Rechtspraak

(B.F. t. Griekenland) Schending artikel 3 EVRM (inhoudelijk)
Onmenselijke en vernederende behandeling
Detentie van de verzoeker, in afwachting van uitzetting, gedurende twee maanden en achttien dagen in een Grieks politiebureau zonder de voorzieningen die vereist zijn voor langdurige detentie
Schending artikel 13 (+ art. 3) EVRM
Geen inhoudelijke rechterlijke toetsing van de klachten van de verzoeker over de detentieomstandigheden, gezondheid en toereikendheid van medische zorg
Ontbreken van een effectief rechtsmiddel
Geen schending artikel 5 § 1 EVRM
Vrijheidsbeneming
Detentie van de verzoeker in afwachting van uitzetting overeenkomstig de nationale wetgeving
Goede trouw
Geen bewijs van gebrek aan zorgvuldigheid
Tekortkomingen in de detentieomstandigheden ondermijnden niet het verband tussen de wettelijke grondslag en de uitvoering ervan, zodat deze willekeurig zou worden
Duur van de detentie niet buitensporig
(Coulibaly t. België) Geen schending artikel 5§4 EVRM (recht op een effectief rechtsmiddel bij detentie)
Beroep van de verzoeker tegen een beslissing tot inbewaringstelling, “zonder voorwerp” vanwege het nemen van een nieuwe detentiebeslissing
Beslissing tot opnieuw opsluiten, zelfstandige detentietitel, naar aanleiding van de weigering van de verzoeker om te worden gerepatrieerd en gebaseerd op een andere grond dan de beslissing tot inbewaringstelling
Beroep door het Hof van Cassatie “zonder voorwerp” verklaard vanwege zijn repatriëring
(Bilalova e.a. tegen Polen) Artikel 5, lid 1, onder f)
Uitzetting
Onregelmatige verlenging van de detentie van kinderen na afwijzing van de vluchtelingenstatus
Plaatsing in een gevangenisachtige structuur
alternatieve maatregelen niet overwogen
Gebrek aan zorgvuldigheidseisen van autoriteiten om de duur van de detentie van de kinderen tot het strikte minimum te beperken
Geen schending artikel 3 EVRM