Rb Brussel: Ghanees recht uitzonderlijk van toepassing op afstammingsband ten opzichte van Belgische vader

In het kort

Volgens de algemene verwijzingsregel is het Belgisch recht van toepassing bij de beoordeling van de afstammingsband ten opzichte van een Belgische vader. In dit geval oordeelt de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 18-11-2024 dat de situatie slechts een zeer zwakke band heeft met België en verklaart ze het Ghanees recht van toepassing. De nood aan voorspelbaarheid van het toepasselijk recht noopt daartoe. De rechtbank oordeelde over de erkenning van drie Ghanese geboorteaktes. Voor een Belgisch-Ghanees gezin stond de afstammingsband ten opzichte van de Belgische vader volgens Belgisch recht niet automatisch vast. De vader was ondertussen echter overleden en kon geen erkenning meer doen. De rechtbank paste artikel 19 Wetboek Internationaal Privaatrecht (WIPR) toe en verklaarde het Ghanees recht uitzonderlijk van toepassing op de afstamming ten opzichte van de Belgische vader, gezien de sterke banden met Ghana.

Belgische ambassade weigert inschrijving geboorteaktes

De kinderen van een Ghanese moeder en Belgische vader werden tussen 2007 en 2009 in Ghana geboren en geregistreerd in het geboorteregister. De vader stond wel vermeld in de geboorteaktes, maar het was alleen de moeder die de aangifte deed. Omdat de kinderen vóór het huwelijk van hun ouders in 2013 werden geboren, stelde de Belgische ambassade dat de vaderlijke afstammingsband volgens Belgisch recht niet kon worden vastgesteld op basis van een vaderschapsvermoeden binnen het huwelijk. Bij gebrek aan gezamenlijke aangifte of andere expliciete stap tot erkenning vaderschap weigerde de ambassade de erkenning van de Ghanese aktes. Ondertussen was de vader echter overleden waardoor een erkenning vaderschap niet meer mogelijk was.

Conflictenrechtelijke toets van buitenlandse geboorteaktes

Volgens artikel 27 WIPR kunnen buitenlandse authentieke aktes in België worden erkend als zij voldoen aan de vorm- en inhoudsvereisten van het toepasselijke recht voor zover het resultaat niet in strijd is met de openbare orde en geen wetsontduiking inhoudt.

In dit geval voldeden de Ghanese aktes van inschrijving in het geboorteregister aan de vormvoorschriften van het toepasslijk recht, het Ghanees recht. Voor de beoordeling van de grondvoorwaarden van de afstammingsband, wordt er op basis van artikel 62 WIPR echter gekeken naar het recht van de staat waarvan de persoon de nationaliteit heeft bij de geboorte van het kind of op het moment van de erkenning. In deze zaak was Belgisch recht van toepassing op de vaderlijke afstamming, aangezien de vader Belg was op het moment van de geboorte van de kinderen.

Volgens het Belgisch recht moet er een huwelijk, een erkenning of een gerechtelijke vaststelling van vaderschap aan de basis van een vaderlijke afstamming te liggen. Aangezien de kinderen vóór het huwelijk waren geboren en de inschrijving in het geboorteregister gebeurde op aangifte van alleen de moeder, was er geen sprake van een afstammingsband overeenkomstig het Belgische recht en kon de afstammingsband zoals die was opgenomen in de Ghanese aktes niet worden erkend.

Uitzonderlijke toepassing Ghanees recht op basis van artikel 19 WIPR

In dit geval oordeelde de rechter echter dat er uitzonderlijk kon worden afgeweken van de verwijzingsregel zoals opgenomen in artikel 62 WIPR. Op basis van artikel 19 WIPR is het immers toegelaten om van het aangewezen recht af te wijken wanneer er een zwakke band is met de Staat van het aangewezen recht en juist een sterke band met een andere Staat. Bij toepassing van dit artikel houdt de rechtbank rekening met:

  • de nood aan voorspelbaarheid van het toepasselijk recht en
  • de omstandigheid dat de betrokken rechtsverhouding geldig tot stand kwam volgens de regels van internationaal privaatrecht van Staten waarmee die rechtsverhouding verbonden was bij haar totstandkoming.

De rechtbank concludeerde dat de situatie een zwakke band had met België en eerder zeer nauw verbonden was met Ghana:

  • De kinderen zijn in Ghana geboren en wonen daar nog steeds.
  • De moeder en kinderen hebben de Ghanese nationaliteit.
  • De vader woonde en werkte in Ghana tot zijn overlijden in 2016 en vormde daar een gezin met de moeder en kinderen.

De rechtbank oordeelde dat, met het oog op de voorspelbaarheid van het toe te passen recht, het in dit geval gepast is om het Ghanees recht toe te passen op de vaststelling van de vaderlijke afstammingsband. Volgens het Ghanees recht wordt vaderschap bewezen door vermelding in het geboorteregister, algemene bekendheid en enig ander ondersteunend bewijs. In de drie Ghanese geboorteaktes stond de Belgische man vermeld als vader. Verder werd aangetoond dat het algemeen bekend was dat hij de vader was van de kinderen. Hij werd in het algemeen als vader beschouwd en de kinderen droegen zijn achternaam. Volgens het Ghanees recht stond zijn vaderschap ten aanzien van de kinderen rechtsgeldig vast.

Geen wetsontduiking of strijdigheid met openbare orde

De rechtbank bevestigde verder dat er geen sprake was van wetsontduiking (artikel 18 WIPR), omdat de aktes volgens de regels in Ghana waren opgemaakt zonder het doel om Belgisch recht te ontwijken. Ook de openbare orde-exceptie (artikel 21 WIPR) was niet van toepassing, omdat de toepassing van Ghanees recht niet in strijd was met fundamentele Belgische principes. Er was dus geen bezwaar tot erkenning van de Ghanese aktes van inschrijving in het geboorteregister in de Belgische rechtsorde.

Correctie al te rigide toepassing verwijzingsregel 

Volgens ons maakt de rechtbank hier een mooie toepassing van artikel 19 WIPR. Als je louter de verwijzingsregel uit artikel 62 WIPR zou toepassen, zou je alleen met het nationale recht van de vader rekening kunnen houden. Dit laat echter geen ruimte om rekening te houden met andere, meer relevante, aanknopingspunten van de situatie. Het belang van de kinderen kan evenmin mee in overweging worden genomen. Omwille van het overlijden van de vader zou er bovendien geen mogelijkheid meer bestaan om de situatie alsnog recht te zetten of bij te sturen. Het gezinsleven speelde zich zo goed als volledig af in Ghana en volgens Ghanees recht was er al in alle opzichten een afstammingsband. Een beroep op de uitzonderingsregel van artikel 19 WIPR vermijdt hier een al te rigide toepassing van de verwijzingsregel.