Minimuminkomen beroepssporters en -trainers in Brussels gewest en Duitstalige gemeenschap blijft ongewijzigd vanaf 1 juli 2024

In het kort

Beroepssporters en -trainers die een gecombineerde vergunning aanvragen in het Brussels Hoofdstedelijk gewest of de Duitstalige gemeenschap zijn vanaf 1-7-2024 vrijgesteld van arbeidsmarktonderzoek als zij minimaal 88.320 euro bruto per jaar verdienen. Het bedrag wijzigt dus niet in vergelijking met de periode van 1 juli 2023 tot 30 juni 2024.

Artikel 9, 11° van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 over de tewerkstelling van buitenlandse werknemers (versie Brussels Hoofdstedelijk gewest en versie Duitstalige gemeenschap) bepaalt immers dat zij hiervoor per jaar minimaal acht keer het minimale maandelijkse loon voor beroepssporters moeten verdienen. Artikel 2, § 1 van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars bepaalt dat dit bedrag jaarlijks in een koninklijk besluit wordt vastgelegd. Bij koninklijk besluit van 13 mei 2024 werd het maandelijks minimuminkomen voor beroepssporters voor de periode 1 juli 2024 tot 30 juni 2025 opnieuw vastgelegd op 11.040 euro.

In het Vlaams gewest en het Waals gewest (buiten Duitstalig gebied) wordt de minimumbezoldiging voor beroepssporters niet langer op basis van de bovenstaande regel berekend. Beroepssporters en -trainers die in Vlaanderen of Wallonië (buiten Duitstalig gebied) een gecombineerde vergunning aanvragen moeten in 2024 minimaal 98.356 euro bruto per jaar verdienen. Dit bedrag zal worden geïndexeerd op 1 januari 2025.