Nationaliteit: verjaringstermijn en gronden tot vervallenverklaring uitgebreid

In het kort

De wet van 8-2-2026 wijzigt de artikelen 23/1 en 23/2 van het Wetboek Belgische Nationaliteit (WBN). De lijst van misdrijven die aanleiding geven tot vervallenverklaring van nationaliteit wordt uitgebreid. Ook de verjaringstermijn van de vordering tot vervallenverklaring die in sommige gevallen voorzien is, wordt in bepaalde situaties verlengd naar 15 jaar. De strafrechter heeft voortaan ook de plicht om te oordelen over de vervallenverklaring van de nationaliteit wanneer iemand wordt veroordeeld voor terroristische misdrijven ook zonder vordering van het openbaar ministerie. 

Artikel 23/1 en 23/2 WBN gaan over vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit. Vervallenverklaring is het afnemen van de Belgische nationaliteit als straf. Vervallenverklaring wordt uitgesproken door de rechter en, behalve in het geval van veroordeling voor terroristische misdrijven, op vordering van het parket.

De artikels zijn aangepast aan het nieuw Strafwetboek: 

  • Er werden misdrijven toegevoegd aan de lijst met misdrijven die aanleiding kunnen geven tot vervallenverklaring (o.a. levens- en zedendelicten, feiten inzake georganiseerde criminaliteit waarbij de persoon een beslissende of leidinggevende rol heeft gespeeld,…), en
  • de verjaringstermijn van de vordering tot vervallenverklaring die in sommige gevallen voorzien is, is in specifieke situaties uitgebreid naar 15 jaar vanaf het verwerven van de Belgische nationaliteit.