Samenvatting
In dit arrest was verzoekster sinds 2011 een Turkse werkneemster bij SHAPE (deelorganisatie van de NAVO). De statuten van deze werknemers worden geregeld door het Verdrag betreffende de rechtspositie van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, de nationale vertegenwoordigers en het internationaal personeel van 20 september 1951, het Akkoord inzake de status van de missies en vertegenwoordigers van derde Staten bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie van 14 september 1994, alsook het akkoord gesloten tussen het Koninkrijk België en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Zij kreeg op basis van deze verdragen en akkoorden in de hoedanigheid van werkneemster binnen SHAPE altijd een bijzondere verblijfstitel P toegekend. Toen zij na meer dan tien jaar ononderbroken wettig verblijf een L-kaart vroeg, werd dit geweigerd door de DVZ met een verwijzing naar artikel 15bis, §1, lid 2, 6° Vw.
De RvV oordeelde dat die bepaling maar zes gevallen van uitsluiting voorziet en dat deze NAVO-verdragen en akkoorden er niet in voor komen. Volgens de Raad zijn de tekst van dit artikel en de Richtlijn waarop zij is gebaseerd duidelijk en gaat het om een limitatieve lijst. De Raad besloot daarom dat wanneer de DVZ een verblijfskaart L weigert met een loutere verwijzing naar artikel 15bis, §1, lid 2, 6° Vw. de motivatieplicht schendt wanneer die persoon niet tewerkgesteld wordt op basis van de in dat artikel opgesomde verdragen.