Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 341.503 - 20-02-2026

Samenvatting

De RvV stelt vast dat de situatie van statushouders in Griekenland bij hun terugkeer nog altijd precair en problematisch kan zijn, onder meer als gevolg van een toenemende bureaucratische complexiteit in het verkrijgen van bepaalde documenten. De RvV analyseert uitgebreid de informatie over het verkrijgen en verlengen van een Griekse verblijfsvergunning (ADET), fiscaal registratienummer (AFM) en sociale zekerheidsnummer (AMKA). Deze documenten zijn essentieel om toegang te krijgen tot fundamentele socio-economische basisrechten zoals gezondheidszorg, huisvesting, sociale voorzieningen, arbeidsmarkt, onderwijs, openen van een bankrekening en juridische bijstand. 

Een nieuwe AMKA-verordening vereist dat derdelanders, naast hun wettelijk en daadwerkelijk verblijf in Griekenland, ook een bewijs van werk voorleggen voor het verkrijgen van een AMKA. De wet behandelt Griekse en Unieburgers op dit punt anders dan statushouders. Dit leidt ertoe dat statushouders die nog niet legaal werken of omwille van gezondheidsredenen niet kunnen werken, automatisch worden uitgesloten van toegang tot openbare gezondheidszorg en sociale voorzieningen. 

Voor statushouders van wie de Griekse verblijfsvergunning (ADET) niet langer geldig is, stelt de RvV vast dat de procedure voor verlenging uiterst moeilijk is. Er gelden lange wachttijden en in tussentijd heeft men geen toegang tot tewerkstelling of sociale voorzieningen. De RvV besluit dat geen geldige ADET hebben een belangrijke factor is voor de beoordeling van het risico voor statushouders om bij terugkeer naar Griekenland terecht te komen in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie.

Toch lopen niet alle statushouders volgens de RvV bij terugkeer naar Griekenland automatisch een risico om terecht te komen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie. Een individuele beoordeling blijft nodig. De RvV besteedt daarbij bijzondere aandacht aan eventuele kwetsbaarheden, het individueel profiel, het vermogen om rechten te doen gelden, en in de eigen basisbehoeften te voorzien. De RvV haalt verschillende elementen aan die raken aan de persoonlijke situatie van de verzoekers:

Bijzondere kwetsbaarheid 

  • hoe problematischer de situatie van de begunstigde van internationale bescherming (IB) in Griekenland, hoe minder van de verzoeker wordt verwacht dat hij specifieke elementen aanbrengt die een ’bijzondere kwetsbaarheid’ aantonen. Uit de arresten blijkt verder dat het belangrijk is om psychische kwetsbaarheid te staven met actuele, objectieve stukken die een toelichting geven bij de mentale gezondheidstoestand.

Zelfredzaamheid 

  • De vaststelling dat de verzoeker tijdens het eerdere verblijf in Griekenland en heden in België blijk geeft van zelfredzaamheid, betekent niet automatisch dat de verzoeker ook op dit moment zelfredzaam genoeg is om in Griekenland in de essentiële levensnoden te voorzien.

Het al dan niet beschikken over een geldige ADET

Stappen ondernomen voor de verlenging van de ADET. 

  • Het CGVS verweet verzoekers hun administratieve moeilijkheden zelf te hebben veroorzaakt door Griekenland te verlaten. De RvV bevestigt wat dit betreft de eerdere rechtspraak dat de zinsnede ’buiten zijn wil en persoonlijke keuzes om’ moet worden gelezen als ‘ongeacht zijn wil en persoonlijke keuzes om’, en verzoekers dus niet kan worden verweten dat zij zelf de situatie veroorzaakt hebben dat hun ADET vervallen is. Een ex nunc-beoordeling van het risico op materiële deprivatie dringt zich op. 
  • Het CGVS verweet verzoekers ook dat zij geen stappen hebben ondernomen om de verlenging van de ADET te bekomen. De RvV bevestigt wat dit betreft dat van verzoeker kan worden verwacht dat zij administratieve formaliteiten vervullen, zolang dit niet als gevolg heeft dat hen de toegang tot hun socio-economische rechten als statushouder worden ontzegd. Daarbij spelen de digitale vaardigheden van de verzoeker een rol. 
  • Voor verzoekers wiens ADET is vervallen, stelt de RvV echter vast dat de verlenging daarvan weliswaar vanuit het buitenland kan worden aangevraagd, maar dat de persoon vervolgens vaak nog verschillende maanden moet wachten in Griekenland. Tijdens die wachtperiode is er geen toegang tot tewerkstelling of sociale voorzieningen. Er moet dan ook onderzocht worden of de verzoeker actueel beschikt over middelen, een netwerk of andere ondersteuning om in afwachting van de verlenging in elementaire behoeften te kunnen voorzien.

Vluchtelingenstatus of subsidiaire bescherming in Griekenland 

  • Voor personen die subsidiaire bescherming kregen in Griekenland, gelden bijkomende administratieve moeilijkheden, onder meer voor het verkrijgen van een Grieks paspoort of voor de verlenging van de ADET. 

Beschikken over actuele middelen, een netwerk of andere ondersteuning. 

  • Dat een verzoeker tijdens het verblijf in Griekenland als erkende vluchteling over voldoende middelen en een inkomen beschikten om in zijn levensonderhoud te voorzien en dat hij er zich nooit in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie heeft bevonden, doet niet ter zake: een ex nunc-onderzoek is aan de orde. 

Het CGVS haalt aan dat hierbij rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid voor een statushouders om inkomsten te verwerven in de ‘ondergrondse economie’ en om steun te krijgen van gemeenten en NGO’s. Het verwijst daarvoor o.a. naar rechtspraak van Duitse rechtbanken en hoven. De RvV wijst deze redenering van de hand. Het kan volgens de RvV niet uit de voorgelegde informatie worden afgeleid of het mogelijk en redelijk is om te verwachten dat men in Griekenland werk vindt in de Griekse informele economie, nog afgezien van de vraag of een overheidsinstantie of rechtbank redelijkerwijze mag verwachten dat verzoekers handelingen stellen die mogelijk onwettig zijn of hem blootstellen aan strafrechtelijke vervolging. 

  • Wat betreft ondersteuning door gemeenten of NGO’s ligt volgens de RvV onvoldoende informatie voor om te concluderen dat statushouders bij terugkeer naar Griekenland waarschijnlijk onderdak kunnen vinden in opvangcentra of noodopvang. Er moet dus gekeken worden naar de individuele middelen, netwerk of andere ondersteuning van de verzoekers. De RvV benadrukt dat het persoonlijk onderhoud essentieel is om verzoekers op dit punt te bevragen.

In casu betreft het een alleenstaande man van 37 jaar afkomstig uit Gaza. Hij kreeg bescherming en Griekenland en vroeg vervolgens in België om internationale bescherming op 8 februari 2021. Op 6 maart 2024 diende hij een derde verzoek om internationale bescherming in. Wat betreft zijn persoonlijke situatie stelt de RvV het volgende vast:

  • Bijzondere kwetsbaarheid: De verzoeker heeft in België geruime tijd in precaire omstandigheden op straat geleefd. Zijn vier zussen en twee broers zijn omgekomen tijdens de oorlog in Gaza, enkel zijn moeder overleefde. Deze elementen werden niet betwist en de RvV stelt vast dat ze een rol spelen, maar bij gebrek aan psychologische attesten niet kan worden vastgesteld dat verzoeker een ‘bijzondere kwetsbaarheid’ vertoont. 
  • Zelfredzaamheid: De verzoeker geeft blijk van een zekere zelfredzaamheid. 
  • ADET: De ADET van de verzoeker is vervallen. 
  • Middelen, netwerk, ondersteuning: De RvV stelt vast dat de beslissing van het CGVS hierover geen afweging en beoordeling bevat en het dossier hier onvoldoende informatie over bevat. Er dringt zich volgens de RvV dus een verder grondig onderzoek op naar deze elementen. 

Meer info