Samenvatting
De wet op het “aanklampend terugkeerbeleid van 12 mei 2024 werd door verschillende organisaties aangevochten bij het Grondwettelijk Hof. Er werden twee verzoeken ingediend met het oog op vernietiging van de bepalingen over:
- De mogelijkheid om een medisch onderzoek onder dwang uit te oefenen, zoals bvb een Covid-test;
- Het feit dat iemand niet binnen drie werkdagen een nieuw adres opgeeft, als hij zich niet aanbiedt in een opvangcentrum, als criterium voor het risico op onderduiken bij het vaststellen van de verantwoordelijke lidstaat voor asiel;
- Het feit dat iemand niet opdaagt op een afspraak als criterium voor het risico op onderduiken bij het vaststellen van de verantwoordelijke lidstaat voor asiel;
- De mogelijkheid om stappen te zetten tot verwijdering tijdens een schorsend beroep;
- De mogelijkheid van vasthouding met het oog op verwijdering, zonder eerst de minder dwingede maatregelen te overwegen, van in beslag nemen van identiteitsdocumenten of het aannemen van een waarborg.
Dit arrest besluit in antwoord op die verzoeken tot enkele bindende interpretaties, de gedeeltelijke vernietiging van enkele bepalingen en tot twee prejudiciële vragen.
Over de mogelijkheid om onder dwang een medisch onderzoek of medische test te doen, stelt het Hof vast dat het Unierecht die mogelijkheid niet uitsluit, maar ook niet expliciet toelaat. Om die reden stelt het Hof eerst twee prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie.
Het Hof vernietigt de bepalingen in het oude artikel 51/5, § 6, derde lid, 3° en 4° Vw (en in het nieuwe artikel 51/5/3, § 2, 3° en 4° Vw) die bij het vaststellen van de verantwoordelijke lidstaat een vermoeden van onderduiken instellen als iemand niet opdaagt op een ICAM gesprek, niet meewerkt aan het verplichte medisch onderzoek, of niet meewerkt aan het aanklampende begeleidingstraject. Die situaties kunnen dus niet meer als criterium genoemd worden om vast te stellen dat er sprake is van onderduiken.
Het Hof vernietigt artikel 74/28 Vw in zoverre het geen optie omvat van in beslagname documenten zoals een paspoort of identiteitsdocument. In sommige gevallen moet DVZ de mogelijkheid overwegen om voorrang te geven aan die maatregel vooraleer over te gaan tot een vasthouding.
Het Hof geeft een bindende interpretatie aan het oude artikel 51/5, § 6, 1° Vw (en aan het nieuwe artikel 51/5/3, §2, 1° Vw) over het toepassen van een vermoeden van onderduiken als iemand zich niet heeft aangeboden in een toegewezen opvangcentrum en niet binnen de drie werkdagen een adres opgeeft. In die situatie moet de vreemdeling nog altijd de mogelijkheid hebben om aan te tonen dat hij niet de bedoeling had om de autoriteiten te ontlopen.
Het Hof geeft een bindende interpretatie aan de artikelen 74/24 en 74/25 Vw in de zin dat een vreemdeling met recht om te blijven, bijvoorbeeld tijdens een schorsend beroep, niet gedwongen kan worden om mee te werken aan het aanklampend begeleidingstraject voor overdracht of verwijdering, en ook niet aangezet mag worden om vrijwillig het land te verlaten.
Het Hof geeft een bindende interpretatie aan artikel 74/28, § 3, derde lid, 1° tot 4° Vw in de zin dat DVZ steeds individueel moet beoordelen of een minder dwingende maatregel mogelijk is, ook in de vier situaties genoemd in dat artikel, waarbij een vermoeden geldt dat die maatregelen niet doeltreffend zullen zijn..