Samenvatting
De verzoeker betwist dat hij niet zou voldoen aan de ononderbroken verblijfsvoorwaarde zoals vereist door de vernietigde instructie. Hij voert aan dat geen rekening werd gehouden met de stukken die hij voorlegde inzake zijn integratie terwijl de verwerende partij rekening moet houden met alle stukken. De verzoeker voegde bij zijn regularisatieaanvraag een identiteitsbewijs, zijn huidige verblijfstitel, stukken in verband met zijn kennis van de Nederlandse taal, zijn studies bij Groep T en aan de KULeuven, zijn diploma’s, een attest van tewerkstelling bij Groep T, een loonfiche, zijn drie arbeidskaarten en verschillende aanbevelingsbrieven (het criterium werk en duurzame lokale verankering). Uit de bestreden beslissing blijkt dat de aanvraag om machtiging tot verblijf uitsluitend ongegrond is verklaard omdat niet aan de voorwaarden uit de vernietigde instructie is voldaan. Er is niet voldaan aan de voorwaarde van ononderbroken verblijf en aan de voorwaarde van het voorleggen van een arbeidscontract. De elementen met betrekking tot zijn integratie worden niet in overweging genomen omdat deze niets afdoen aan de cumulatieve voorwaarden van de instructie. Deze voorwaarden worden als een dwingende regel toegepast. Hierdoor beschikt de bevoegde staatssecretaris over geen enkele appreciatiemogelijkheid meer. Dit is in strijd met diens discretionaire bevoegdheid. Artikel 9bis Vw. bevat geen voorwaarde inzake ononderbroken verblijfsduur, noch een voorwaarde inzake het voorleggen van een arbeidscontract, zodat in casu voorwaarden toegevoegd werden aan de wet. De schending van artikel 9bis Vw. wordt aangenomen. De bestreden beslissing wordt vernietigd.