Loonnormen voor arbeidsmigratie
De meeste loonbedragen voor 2026 in het Vlaams en Brussels Hoofdstedelijk gewest zijn nog niet beschikbaar. Deze worden immers bepaald aan de hand van een percentage van het gemiddelde bruto loon dat door STATBEL berekend wordt. STATBEL heeft zijn nieuwe statistieken echter nog niet bekendgemaakt. In afwachting van nieuwe cijfers worden de lonen van 2025 nog steeds toegepast.
Recente updates:
- Op 4-6-2026 werd het minimumbedrag om als betaalde sportbeoefenaar te worden beschouwd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Dit bedrag dient als basis om de loonnorm voor beroepssporters in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te bepalen. Het bedrag blijft ongewijzigd en geldt nu tot 30 juni 2027.
- Op 1-4-2026 steeg het GGMMI. Het gaat om een geplande verhoging uit het sociaal akkoord 2021, door middel van CAO 43/18 van 24 maart 2026.
- Voor zelfstandigen die een beroepskaart aanvragen, past het Vlaams Gewest vanaf 1-4-2026 een referentiebedrag van 110% van het GGMMI toe bij het beoordelen van de voorwaarde van stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen. Dit bedrag is door de wetswijziging in het kader van gezinshereniging, waar de Vlaamse beroepskaartenreglementering naar verwijst, in principe al van toepassing sinds 18-8-2025. In de praktijk werd tot 1-4-2026 echter nog het oude referentiebedrag van 120% van het leefloon toegepast bij aanvragen voor een beroepskaart.
In het kort
Voor bepaalde categorieën arbeidsmigranten gelden specifieke minimumlonen. Deze worden jaarlijks aangepast. Voor categorieën waarvoor geen specifiek loon geldt, is het gemiddeld gewaarborgde maandelijks minimuminkomen (GGMMI) de ondergrens. In dit bericht geven we een overzicht van de relevante bedragen.
Vlaams Gewest
In het Vlaams Gewest gelden voor bepaalde categorieën arbeidsmigranten minimum bruto jaarlonen. Deze meeste van deze loonnormen worden berekend aan de hand van een percentage van het gemiddeld bruto jaarloon in België. De van toepassing zijnde bedragen worden in principe elk jaar op 1 januari aangepast aan de meest recente cijfers van het Belgische statistiekbureau (STATBEL). STATBEL heeft eind 2025 echter geen nieuwe cijfers gepubliceerd. In afwachting van nieuwe statistieken worden de lonen van 2025 nog steeds toegepast.
Momenteel bedraagt het basisbedrag voor de berekening 48.912 euro. Concreet zijn vanaf 1 januari 2025 de volgende loondrempels van toepassing:
- Leidinggevenden: 160%, zijnde 78.259 euro
- Hooggeschoolden: 100%, zijnde 48.912 euro
- Voor hooggeschoolden < 30 jaar, verpleegkundigen en leerkrachten wordt dit verlaagd naar 80%, zijnde 39.129,60 euro. Deze verlaging geldt niet in het geval van detachering.
- Europese Blauwe Kaart: 130%, zijnde 63.586 euro
- Intra-Corporate Transferees (ICT):
- Leidinggevende-ICT: 160%, zijnde 78.259 euro
- Specialist-ICT: 100%, zijnde 48.912 euro
- Stagiair-werknemer-ICT: 100%, zijnde 48.912 euro
- Schouwspelartiesten moeten een door het Vlaams Besluit van 7 december 2018 vastgelegd bedrag verdienen dat jaarlijks geïndexeerd wordt. Voor 2026 bedraagt dit 43.631 euro.
- Beroepssporters en -trainers moeten een door het Vlaams Besluit van 7 december 2018 vastgelegd bedrag verdienen dat jaarlijks geïndexeerd wordt. Voor 2026 bedraagt dit 104.067 euro. Voor trainers zonder arbeidsovereenkomst voor beroepssporters, wordt dit bedrag gehalveerd, zijnde 52.083,50 euro.
Als het gaat om een tewerkstelling met een Belgische arbeidsovereenkomst, deel je het bruto jaarloon door 13,92 om het bruto maandloon te berekenen. Zo hou je rekening met de 13e maand en het vakantiegeld. Als het gaat om detachering met een buitenlandse arbeidsovereenkomst, deel je het bruto jaarloon door 12.
Zelfstandigen die een beroepskaart aanvragen in het Vlaams Gewest moeten bewijzen dat zij zullen beschikken over stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen vanaf de toekenning van de beroepskaart. Het referentiebedrag hiervoor is 110% van het gemiddeld gewaarborgd maandelijks minimuminkomen (GGMMI). Momenteel bedraagt dat 2.408,79 euro netto/maand.
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden de meeste loonnormen berekend aan de hand van een percentage van het gemiddeld bruto maandloon in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De van toepassing zijnde bedragen worden in principe elk jaar op 1 januari aangepast aan de meest recente cijfers van het Belgische statistiekbureau (STATBEL). STATBEL heeft eind 2025 echter geen nieuwe cijfers gepubliceerd. In afwachting van nieuwe statistieken worden de lonen van 2025 nog steeds toegepast.
Momenteel bedraagt het basisbedrag voor de berekening 4.748,00 euro. Concreet zijn vanaf 1 januari 2025 de volgende loondrempels van toepassing:
- Hogere kaderleden: 140%, zijnde 6.647,20 euro
- Hooggeschoolden: 78%, zijnde 3.703,44 euro
- Europese Blauwe Kaart: 100%, zijnde 4.748,00 euro
- Intra-Corporate Transferees (ICT):
- Leidinggevende-ICT: 115%, zijnde 5.460,20 euro
- Specialist-ICT: 95%, zijnde 4.510,60 euro
- Stagiair-werknemer-ICT: 55%, zijnde 2.611,40 euro
- Schouwspelartiest: 65%, zijnde 3.086,20 euro
- Beroepssporters en -trainers moeten op jaarbasis minimaal het achtvoudige van de minimale maandelijkse bezoldiging voor beroepssporters verdienen. Tot 30 juni 2027 bedraagt dit 88.320 euro bruto per jaar.
Gemiddeld gewaarborgde maandelijks minimuminkomen (GGMMI)
Voor de categorieën waarvoor geen specifiek minimuminkomen geldt, is het gemiddeld gewaarborgde maandelijks minimuminkomen de ondergrens, zowel in het Vlaams Gewest als in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Als er in de sector in kwestie andere barema’s gelden, zijn deze van toepassing.
Het GGMMI is vastgelegd in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43/18 van 24 maart 2026 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen. Sinds 1 april 2026 bedraagt dit 2.189,81 euro bruto per maand.