Je komt werken als zelfstandige

In het kort

Je kan een verblijfsrecht krijgen als je wil werken als zelfstandige. Om te kunnen werken als zelfstandige moet je eerst een beroepskaart aanvragen, tenzij je bent vrijgesteld van de beroepskaart.

Je krijgt een verblijfsrecht als arbeidsmigrant. Dat wil zeggen dat je naar België komt met het doel om er te werken, vandaar arbeidsmigrant. Je start de procedure in principe op in het buitenland. Soms ben je al in België met een geldig kort of lang verblijfsrecht. Dan kan je in België een omzetting vragen naar het verblijfsrecht als arbeidsmigrant. Dat heet statuutswijziging.

Beroepskaart als zelfstandige

Als je een verblijfsrecht als arbeidsmigrant wil voor een activiteit als zelfstandige, dan moet je een beroepskaart hebben. De voorwaarden verschillen per gewest.

Je kan ook vrijgesteld zijn van de verplichting een beroepskaart te hebben, bijvoorbeeld als Unieburger.

Als je een verblijfsrecht als arbeidsmigrant wil voor een activiteit als zelfstandige, dan moet je een beroepskaart hebben. De voorwaarden verschillen per gewest.

Je kan ook vrijgesteld zijn van de verplichting een beroepskaart te hebben, bijvoorbeeld als Unieburger.

Om naar België te komen voor meer dan 90 dagen als zelfstandige, moet je een visum type D hebben. Dat visum kan je aanvragen als je een beroepskaart ontvangen hebt of met het bewijs dat je bent vrijgesteld van beroepskaart. Na aankomst in België vraag je een elektronische A kaart aan bij de gemeente. 

Je kan de elektronische A kaart ook vanuit België aanvragen als je een wettig kort of lang verblijf hebt. Als je bent vrijgesteld van beroepskaart kan je in principe ook een visum type C aanvragen en vervolgens de statuutwijziging aanvragen vanuit je kort verblijf in België. 

Opmerking: het is mogelijk om een beroepskaart aan te vragen vanuit een wettig kort verblijf. Het is echter niet zeker dat je de beroepskaart ook binnen dit wettig kort verblijf zal ontvangen, omwille van de (lange) behandelingstermijnen bij de gewesten. Je kan in dat geval je A kaart enkel vanuit België aanvragen als je op het ogenblik van het ontvangen van de beroepskaart ook nog in wettig kort verblijf bent (of een ander lang verblijfsrecht hebt). Als je wettig kort verblijf verlopen is, voordat je de beroepskaart hebt ontvangen, moet je met de beroepskaart een visum type D vragen bij de ambassade.

Om in België te komen werken als zelfstandige voor een periode minder dan 90 dagen heb je ook een beroepskaart nodig, tenzij je bent vrijgesteld van de beroepskaart.

Met de beroepskaart of bewijs van vrijstelling van beroepskaart, vraag je een visum type C aan bij de ambassade, tenzij je bent vrijgesteld van visumplicht voor kort verblijf op basis van je nationaliteit. Het reisdoel voor kort verblijf is in dit geval de (korte) tewerkstelling als zelfstandige.

Bij aankomst in België dien je je binnen de 3 dagen bij de gemeente te melden voor een aankomstverklaring (bijlage 3), tenzij je bent vrijgesteld van deze verplichting omdat je in een hotel, pension, camping, jeugdherberg, ... verblijft.

Lees hier meer over kort verblijf.

Overzicht procedure vanuit het buitenland

Je vraagt een beroepskaart aan in het buitenland. Tenzij je bent vrijgesteld van beroepskaart. Hoe je de beroepskaart aanvraagt hangt af van in welke gewest je je zelfstandige activiteit wilt vestigen. Als je die beroepskaart hebt, dan vraag je een visum type D aan. Met dat visum kan je naar België reizen. Je vraagt het visum aan bij de Belgische diplomatieke of consulaire post.

Als je bent vrijgesteld van beroepskaart, dan kan je ook naar België komen met een visum voor kort verblijf, als je visumplichtig bent. Je hebt in dat geval dus geen visum type D nodig. Als je niet visumplichtig bent voor een kort verblijf, kan je zonder visum naar België komen. Je vraagt dan vanuit je kort verblijf een statuutwijziging aan bij de gemeente indien je voor meer dan 90 dagen naar België komt.

Ben je 18 jaar of ouder, dan moet je 229 euro betalen als bijdrage in de administratieve kosten voor de behandeling van je aanvraag. Bepaalde personen zijn vrijgesteld. 

Jijzelf, of een derde persoon, schrijft dit bedrag over op bankrekening BE57 6792 0060 9235 van de Dienst Vreemdelingenzaken. In de mededeling vermeld je je naam, voornaam, geboortedatum en nationaliteit. Voor de mededeling moet je volgende structuur gebruiken: NaamVoornaamNationaliteitDDMMJJJJ.

Voor elk gezinslid dat 18 jaar is of ouder, is een aparte overschrijving vereist. Als bewijs van betaling kan je bijvoorbeeld een rekeninguittreksel of een stortingsbewijs met stempel van de post voorleggen.

Het bewijs dat je je bijdrage in de administratieve kosten voor de behandeling van je aanvraag betaald hebt, leg je voor op de Belgische diplomatieke post.

Leg je geen betalingsbewijs voor, en kan je niet aantonen dat je daarvan vrijgesteld bent, dan verklaart de ambassade of de DVZ je aanvraag onontvankelijk. Je krijgt dan een bijlage 42. Dat is een beslissing van niet-ontvankelijkheid.

Leg je een betalingsbewijs voor waaruit blijkt dat je een gedeelte van de bijdrage betaald hebt, dan krijg je een bijlage 43. Je krijgt dan 30 dagen (te rekenen vanaf de dag na de kennisgeving van de beslissing) om het resterende bedrag te storten én om het bewijs daarvan voor te leggen.

De diplomatieke post stuurt een kopie van de bijlage 42 en 43  naar de DVZ. Tegen de bijlage 42 en 43 kan je een niet-schorsend beroep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Je dient je aanvraag in bij de bevoegde diplomatieke post.

Naast het betalingsbewijs, moet je volgende documenten voorleggen:

  • een geldig paspoort
  • een beroepskaart of het bewijs dat je bent vrijgesteld van beroepskaart
  • een medisch attest 'geen bedreiging volksgezondheid'
  • een bewijs van goed gedrag en zeden

Als je visum wordt goedgekeurd, levert de diplomatieke of consulaire post je een visum type D met vermelding “defpro na beroepskaart” af. Het visum wordt in je paspoort gekleefd.

Als je visum wordt geweigerd, kan je beroep aantekenen tegen die beslissing bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. 

Na je aankomst in België met een visum type D, ga je naar de gemeente. De gemeente schrijft je in. Je legt je visum en beroepskaart voor.

De gemeente geeft je een elektronische A kaart. 

Overzicht procedure in België

Normaal start je de procedure in het buitenland. Als je al een wettig kort of lang verblijfsrecht in België hebt, dan kan je je verblijfsrecht laten omzetten naar dat van arbeidsmigrant. Dit is een statuutswijziging.

Ben je 18 jaar of ouder, dan moet je 229 euro betalen als bijdrage in de administratieve kosten voor de behandeling van je aanvraag. Bepaalde personen zijn vrijgesteld. 

Jijzelf, of een derde persoon, schrijft dit bedrag over op bankrekening BE57 6792 0060 9235 van de Dienst Vreemdelingenzaken. In de mededeling vermeld je je naam, voornaam, geboortedatum en nationaliteit. Voor de mededeling moet je volgende structuur gebruiken: NaamVoornaamNationaliteitDDMMJJJJ.

Voor elk gezinslid dat 18 jaar is of ouder, is een aparte overschrijving vereist. Als bewijs van betaling kan je bijvoorbeeld een een rekeninguittreksel of een stortingsbewijs met stempel van de post voorleggen.

Je vraagt een beroepskaart aan, tenzij je bent vrijgesteld van beroepskaart. Je kan een beroepskaart enkel vanuit België aanvragen als je al een tijdelijk verblijfsrecht hebt. Hoe je de beroepskaart aanvraagt hangt af van in welke gewest je je zelfstandige activiteit wilt vestigen. De info daarover vind je hier.

Je doet de aanvraag voor de statuutswijziging bij de gemeente.

Opmerking: het is mogelijk om een beroepskaart aan te vragen vanuit een wettig kort verblijf. Het is echter niet zeker dat je de beroepskaart ook binnen dit wettig kort verblijf zal ontvangen, omwille van de (lange) behandelingstermijnen bij de gewesten. Je kan in dat geval je A kaart enkel vanuit België aanvragen als je op het ogenblik van het ontvangen van de beroepskaart ook nog in wettig kort verblijf bent (of een ander lang verblijfsrecht hebt). Als je wettig kort verblijf verlopen is, voordat je de beroepskaart hebt ontvangen, moet je met de beroepskaart een visum type D vragen bij de ambassade.

Je moet deze documenten voorleggen:

  • een betalingsbewijs van je bijdrage in administratieve kosten
  • je beroepskaart of het bewijs dat je vrijgesteld bent van beroepskaart
  • een medisch attest 'geen bedreiging volksgezondheid'
  • een bewijs van goed gedrag en zeden
De gemeente gaat na of je bijdrage in de administratieve kosten betaald is

De gemeente zal je eerst vragen het bewijs dat je je bijdrage in de administratieve kosten voor de behandeling van je aanvraag betaald hebt, voor te leggen.

Leg je geen betalingsbewijs voor, en kan je niet aantonen dat je daarvan vrijgesteld bent, dan verklaart de gemeente je aanvraag onontvankelijk. Je krijgt dan een bijlage 42. Dat is een beslissing van niet-ontvankelijkheid.

Leg je een betalingsbewijs voor waaruit blijkt dat je een gedeelte van de bijdrage betaald hebt, dan krijg je een bijlage 43. Je krijgt dan 30 dagen (te rekenen vanaf de dag na de kennisgeving van de beslissing) om het resterende bedrag te storten én om het bewijs daarvan voor te leggen.

De gemeente stuurt een kopie van de bijlage 42 en 43 naar de DVZ. Tegen de bijlage 42 en 43 kan je een niet-schorsend beroep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

De gemeente gaat de voorwaarden na

De gemeente doet een woonstcontrole om na te gaan of je op het grondgebied van de gemeente woont.

De gemeente heeft zelf de bevoegdheid om alle documenten na te kijken en om je een verblijfsdocument te geven.

Als je aan alle voorwaarden voldoet, dan schrijft de gemeente je onmiddellijk in in het vreemdelingenregister. De gemeente geeft je een elektronische A kaart.

De gemeente neemt je aanvraag niet in overweging als:

  • je geen wettig verblijf hebt
  • je niet alle documenten kan voorleggen
  • de woonstcontrole negatief is

De gemeente neemt dan een beslissing van niet-inoverwegingname. Je ontvangt dan een bijlage 40. De DVZ krijgt een kopie.

Verblijfsrecht als zelfstandige-arbeidsmigrant

Als zelfstandige-arbeidsmigrant krijg je een tijdelijk verblijfsrecht. Na enkele jaren kan dit onder bepaalde voorwaarden omgezet worden naar een onbeperkt verblijfsrecht.

Als je een beroepskaart hebt gekregen voor een tewerkstelling van maximaal 90 dagen of vrijgesteld bent van de beroepskaart voor deze tewerkstelling, valt je verblijf onder kort verblijf. Met de beroepskaart of bewijs van vrijstelling van beroepskaart, vraag je een visum type C aan bij de ambassade, tenzij je bent vrijgesteld van visumplicht voor kort verblijf op basis van je nationaliteit. Het reisdoel voor kort verblijf is in dit geval de (korte) tewerkstelling als zelfstandige.

Bij aankomst in België dien je je binnen de 3 dagen bij de gemeente te melden voor een aankomstverklaring (bijlage 3), tenzij je bent vrijgesteld van deze verplichtingomdat je in een hotel, pension, camping, jeugdherberg, ... verblijft.

Lees hier meer over kort verblijf.

Als je een beroepskaart hebt gekregen voor meer dan 90 dagen of vrijgesteld van de beroepskaart voor deze tewerkstelling, krijg je als zelfstandige een tijdelijk verblijfsrecht.

Je vraagt bij de gemeente een elektronische A kaart. Die kaart is geldig voor de duur van je beroepskaart + 3 maanden. 

Je kan je verblijfsrecht vernieuwen zolang je een geldige beroepskaart hebt. Je moet aantonen dat je nog altijd een zelfstandige activiteit uitoefent. Je bewijst dat met betalingsbewijzen van de personenbelasting, de btw, en de RSZ-bijdragen.

Als je 5 jaar als zelfstandige werkt en verblijft in België, dan kan DVZ je een verblijfsrecht van onbepaalde duur toekennen. Dit is echter een gunst, geen recht.

Als DVZ je een verblijfsrecht van onbepaalde duur toekent, krijg je een elektronische B kaart.

DVZ kan je verblijfsrecht beëindigen in de volgende gevallen:

  • je bent niet langer zelfstandige.
  • je bent een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Je gedrag moet een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging zijn voor een fundamenteel belang van de samenleving.

In principe moet je ook redelijke integratie-inspanningen leveren om je verblijfsrecht te behouden. DVZ kan weigeren om je verblijfstitel te vernieuwen of een einde maken aan je verblijfsrecht als je geen redelijke integratie-inspanningen doet. Het niet bewijzen van integratie-inspanningen alleen is nooit voldoende voor DVZ om een verblijf te beëindigen. Er zijn ook steeds andere beëindigingsgronden nodig. Werken als werknemer, zelfstandige of ambtenaar is op zich wel een bewijs van integratie-inspanning.

DVZ kan je daarnaast je verblijf retroactief intrekken als je voor het verkrijgen van je machtiging tot verblijf

  • valse of misleidende informatie of valse of vervalste documenten hebt gebruikt
  • fraude hebt gepleegd of
  • andere onwettige middelen hebt gebruikt die bijgedragen hebben tot het verkrijgen van je verblijf

Voordat de minister of DVZ je verblijfsrecht beëindigt of intrekt zal hij je schriftelijk vragen om eventuele relevante informatie, die het nemen van de beslissing kan verhinderen of beïnvloeden, over te maken. Op de hoorplicht bestaan wel een aantal wettelijke uitzonderingen. Ook moet de minister of DVZ altijd rekening houden met de volgende elementen:

  • de aard en de hechtheid van je gezinsband
  • de duur van je verblijf in België
  • het bestaan van familiale, culturele of sociale banden met je land van herkomst

Als je verblijfsrecht beëindigd wordt om redenen van openbare orde of nationale veiligheid, moet de minister of DVZ altijd rekening houden met:

  • de ernst of de aard van de inbreuk op de openbare orde of nationale veiligheid
  • het gevaar dat van je uitgaat 
  • de duur van je verblijf in België
  • het bestaan van banden met België
  • het ontbreken van banden met je land van oorsprong
  • je leeftijd
  • de gevolgen voor jou en je familieleden

In principe krijg je 15 dagen de tijd vanaf de ontvangst van de brief van de minister of DVZ om relevante informatie schriftelijk over te maken. Heb je belangrijke informatie over je banden met België? Of over je gezinssituatie? Dan meld je dat best in je antwoord, samen met de bewijzen hiervan

Je krijgt een bevel om het grondgebied te verlaten.

Je kan in beroep gaan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Het beroep zelf is niet automatisch schorsend. Je moet bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de schorsing vragen.