RvV: onvoldoende onderzoek naar effectiviteit van de bescherming na vestiging buiten Spanje
In het kort
Het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) verklaarde het verzoek om internationale bescherming (VIB) onontvankelijk omdat de verzoeker al IB had in Spanje. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) stelt in arrest 340.923 van 10-2-2026 dat onvoldoende zeker is dat de verzoeker zich effectief kan beroepen op de IB die hij in Spanje geniet. De Spaanse wetgeving voorziet namelijk dat de IB eindigt wanneer de verzoeker zich in een ander land vestigt. Het is onduidelijk of Spanje die bepaling daadwerkelijk uitvoert in de praktijk en wat de gevolgen hiervan zouden zijn in het concrete geval van de verzoeker. Bijgevolg vernietigt de RvV de onontvankelijkheidsbeslissing en verwijst de zaak terug naar het CGVS voor verder onderzoek.
Info uit Eurodac onduidelijk: type bescherming en geldigheidsduur verblijfsdocument
Uit het document ‘Eurodac Marked Hit’ blijkt dat verzoeker het statuut internationale bescherming had verkregen in Spanje in Augustus 2024. Verzoeker verklaarde hiervan niet op de hoogte te zijn. De RvV merkt op dat noch het type van verleende bescherming, noch de geldigheidsduur van de daaruit voortvloeiende verblijfsdocumenten worden gespecificeerd in het document ‘Eurodac Marked Hit’.
Spaans recht: einde internationale bescherming bij vestiging in ander land
Bovendien voorziet de Spaanse wetgeving in de beëindiging van de internationale bescherming voor personen die zich in een ander land hebben gevestigd. Het is aan het CGVS om te onderzoeken of die wetgeving daadwerkelijk wordt toegepast en wat de gevolgen zijn voor verzoeker in zijn concreet geval .
De RvV concludeert dat er in het dossier essentiële elementen ontbreken waardoor hij de bestreden beslissing niet kan bevestigen of hervormen. De RvV vernietigt de onontvankelijkheidsbeslissing van het CGVS en stuurt het dossier voor verder onderzoek terug naar het CGVS.