HvJ: gewone verblijfplaats van diplomaat in principe niet in de ontvangende staat
In het kort
In arrest C-61/24 van 20-3-2025 oordeelt het Hof van Justitie dat de diplomatieke status van één van de echtgenoten zich er in principe tegen verzet dat de gewone verblijfplaats van de echtgenoten in de ontvangende staat ligt.
Twee Duitse onderdanen verhuizen naar Rusland voor de diplomatieke functie van de man. Wanneer het echtpaar uit elkaar gaat, verhuist de vrouw terug definitief naar Duitsland. De man dient een verzoek tot echtscheiding in bij de Duitse rechtbank. Om te bepalen welk recht van toepassing is, dient deze eerst uit te klaren wat de gewone verblijfplaats van het echtpaar is conform Rome III Verordening . De vraag die zich in het bijzonder stelt is: Hoe dient, in het kader van een diplomatieke zending, het verblijf in de ontvangende staat in de beoordeling van het begrip gewone verblijfplaats meegenomen te worden? Hierover stelt de rechter een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie.
Het Hof oordeelt dat de status van de diplomatieke ambtenaar zich er in principe tegen verzet dat de gewone verblijfplaats van de echtgenoten in de ontvangende staat ligt. De beoordeling dient echter te gebeuren op basis van de feitelijke omstandigheden. Als uit een globale beoordeling blijkt dat de echtgenoten de bedoeling hebben om hun voornaamste belangen in de ontvangende staat te vestigen en er met een voldoende mate van bestendigheid aanwezig zijn, geldt dat principe niet. In die beoordeling dient de rechter rekening te houden met de duur van de fysieke aanwezigheid op het grondgebied en de sociale en familiale integratie in die staat.