Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 81.368 - 15-05-2012

Samenvatting

De verzoekende partij is van haar vrijheid beroofd met het oog op verwijdering naar Hongarije. Ze is het voorwerp van een verwijderingsmaatregel waarvan de tenuitvoerlegging imminent is. De uiterst dringende noodzakelijkheid wordt niet betwist. De verzoekende partij stelt dat zij ingeval van overname door Hongarije op basis van de Dublinverordening zal opgesloten worden en geen adequate asielprocedure kan doorlopen. Deze stelling vindt prima facie steun in de bijgebrachte stukken. De landeninformatie, in het bijzonder van het UNHCR die dateert van april 2012, was beschikbaar voor de verwerende partij op het tijdstip dat zij de bestreden beslissing nam. Op basis van deze informatie kon de verwerende partij de werking van het asielstelsel in Hongarije, de verantwoordelijke lidstaat, beoordelen zodat zij de risico's kon inschatten. De verzoekende partij lijkt een verdedigbare grief op basis van artikel 3 EVRM te hebben. Het middel lijkt ernstig. leder redelijk denkend mens ziet onmiddellijk in dat de verzoekende partij door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te ondergaan. Het is niet uit te sluiten dal zij door de tekortkomingen in de Hongaarse asielprocedure en de detentie in Hongarije het voorwerp dreigt te zijn of worden van een onmenselijke behandeling. Dit nadeel is evident ernstig en moeilijk te herstellen