Rb. Brussel: Belgische staat verplicht visumaanvraag van Gazaanse student vanop afstand te registreren

In het kort

In een kort geding vonnis van 20-5-2026 verplicht de rechtbank van eerste aanleg van Brussel (Nederlandstalig) de Belgische staat om een student in Gaza een visumaanvraag vanop afstand te laten indienen. 

Geen schending scheiding der machten

De student in kwestie verkreeg een beurs voor een masteropleiding aan de Universiteit Hasselt. Zijn verzoek aan het consulaat-generaal in Jeruzalem om de studentenvisumaanvraag vanop afstand te kunnen doen werd echter niet aanvaard. 

De rechtbank benadrukt dat het zich niet uitspreekt over de inhoudelijke beoordeling of het toekennen van een studentenvisum, maar enkel over de modaliteit om de aanvraag vanop afstand te kunnen indienen. Er is dus geen schending van de scheiding der machten.

Persoonlijke verschijning niet vereist door wetgeving

Noch artikel 60, § 1 Vw, noch artikel 101, § 1 Vb vereisen een persoonlijke verschijning voor de aanvraag van een studentenvisum. 

  • Dit staat wel in de formulering op de bijlage 33ter, maar dat is geen wettelijke of reglementaire bepaling en impliceert dus een voorwaarde die niet is opgenomen in artikel 60 Vw. De persoonlijke verschijning is louter een invulling die de uitvoerende macht hieraan geeft.
  • Het spoedeisend karakter van de vordering wordt afdoende aangetoond door de dramatische situatie in Gaza. Los van de vraag of de student in kwestie recht heeft op een visum, wordt hij ontzegd van de mogelijkheid om dit te laten onderzoeken. 
  • Richtlijn 2016/801 bevat geen subjectief recht om een visumaanvraag op afstand te doen, maar de Belgische wetgeving dient wel aangepast te zijn zodat effectief kan genoten worden van de rechten in de richtlijn. Er kan dan ook een redelijke soepelheid verwacht worden bij het ontvangen van visumaanvragen, gezien de hoogst uitzonderlijke en schrijnende situatie in Gaza. 

Persoonlijk nadeel disproportioneel groter dan bijkomende plicht voor staat

Vervolgens doet de rechtbank een belangenafweging, waarbij gewezen wordt op de beperkte draagwijdte van de maatregel. 

  • Het gaat slechts om het indienen van de aanvraag en dit doet geen afbreuk doet aan de verdere rechten van de Belgische staat in de beoordeling van de aanvraag. 
  • De nadelen voor de student die geen visumaanvraag kan indienen zijn dan ook disproportioneel omvangrijker dan de beperkte bijkomende plicht voor de Belgische staat. 

De Belgische staat wordt verplicht om de visumaanvraag vanop afstand te registreren binnen de twee werkdagen na het indienen ervan.