Migratie- en asielpact: enkel nog 'intrekking' van internationale beschermingsstatus, geen opheffing meer.
In het kort
De oude regeling opheffing en intrekking van de internationale beschermingsstatus wordt vervangen door een nieuwe waarbij enkel sprake is van intrekking.
Oude regeling opheffing en intrekking van de internationale beschermingsstatus
Na het verkrijgen van de internationale beschermingsstatuut, kan men deze alsnog verliezen. Zo kon de status opgeheven worden als de omstandigheden in je land van herkomst duurzaam waren veranderd of ingetrokken worden de internationale bescherming nooit verkregen had moeten worden. Lees meer over de oude toepassing van de intrekking en opheffing van de internationale beschermingsstatus.
De oude artikelen 55/3 Vw. (opheffing van de vluchtelingenstatus), 55/3/1 Vw. (intrekking van de vluchtelingenstatus), 55/5 Vw. (opheffing van de subsidiaire beschermingsstatus) en 55/5/1 Vw. (intrekking van de subsidiaire beschermingsstatus) worden opgeheven met de komst van de wet die de Verblijfswet in overeenstemming zal brengen met het EU-migratiepact.
Nieuwe regeling ingevolge het EU-migratiepact: enkel intrekking
Het nieuwe juridische kader voor de intrekking vindt men in artikelen 11, 14, 16 en 19 van de Kwalificatieverordening en is vanaf 12 juni 2026 meteen van toepassing.
De procedure die gevolgd moet worden (namelijk de procedureregels van hoofdstuk 4 APR) zijn van toepassing op procedures voor intrekking van de internationale bescherming indien het onderzoek met het oog op de intrekking start op of na 12 juni 2026.
De grootste wijziging zit in het verlaten van het voormalig onderscheid tussen ‘opheffing’ en ‘intrekking’.
Intrekking van de vluchtelingenstatus
Artikel 11 van de kwalificatieverordening somt enkele gevallen op waarin een derdelander ophoudt vluchteling te zijn.
- De derdelander heeft vrijwillig opnieuw de bescherming ingeroepen van het land van zijn of haar nationaliteit.
- De derdelander heeft na verlies van de nationaliteit, de nationaliteit vrijwillig opnieuw verworven.
- De derdelander heeft een nieuwe nationaliteit verworven en geniet de bescherming van het land van die nieuwe nationaliteit.
- De derdelander heeft zich vrijwillig opnieuw gevestigd in het land dat die had verlaten of waarbuiten die zich bevond uit vrees voor vervolging.
- De derdelander kan, omdat de omstandigheden in verband waarmee die als vluchteling werd erkend hebben opgehouden te bestaan, niet langer weigeren zich onder de bescherming te stellen van het land van zijn of haar nationaliteit.
- De staatloze kan terugkeren naar het land waar hij of zij vroeger zijn of haar gewone verblijfplaats had, omdat de omstandigheden in verband waarmee hij of zij als vluchteling is erkend, hebben opgehouden te bestaan.
! 5 en 6 zijn niet van toepassing op een vluchteling die dwingende redenen (i.v.m. vroegere vervolging) kan aanvoeren, om te weigeren de bescherming van het land waarvan hij of zij de nationaliteit bezit in te roepen (of in het geval van een staatloze: het land waar hij of zij vroeger zijn of haar gewone verblijfplaats had in te roepen). Om te beoordelen of dit het geval is moet het CGVS rekening houden met nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van relevante en beschikbare nationale, Uniale en internationale bronnen. Het CGVS moet ook nagaan of de verandering van de omstandigheden een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft om de gegronde vrees van de vluchteling voor vervolging weg te nemen.
Het CGVS trekt de vluchtelingstatus van derdelanders of staatlozen in, in de volgende gevallen:
- De derdelander is overeenkomstig artikel 11 Kwalificatieverordening opgehouden vluchteling te zijn. (DVZ kan dit enkel tijdens verblijf beperkte duur vragen.)
- De derdelander is of had uitgesloten moeten zijn van de erkenning als vluchteling. (DVZ kan dit enkel in de eerste 10 jaar na indiening van verzoek om IB vragen.)
- De derdelander heeft de feiten verkeerd weergegeven of heeft valse documenten gebruikt of heeft feiten achtergehouden en dit is doorslaggevend geweest voor de verlening van de vluchtelingenstatus. (DVZ kan dit enkel in de eerste 10 jaar na indiening van verzoek om IB vragen.)
- Er zijn redelijke gronden om de persoon in kwestie te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van de lidstaat waar die persoon zich bevindt. (DVZ kan dit te allen tijde vragen.)
- De persoon in kwestie is definitief veroordeeld voor een bijzonder ernstig misdrijf en vormt een gevaar voor de samenleving van de lidstaat waar die persoon zich bevindt. (DVZ kan dit te allen tijde vragen.)
Intrekking van de subsidiaire beschermingsstatus
Een persoon aan wie de subsidiaire beschermingsstatus is verleend, komt niet meer in aanmerking hiervoor, wanneer de omstandigheden op grond waarvan die bescherming is verleend, niet langer bestaan of zodanig zijn gewijzigd, dat de bescherming niet langer nodig is.
Om dit te kunnen beoordelen moet het CGVS rekening houden met nauwkeurige en actuele informatie die zij verzamelt van relevante en beschikbare nationale, Uniale en internationale bronnen. Het CGVS moet ook nagaan of de veranderingen van de omstandigheden een zodanig ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft dat de persoon aan wie de subsidiaire beschermingsstatus is verleend, niet langer een reëel risico op ernstige schade loopt.
Het voorgaande is niet van toepassing op een subsidiair beschermde die dwingende redenen (i.v.m. vroegere ernstige schade) kan aanvoeren, om te weigeren de bescherming van het land waarvan hij of zij de nationaliteit bezit in te roepen (of in het geval van een staatloze: het land waar hij of zij vroeger zijn of haar gewone verblijfplaats had in te roepen).
Het CGVS trekt de subsidiaire beschermingsstatus van derdelanders en staatlozen in, in de volgende gevallen:
- De derdelander komt overeenkomstig artikel 16 Kwalificatieverordening niet meer in aanmerking voor subsidiaire bescherming. (DVZ kan dit enkel tijdens verblijf beperkte duur vragen.)
- De derdelander is of had uitgesloten moeten zijn van de subsidiaire bescherming. (DVZ kan dit te allen tijde vragen, behalve in geval van uitsluiting met toepassing van artikel 17, lid 3 Kwalificatieverordening, dan enkel in de eerste 10 jaar.)
- De persoon in kwestie heeft de feiten verkeerd weergegeven of heeft valse documenten gebruikt of heeft feiten achtergehouden en dit is doorslaggevend geweest voor de verlening van de subsidiaire beschermingsstatus. (DVZ kan dit enkel in de eerste 10 jaar na indiening van verzoek om IB vragen)
Meer info
- Kwalificatieverordening
- Asielprocedureverordening 2024/1348 (APR - Engels: Asylum Procedure Regulation)
- Wet ter uitvoering van het Migratie- en asielpact (Pact-wet)