Na statuutswijziging telt tijdelijke bescherming mee als verblijfsduur voor status langdurig ingezetene
In het kort
Onze dienst krijgt regelmatig de vraag of tijdelijke bescherming meetelt voor het bekomen van een statuut van langdurig ingezetene (verblijfskaart L). In dit bericht zetten we de principes op een rijtje om hierover duidelijkheid te scheppen:
- Uit Richtlijn 2003/109/EG en de Verblijfswet blijkt expliciet dat een aanvraag voor een statuut van langdurig ingezetene vanuit een statuut van tijdelijke bescherming uitgesloten is.
- De periode onder tijdelijke bescherming telt echter wel mee in de berekening van de voorwaarde ‘vijf jaar ononderbroken wettig verblijf’ wanneer de betrokkene ondertussen een statuutswijziging deed naar een niet-uitgesloten verblijfsstatuut.
Aanvraag niet mogelijk vanuit tijdelijke bescherming
Een eerste verblijfsvoorwaarde voor het bekomen van een status van langdurig ingezetene is dat de verblijfsstatus van waaruit de aanvraag wordt ingediend niet uitgesloten mag zijn van de mogelijkheid om de aanvraag in te dienen.
- De aanvraag indienen vanuit een statuut van tijdelijke bescherming kan niet: het is een van de uitgesloten categorieën. Dit blijkt expliciet uit artikel 3.2, b) Richtlijn 2003/109/EG en werd ook zo overgenomen in artikel 15bis, § 1, tweede lid, 2° Vw.
- Dat betekent dat tijdelijk beschermden eerst een statuutswijziging moeten bekomen (bv. naar arbeidsmigrant met gecombineerde vergunning of met beroepskaart, of naar gezinsmigrant) voor zij een L kaart kunnen aanvragen. Alle mogelijkheden voor statuutswijziging vanuit tijdelijke bescherming bespreken we op onze webpagina ‘Wat na tijdelijke bescherming?’.
Tijdelijke bescherming telt wel mee in berekening periode van vijf jaar
Een tweede verblijfsvoorwaarde voor het bekomen van een status van langdurig ingezetene (L kaart) is dat de betrokkene op het ogenblik van de aanvraag minstens vijf jaar ononderbroken en wettig in België verbleven heeft.
- Ook hier worden bepaalde categorieën van verblijfsrecht niet meegeteld, waaronder verblijf “uitsluitend om redenen van tijdelijke aard”, dat expliciet wordt uitgesloten in artikel 4.2 van Richtlijn 2003/109/EG en artikel 15bis, § 2, eerste lid Vw.
- Zowel uit artikel 3.2 van Richtlijn 2003/109/EG als uit artikel 15bis, § 1, tweede lid blijkt echter dat verblijf om ‘redenen van tijdelijke aard’ te onderscheiden is van verblijf op basis van ‘tijdelijke bescherming’, aangezien zij in aparte punten worden opgesomd. Het gaat dus om aparte categorieën en tijdelijke bescherming valt niet onder de categorie ‘redenen van tijdelijke aard’. Het punt waarin wordt verwezen naar tijdelijke bescherming wordt niet uitgesloten door artikel 4.2 van Richtlijn 2003/109/EG en artikel 15bis, § 2, eerste lid Vw. Dit volgt ook uit Hof van Justitie arrest C-502/10 van 18 oktober 2012 (arrest Singh).
Bijgevolg kan verblijf op basis van tijdelijke bescherming wel meegeteld worden voor de berekening van de periode van vijf jaar ononderbroken en wettig verblijf in België, wanneer de betrokkene ondertussen een statuut heeft bekomen dat toelaat om de aanvraag voor de status van langdurig ingezetene in te dienen. Zo zal bijvoorbeeld een Oekraïner die gedurende drie jaar tijdelijke bescherming heeft gehad en vervolgens een gecombineerde vergunning of een gezinshereniging heeft bekomen, na twee jaar met de gecombineerde vergunning of met een statuut van gezinshereniging in aanmerking komen voor een L kaart.
Meer info
- Webpagina 'Wat na tijdelijke bescherming?'
- Webpagina ‘Langdurig ingezeten derdelander (D of L kaart)’