Vluchtelingenwerk Vlaanderen met eindredactie van VIF-AgII
Arbrb Luik: uitsluiting opvang alleenstaande mannen is directe discriminatie op basis van geslacht
In het kort
Dat Fedasil systematisch de code ‘207 no show’ toekent aan alleenstaande mannen is een ongerechtvaardigde, directe discriminatie op basis van geslacht. Zo oordeelt de arbeidsrechtbank van Luik in een vonnis van 20-4-2026. Fedasil toont niet aan dat de code ‘207 no show’ berust op een neutraal criterium zoals kwetsbaarheid. Aangezien Fedasil een publiek orgaan is dat rechtstreeks onder de autoriteit van de bevoegde minister valt, is de Belgische Staat samen met Fedasil aansprakelijk voor de schadevergoeding.
Schadevergoeding voor niet-toekennen opvang of toegang OCMW-steun
De zaak betreft een Syrische verzoeker om internationale bescherming die tussen november 2023 en augustus 2024 geen toegang kreeg tot de opvang. De verzoeker kreeg onterecht een code ‘207 no show’ toegekend. De rechtbank stelt een schending vast van het recht op opvang onder artikel 9 en 10 van de opvangwet.
Het staat vast dat Fedasil een fout heeft gemaakt door de verzoeker geen materiële hulp toe te kennen. Er is niet aangetoond dat de verzoeker geen recht zou hebben op materiële hulp; er was immers geen sprake van dat de verzoeker over voldoende inkomsten beschikte. De verzoeker heeft zich onmiddellijk naar het opvangcentrum begeven zodra hij een uitnodiging ontving en hij genoot ook juridische bijstand.
De verzoeker leed schade als gevolg van de fout van Fedasil. Hiervoor volstaat het feit dat de verzoeker geen opvangplek toegewezen kreeg. Hij hoeft niet aan te tonen dat dit meer moeilijkheden met zich meebracht.
Uitsluiting opvang is directe discriminatie op basis van geslacht
De rechtbank oordeelt dat het afgeven van een code ‘207 no show’ een directe discriminatie op basis van geslacht vormt. Het gaat hierbij om een stereotiepe beslissing, die alleen gemotiveerd is door het verzadigde opvangnetwerk zonder dat de persoonlijke situatie van de verzoeker is onderzocht.
Hoewel Fedasil aangeeft kwetsbare profielen prioriteit te geven, oordeelt de rechtbank dat de ‘no show’ is gebaseerd op de assumptie dat alleenstaande mannen niet kwetsbaar zijn. De rechtbank verwijst ook naar de toenmalige instructie van 29 augustus 2023 van de Staatssecretaris van Asiel en Migratie om alleenstaande mannen tijdelijk uit te sluiten van het opvangnetwerk. Het feit dat deze instructie in september 2023 werd geschorst, neemt niet weg dat hieruit blijkt dat er een onderscheid werd gemaakt in de behandeling louter op basis van geslacht.
Hieruit vloeit voort dat Fedasil niet concreet kan aantonen dat kwetsbaarheid, en niet geslacht, het criterium is op basis waarvan personen wel of niet worden opgevangen. Het blijkt immers niet dat de kwetsbaarheid van alleenstaande mannen systematisch wordt onderzocht bij de afgifte van een ‘no show’. Noch artikel 11 §3, noch artikel 36 van de Opvangwet rechtvaardigen een dergelijk verschil in behandeling. Artikel 11 §3 heeft namelijk betrekking op de toekenning van een aangepaste opvangplek en de modaliteiten daarvan, waarbij rekening wordt gehouden met kwetsbaarheden. Bovenstaande feiten wijzen op een directe discriminatie zoals gedefinieerd in artikel 5 van de Genderwet.
Verantwoordelijkheid van de Belgische Staat
De Belgische Staat is mee verantwoordelijk voor het ontzeggen van de opvang, de afwezigheid van OCMW-steun en voor de morele schade als gevolg van de discriminatie.
Fedasil en de Belgische staat zijn aansprakelijk voor een schadevergoeding. Deze bestaat uit:
- een vergoeding voor de morele schade als gevolg van discriminatie van 1.950 euro
- het bedrag van de maatschappelijke dienstverlening voor een alleenstaande persoon voor de periode dat de persoon geen opvang kreeg.