meent de Raad dat er voldoende aanwijzingen bestaan over de gegrondheid van de vrees voor de Rwandese autoriteiten om hem het voordeel van de twijfel te geven. De hoedanigheid van vluchteling wordt toegekend.