Voorwaarden en documenten gezinshereniging meereizende echtgenoot van erkend vluchteling of subsidiair beschermde
Reeds gehuwd voor aankomst begunstigde van internationale bescherming in België
Als meereizend gezinslid van een internationaal beschermde, kan je gezinshereniging aanvragen in zoverre de gezinsbanden reeds bestonden voor aankomst van de referentiepersoon in België.
Indien je later gehuwd bent, zal je moeten wachten tot de referentiepersoon een onbeperkt verblijfsrecht bekomt of de overstap maakt (indien mogelijk) naar een statuut waarbij gezinshereniging sneller kan worden aangevraagd alvorens een procedure tot gezinshereniging (succesvol) kan worden opgestart.
De voorwaarden voor gezinshereniging verschillen naargelang de echtgenoot van de subsidiair beschermde 'meereizend' is of 'nareizend' .
Je doorliep samen met je gezinslid een procedure waarin je een verzoek om internationale bescherming deed in België dat afgewezen werd .
Om aan deze voorwaarde te voldoen is het niet vereist dat jij en jouw gezinslid samen aankwamen in België. Het volstaat dat je in België aangekomen bent alvorens je gezinslid een beslissing ontving over het verzoek om internationale bescherming. Je kan de aanvraag gezinshereniging wel pas indienen wanneer je een definitieve negatieve beslissing ontvangen hebt.
Enkel echtgenoten die in België zijn kunnen een aanvraag gezinshereniging indienen als meereizend familielid.
Of je in wettig of onwettig verblijf bent heeft geen impact op de mogelijkheid om de aanvraag in te dienen. Je zal geen buitengewone omstandigheden moeten aantonen als je in onwettig verblijf bent.
Als je huwde nadat de referentiepersoon aankwam in België kom je niet in aanmerking voor gezinshereniging als meereizend familielid.
Je moet je identiteit bewijzen. Dat doe je in principe met een reisdocument dat door België erkend wordt (bv. een paspoort).
Als je geen reisdocument hebt en er ook geen kan bekomen, kan je uitzonderlijk de verblijfsaanvraag indienen zonder een reisdocument. Je moet jouw volledige identiteit kunnen aantonen met andere bewijsmiddelen (afhankelijk van de context van jouw land van herkomst), bijvoorbeeld een geboorteakte, een familieboekje, een document afgegeven door het UNHCR, enz.).
Je moet minstens een kopie voorleggen van de beslissing waarbij internationale bescherming toegekend wordt aan de referentiepersoon in België, of waarbij die toegelaten wordt tot een verblijf als staatloze.
Of je kan een kopie van zijn vluchtelingenattest of zijn Belgische verblijfsvergunning voorleggen.
Je bent de echtgenoot van een internationaal beschermde of persoon met verblijf als staatloze.
Dat bewijs je in principe met officiële documenten: een volledig afschrift van de huwelijksakte.
In de praktijk vraagt DVZ ook bijkomende documenten ter controle van de vorm- en grondvoorwaarden van een buitenlands huwelijk:
- een kopie van de volmacht als het gaat om een huwelijk bij volmacht, of
- een bewijs van ontbinding van het vorige huwelijk of bewijs van overlijden als jij of de gezinshereniger opnieuw in het huwelijk zijn getreden.
Heb je geen Belgische maar een buitenlandse akte? Dan moet je die eventueel laten legaliseren of voorzien van een apostille. Ga dit na op de website van de FOD Buitenlandse zaken. Als de akte in een andere taal opgesteld is dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels, moet een beëdigd vertaler de akte vertalen. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je beroep kan doen.
Let op! Je buitenlandse akte moet ook overgeschreven worden in de registers van de Belgische gemeente waar je partner woont. Dat kan alleen als de akte vertaald is in de taal van die gemeente (zoals bepaald door de Belgische taalwetgeving). Voorbeeld: een Nigeriaanse akte opgesteld in het Engels kan je gebruiken om een visum gezinshereniging aan te vragen. Maar om de akte te laten overschrijven in Antwerpen, moet de akte vertaald worden naar het Nederlands.
Als je geen officiële documenten kan voorleggen, eventueel gelegaliseerd en vertaald door een beëdigd vertaler, mag DVZ dit nooit als enige reden aangrijpen om je aanvraag gezinshereniging te weigeren. DVZ is immers verplicht om rekening te houden met ‘andere geldige bewijzen’.
In de omzendbrief van 17 juni 2009 geeft men volgende voorbeelden van 'andere geldige bewijzen' die DVZ kan aanvaarden als bewijs van verwantschap:
- akte van een traditioneel huwelijk
- een notariële akte, gehomologeerd door de bevoegde overheid
- een religieuze akte
- een nationale identiteitskaart die de huwelijksband vermeldt
- uittreksel van de huwelijksakte
- een vervangend vonnis
De omstandigheid dat je geen officiële bewijzen kan voorleggen moet ontstaan zijn onafhankelijk van je wil. Volgens de omzendbrief is dat zo in de volgende gevallen:
- België erkent het betrokken land niet.
- Je persoonlijke situatie is moeilijk verzoenbaar met een terugkeer naar de betrokken staat of met een contact met zijn overheden.
Soms maakt de interne situatie van het betrokken land het niet mogelijk om een officiële akte voor te leggen, doordat:
- de documenten vernietigd werden en er geen enkel ander middel bestaat om ze te vervangen.
- de bevoegde nationale overheden niet naar behoren functioneren.
- de bevoegde nationale overheden niet meer bestaan.
Als je geen andere geldige bewijzen kan voorleggen, dan kan DVZ jou en je echtgenoot of partner uitnodigen voor een gesprek of overgaan tot elk ander onderzoek dat het nodig vindt. Als er gemeenschappelijke kinderen zijn stelt DVZ soms voor om een DNA-analyse uit te voeren om de verwantschap tussen de ouders te bewijzen.
Kan je wel een buitenlandse huwelijksakte of akte van geregistreerd partnerschap voorleggen? Dan moet België die akte (willen) erkennen. In principe gebeurt dat de plano door de Belgische overheid aan wie de akte voorgelegd wordt (bv. DVZ of de gemeente). 'De plano' wil zeggen: elke overheid kan autonoom over de erkenning oordelen zonder dat er eerst een procedure voor de rechter gevoerd moet worden. In de praktijk gaat de erkenning vaak gepaard met een onderzoek naar schijnhuwelijk of schijnpartnerschap.
> Wil je een familiesituatie die je in het buitenland geregeld hebt, in België laten erkennen?
> Lees meer over de erkenning van een buitenlands huwelijk.
> Lees meer over de erkenning van een buitenlands partnerschap.
De wet schrijft voor dat de aanvrager moet samenleven met de referentiepersoon.
Jij en je echtgenoot of gelijkgestelde partner moeten ouder zijn dan 18 jaar. Je bewijst dat met je paspoort of geboorteakte.
Je mag geen gevaar vormen voor de volksgezondheid. Om die reden mag je niet lijden aan één van de ziekten opgesomd in de bijlage bij de Verblijfswet.
Je bewijst dat met een medisch attest dat bevestigt dat je niet lijdt aan een ziekte die een gevaar vormt voor de Belgische volksgezondheid. Het mag niet ouder zijn dan 6 maanden.
Het attest kan opgesteld worden door een arts die erkend is door de Belgische ambassade. Contacteer de ambassade om te weten op welke arts je een beroep kan doen. Als je voor een niet-erkende geneesheer kiest moet je zijn handtekening laten legaliseren door de bevoegde plaatselijke overheid. Nadien moet je de handtekening van deze overheid laten legaliseren door de Belgische diplomatieke post. Ben je al in België? Dan kan je een medisch attest laten opmaken door een arts naar keuze in België.
Vanaf 18 jaar moet je bewijzen dat je geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. Je bewijst dat met een uittreksel uit het strafregister of een bewijs van goed gedrag en zeden. In principe vraag je dit aan bij de bevoegde overheid in het land van herkomst. Het document mag niet ouder zijn dan 6 maanden. Kijk na of je het buitenlands document moet laten legaliseren of voorzien van een apostille. Als het document in een andere taal opgesteld is dan het Duits, het Engels, het Frans of het Nederlands, dan moet je het laten vertalen door een beëdigd vertaler. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je een beroep kan doen.
Als je geen bewijs of geen voldoende recent bewijs kan voorleggen, motiveer dan waarom.
Als de gezinshereniger die je komt vervoegen zelf met gezinshereniging naar België kwam als echtgenoot of partner, dan kan hij zich op zijn beurt pas laten vervoegen door jou (als nieuwe echtgenoot of partner) na tenminste twee jaar wettig verblijf in België. Voordien zal een cascade dus niet mogelijk zijn. In de praktijk zal cascade bijna nooit voorkomen omdat het verblijf van een echtgenoot of partner die met gezinshereniging naar België komt tijdens de eerste vijf jaar nog voorwaardelijk is. Dat betekent dat de echtgenoot of partner zijn verblijf zal verliezen bij beëindiging van de relatie tijdens de eerste vijf jaar. Alleen bij behoud van verblijf omwille van huiselijk geweld zal een cascade na twee jaar verblijf, mogelijk zijn.
De toelating tot verblijf moet verenigbaar zijn met jouw persoonlijke juridische status.
Dit dient niet expliciet bewezen te worden door de aanvrager. DVZ zal dit op eigen initiatief beoordelen.
Bijvoorbeeld, wanneer jouw nationaliteit jou recht geeft op een beter statuut in België dan dat van meereizend familielid is jouw persoonlijke juridische status onverenigbaar met de gezinshereniging als meereizend familielid.
Als polygame echtgenoot kan je niet naar België komen met gezinshereniging als een andere echtgeno(o)t(e) al in ons land verblijft.