Rb Oudenaarde: ook voor ouderlijk gezag werkt gerechtelijke erkenning vaderschap retroactief, voorwaarden art. 12 WBN dus vervuld

In het kort

Wanneer een ouder Belg wordt, wordt het kind geboren in België zelf ook Belg onder de volgende voorwaarden. De ouder moet op dat moment het ouderlijk gezag over het kind uitoefenen, het kind moet dan minderjarig zijn en moet de hoofdverblijfplaats in België hebben. Dit volgt uit artikel 12 Wetboek Belgische Nationaliteit (WBN). In een vonnis van 10-3-2026 stelt de rechtbank van eerste aanleg in Oudenaarde dat de gerechtelijke vaststelling van vaderschap niet alleen retroactief werkt wat betreft de afstamming maar ook wat betreft het ouderlijk gezag. Dit betekent dat zowel de vaderlijke afstamming geacht wordt vast te staan vanaf de geboorte maar ook dat de vader sinds de geboorte wordt geacht het ouderlijk gezag over dat kind uit te oefenen. Een kind in die situatie en onder de bovenstaande voorwaarden is dus automatisch Belg, ook als het vaderschap pas gerechtelijk wordt vastgesteld nadat de ouder Belg is geworden.

Laattijdige gerechtelijke vaststelling vaderschap

De verzoekers traden in 2016 in Oeganda in het huwelijk voor de Eritrese kerk. Het huwelijk werd niet erkend in België. Ze kregen twee kinderen in België, respectievelijk geboren in 2021 en in 2024. Op de geboorteakten van hun kinderen werd aanvankelijk alleen de moederlijke afstammingsband vermeld. In 2023 verkreeg de vader de Belgische nationaliteit. De verzoekers voerden met succes een procedure bij de familierechtbank en bij vonnis van 14 januari 2025 werd het vaderschap ten aanzien van beide kinderen gerechtelijk vastgesteld. Het jongste kind kreeg hierdoor automatisch de Belgische nationaliteit, het oudste kind niet.

Het jongste kind was dan immers geboren in België uit een Belgische ouder en dus automatisch Belg (art. 8, §1, 1° WBN). De vader was op het moment van de geboorte Belg. Maar, voor het oudste kind moest onderzocht worden of de voorwaarden van art. 12 WBN vervuld waren: had het kind zijn hoofdverblijfplaats in België op moment dat de ouder Belg werd, en had de ouder het ouderlijk gezag over het kind op dat moment? Volgens de ambtenaar burgerlijke stand werkt het ouderlijk gezag niet terug tot het moment van de geboorte, zoals de afstamming na de gerechtelijke vaststelling wel doet. Hierdoor zouden de voorwaarden van art.12 WBN niet vervuld zijn geweest en het kind niet de Belgische nationaliteit toegekend krijgen. De rechtbank oordeelt anders en stelt dat ook het ouderlijk gezag een declaratief karakter heeft, en dus ‘terug werkt’ tot het moment van de geboorte. Hierdoor was die voorwaarde dan ook vervuld op het moment dat de ouder Belg werd, en werd ook aan het oudste kind de Belgische nationaliteit automatisch toegekend (artikel 12 WBN).

Declaratief karakter van gerechtelijke vaststelling vaderschap

De ambtenaar van burgerlijke stand weigerde de toekenning van de Belgische nationaliteit aan het oudste kind omdat de afstammingsband met de vader pas werd vastgesteld bij vonnis in 2025, dus nadat de vader Belg werd. Volgens de ambtenaar van burgerlijke stand was er niet voldaan aan de vereiste van ouderlijk gezag op het moment dat de vader Belg werd

Het Belgische recht is van toepassing op het ouderlijk gezag omdat de kinderen hun gewone verblijfplaats hebben in België (artikel 16 Verdrag van Den Haag van 19 oktober 1996). 

De rechtbank wijst erop dat in het Belgische recht een vonnis of een arrest dat het vaderschap vaststelt, een declaratief karakter heeft omdat het een al bestaande afstammingsband vaststelt. Volgens de doctrine heeft een gerechtelijke vaststelling van vaderschap dan ook een retroactieve werking tot op het moment van de geboorte. 

Discussie: declaratief karakter ook van toepassing op het ouderlijk gezag?

In dit geval besluit de rechter dat het declaratief karakter van de gerechtelijke vaststelling van vaderschap ook geldt voor het ouderlijk gezag en niet alleen voor de afstamming. Het ouderlijk gezag is immers een onmiskenbaar gevolg van de juridisch vastgestelde afstamming. De rechter haalt het declaratief karakter van de gerechtelijke vaststelling van vaderschap en ook de feitelijke en procedurele voorgeschiedenis aan om te besluiten dat er werd voldaan aan de voorwaarden van artikel 12 WBN en de Belgische nationaliteit toe te kennen aan het oudste kind van verzoekers.

Het declaratief karakter van een laattijdige vaststelling van een afstammingsband, door erkenning of door een gerechtelijke vaststelling, wordt algemeen aangenomen en wordt niet in vraag gesteld in de rechtsleer en in de rechtspraak. 

Of het declaratief karakter en dus de retroactieve werking ook geldt voor het ouderlijk gezag, is wel een punt van discussie. 

De FOD Justitie publiceerde op haar platform www.justfamnat.net hierover een afwijkend advies:

‘De erkenning stelt zowel de afstammingsband als het ouderlijke gezag vast. Door het declaratieve effect van de vaststelling van de afstammingsband, werkt deze retroactief terug vanaf de erkenning tot de geboorte. De afstammingsband is bijgevolg juridisch bewezen.

De vaststelling van het ouderlijk gezag is echter constitutief en werkt dus niet retroactief terug.(…)’

In de rechtspraak lijken de standpunten verdeeld te zijn. De familierechtbank van Oudenaarde sluit zich dus niet aan bij het standpunt van de FOD Justitie en ook andere rechtbanken, zoals de familierechtbank van Brussel, besloten in eerdere vonnissendat het ouderlijk gezag wel retroactieve werking heeft. Daardoor kan de nationaliteit worden toegekend aan het kind waarvan een ouder Belg werd, ook al wordt de afstammingsband pas vastgesteld nadat de ouder Belg werd, in toepassing van art. 12 WBN.