Nieuw minimum referentiebedrag met jaarlijkse indexatie voor derdelands studenten en zoekjaar
Update 20 februari 2026
In een eerdere versie van dit bericht stond dat het bedrag van voldoende bestaansmiddelen voor academiejaar 2026-2027 1.050 euro bedraagt. Dit nieuwe basisbedrag werd echter meteen geïndexeerd, waardoor het correcte bedrag 1.062 euro is.
In het kort
Het referentiebedrag van voldoende bestaansmiddelen voor een verblijf als derdelands student of voor een zoekjaar als afgestudeerde student voor academiejaar 2026 – 2027 gevoelig verhoogd naar 1062 euro. Voor academiejaar 2025- 2026 bedroeg dit 835 euro. Lees ook het artikel 'Voldoende bestaansmiddelen derdelands student en zoekjaar' met het historisch overzicht van de bedragen.
Voldoende bestaansmiddelen: nieuw basisbedrag
Met een Koninklijk Besluit van 12 januari 2026 wordt het minimum referentiebedrag voor de berekening van het bedrag van voldoende bestaansmiddelen voor een verblijf als student aangepast. Dit basisbedrag wordt voortaan in het Verblijfsbesluit van 8 oktober 1981 zelf opgenomen in een nieuw artikel 100/1. Het KB van 8 juni 1983 dat tot voor kort het basisbedrag bepaalde, wordt opgeheven.
Het nieuwe basisbedrag bedraagt 1.050 euro. Dit bedrag zal jaarlijks op 15 februari geïndexeerd worden aan de hand van het indexcijfer van de maand januari. Dat bedrag wordt vervolgens op de euro naar boven afgerond. Voor academiejaar 2026-2027 bedraagt het bedrag na deze indexatie 1.062 euro.
Volgens het Verslag aan de Koning was het vorige referentiebedrag onvoldoende om de kosten verbonden aan het verblijf als student te dekken en wordt met deze verhoging een realistischer minimum aan bestaansmiddelen vereist. Een gelijkaardig bedrag werd door sommige universiteiten reeds vereist voor het openen van een geblokkeerde bankrekening en wordt ook in Nederland en Luxemburg gehanteerd.
Onmiddellijk van toepassing
Het nieuwe basisbedrag is onmiddellijk in werking getreden door de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad op 26 januari 2026.
- Dat betekent dat het van toepassing is bij elke nieuwe verblijfsaanvraag op basis van studie of een zoekjaar. In de praktijk betekent dit dat het nieuwe bedrag van toepassing is op de verblijfsaanvragen van studenten die in de loop van 2026 worden ingediend voor academiejaar 2026 – 2027.
- Ook voor wie na het behalen van zijn diploma dit jaar een zoekjaar aanvraagt, zal het nieuwe bedrag van toepassing zijn.
Overgangsmaatregel voor academiejaar 2025 – 2026, maar niet voor verlengingen
Als overgangsmaatregel is voorzien dat het oude bedrag van toepassing blijft voor academiejaar 2025 – 2026. Studenten met een verblijfsrecht voor het huidige academiejaar, moeten dus niet onmiddellijk voldoen aan het nieuwe bedrag. Bij een verlengingsaanvraag van hun verblijf voor het volgende academiejaar zal het nieuwe bedrag wel van toepassing zijn.
- De Raad van State stelde in zijn advies dat het niet voorzien van een overgangsmaatregel voor verlengingsaanvragen mogelijks een onevenredige aantasting vormt van de rechtmatige verwachtingen van studenten die reeds over een verblijf beschikken.
- In het Verslag aan de Koning wordt dit verantwoord doordat het gevraagde bedrag een referentiebedrag is dat nodig wordt geacht om studenten in staat te stellen om in hun werkelijke behoeften te voorzien, waardoor er geen onderscheid moet gemaakt worden tussen eerste aanvragen en verlengingen. Bovendien stelt artikel 61, § 3 Vw. dat er steeds een individueel onderzoek moet gebeuren bij de beoordeling van de bestaansmiddelen.
Meer info
- Koninklijk Besluit van 12 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wat betreft het minimumbedrag van de bestaansmiddelen waarover de onderdaan van een derde land die op het grondgebied van het Rijk wenst te verblijven in de hoedanigheid van student moet beschikken, BS 26 januari 2026
- Dienst Vreemdelingenzaken. - Bericht. - Minimumbedrag van de bestaansmiddelen waarover een onderdaan van een derde land moet beschikken die in België wenst te verblijven in de hoedanigheid van student tijdens het academiejaar 2026-2027, BS 16 februari 2026