Samenvatting
Zoals hoger aangehaald vereist artikel 9, al. 2 Vreemdelingenwet wel dat de aanvraag tot machtiging wordt gedaan bij een Belgische diplomatieke of consulaire post, doch is hierin niet opgenomen dat de indiening van deze aanvraag persoonlijk dient te gebeuren. Ook voorziet deze bepalingen hierop uitzonderingen, onder meer op basis van internationaalrechtelijke bepalingen.
Een uitzondering werd reeds aanvaard door het Europees Hof van Justitie (arrest van 18 april 2023) in gevallen van gezinshereniging waarin het persoonlijk indienen van een aanvraag tot het bekomen van een visum onmogelijk of zeer moeilijk is. Klaarblijkend werd dit in het verleden voor Gaza reeds toegepast door verweerder, doch is hieraan sinds de lsraëlische operaties in de Palestijnse gebieden een einde gekomen. Eisers verwijzen hiernaar in besluiten (p. 43 en volgende) en dit wordt op zich niet betwist (hiernaar wordt ook verwezen in het arrest van het hof van beroep te Brussel van 30 december 2024, stuk 24 eisers).
Eisers beroepen zich onder meer op art. 8 EVRM. Hoewel de vraag of voldaan is aan de voorwaarden van deze bepaling het voorwerp zal uitmaken van de beoordeling ten gronde van de aanvraag van eisers, komt deze argumentatie prima facie, rekening houdende met de door eisers aangevoerde feiten (het zijn minderjarigen, zij zijn gewond geraakt bij een aanval en waren afhankelijk van X toen deze nog in Gaza verbleef) en de ruime invulling die in specifieke omstandigheden kan gegeven worden aan het begrip gezin onder art. 8 EVRM (het kerngezin, tenzij er zoals in deze sprake is van een bijzondere situatie van afhankelijkheid, zie recent E.H.R.M. 10 december 2024 (zaak Martinez Alverado t. Nederland), overwegingen 35-45) voor ais een voldoende schijn van recht dat zij zich al minstens kunnen beroepen op het recht om een humanitair visum aan te vragen.
Zoals reeds aangehaald betreft huidige discussie enkel de mogelijkheid om de aanvraag op afstand te kunnen doen omwille van de onmogelijkheid deze in persoon te doen. Hierbij wordt geen uitspraak gedaan over de verdere afhandeling van het dossier, noch de verplichting om nadien in persoon te verschijnen (ter verificatie van het dossier, voor het nemen van vingerafdrukken, etc.).
De vordering is bijgevolg gegrond in de mate dat eisers vorderen hen de toelating te geven een verzoek tot afgifte van een humanitair visum op afstand te doen. Over de wijze waarop dit dossier verder dient beoordeeld te worden, kan geen uitspraak worden gedaan.
Een periode van twee werkdagen voor het registreren van deze aanvraag is redelijk.