Hof van Cassatie - P.25.1268.F en P.25.1283.F - 22-10-2025

Samenvatting

De Belgische staat stelde cassatieberoep in tegen de beschikking tot vrijlating van de Kamer van Inbeschuldigingstelling aangezien een nieuw stuk, met name een Amerikaanse rechterlijke beslissing van 30 augustus 2024, de basis vormde hiervoor. Het Hof van Cassatie stelt dat de onderzoeksgerechten (raadkamer en KI) moeten nagaan of de vrijheidsberovende maatregel en de beslissing tot verwijdering het legaliteitsbeginsel respecteren, zonder hierbij een opportuniteitscontrole te doen. De verwijdering kan een schending van artikel 3 EVRM tot gevolg hebben. Het KI heeft hier geoordeeld dat de vasthoudingsbeslissing van 8 augustus 2025 niet voldoende gemotiveerd was hieromtrent en heeft uiteengezet waarom dit zo was. De Belgische staat stelt enkel dat het Amerikaanse vonnis een nieuw element was en niet in het administratief dossier zat maar geeft verder geen inhoudelijke kritiek. Het HvC kan het argument om die reden niet weerhouden.

Voor het overige beweerde de staat dat er geen motiveringsplicht is inzake artikel 3 EVRM naast de verwijderingsbeslissing. Het HvC stelt echter dat wanneer een beroep behandeld wordt tegen een beslissing tot vrijheidsberoving met het oog op verwijdering, de onderzoeksgerechten ertoe gehouden zijn om niet enkel de legaliteit van de vrijheidsberoving te onderzoeken, maar ook die van de verwijderingsbeslissing die daaraan ten grondslag ligt.

Meer info