RvS vernietigt Omzendbrief Referentieadres – wat zijn de gevolgen?

In het kort

Op 23-5-2025 vernietigde de Raad van State (RvS) in arrest 263.398 de ministeriële omzendbrief van 7-7-2023. De RvS oordeelde dat de omzendbrief nieuwe regels toevoegde die tot doel hebben bindend te zijn en daarom ter advies had moeten worden voorgelegd aan de Raad van State. De bevoegde ministers lieten in een nieuwe Omzendbrief van 31-7-2025 aan de lokale besturen weten wat de gevolgen zijn van de vernietiging.

Toepasselijk recht

De inschrijving op een referentieadres wordt geregeld door volgende wetten, die hun volledige uitwerking blijven hebben:

  • de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten
  • het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister

Daarnaast heeft de vernietiging tot gevolg dat de eerdere omzendbrieven over het referentieadres terug van kracht zijn:

  • de omzendbrief van 21 maart 1997 betreffende de invoering van de mogelijkheid voor daklozen een referentieadres bij het OCMW te bekomen
  • de omzendbrief van 27 juli 1998 betreffende het referentieadres voor daklozen: bijkomende toelichtingen in aanvulling op de omzendbrief van 27 maart 1997
  • de omzendbrief van 4 oktober 2006 over daklozen – bevoegdheid OCMW – referentieadres – inschrijving en schrapping van een inschrijving

Voorwaarden voor het referentieadres

De voorwaarden om te worden ingeschreven op een referentieadres blijven ongewijzigd:

  • Je hebt geen verblijfsplaats;
  • Je hebt geen voldoende bestaansmiddelen;
  • Je bent niet ingeschreven in het rijksregister maar je hebt wel een verblijfsrecht waarmee je in aanmerking komt om ingeschreven te worden in het vreemdelingenregister of in het bevolkingsregister;
  • Indien je een referentieadres wil bij een natuurlijke persoon, heb je diens schriftelijke toestemming nodig.

De vernietiging heeft wel praktische gevolgen voor personen die geen verblijfplaats meer hebben, maar toch nog zijn ingeschreven op een adres. Vooraleer zij een verzoek doen om zich in te schrijven op een referentieadres, moeten zij zich eerst ambtshalve laten schrappen. Dit is zo voorzien in de omzendbrief van 27 juli 1998, die terug van kracht is sinds het arrest van de Raad van State. De vernietigde Omzendbrief voorzag dat er moest gekeken worden naar de feitelijke situatie en zo een positieve beslissing kon worden genomen, zelfs als er nog een inschrijving was op een ander adres. Dit is nu niet meer mogelijk. 

Gewijzigde rol OCMW bij inschrijving referentieadres bij natuurlijke persoon

Inschrijving op referentieadres bij OCMW: via OCMW

De voorwaarden en procedure voor inschrijving op een referentieadres bij het OCMW blijven ongewijzigd. Het referentieadres is een vorm van maatschappelijke dienstverlening. Daarom wordt de aanvraag eerst bij het OCMW ingediend, die nagaat of je aan de voorwaarden voldoet. Vervolgens stuurt het OCMW je dossier door naar de gemeente. Na een positieve beslissing schrijft de gemeente je in op een referentieadres bij het OCMW. Daarna moet je je éénmaal per trimester melden bij het OCMW.

Inschrijving op referentieadres bij natuurlijk persoon: via gemeente

Je kan niet alleen een referentieadres hebben bij een OCMW. Dit is ook mogelijk op een adres bij een natuurlijke persoon (vb. een familielid of een vriend). De vernietiging van de omzendbrief wijzigt de procedure wanneer je je wil inschrijven op zulk referentieadres bij een natuurlijke persoon. Vanaf nu dien je je aanvraag rechtstreeks in bij de gemeente, die zelf nagaat of je aan de voorwaarden voldoet om je in te schrijven op een referentieadres. Hierbij kan het advies inwinnen bij het OCMW over het gebrek aan bestaansmiddelen. De gemeente moet wel zelf controleren of dakloos bent en je niet bij de natuurlijke persoon of op een ander adres verblijft.

Andere wijzigingen

De vernietiging van de omzendbrief brengt ook andere wijzigingen met zich mee:

  • De verplichting om op het referentieadres van een instelling te worden ingeschreven wanneer je er langere tijd verblijft, wordt vernietigd;
  • De beperking in tijd van tijdelijk verblijf bij particulieren wordt vernietigd. Volgens de vernietigde omzendbrief moest de gemeente na 6 maanden tijdelijk verblijf bij een particulier nagaan of er een inschrijving als hoofdverblijfplaats moest plaatsvinden.

Referentieadres mogelijk voor verzoekers internationale bescherming?

Sinds geruime tijd belanden heel wat verzoekers om internationale bescherming (VIB) door de verzadiging van het opvangnetwerk op straat. Deze dakloosheid heeft verregaande gevolgen op tal van vlakken. Bij het indienen van hun verzoek om internationale bescherming krijgen deze VIB zoals voorzien in de wet in eerste instantie een tijdelijke fictieve inschrijving in het wachtregister op het adres van de Dienst Vreemdelingenzaken. Maar na uiterlijk zes maanden volgt voor degenen die geen eigen huisvestingsoplossing hebben een schrapping uit het wachtregister bij gebrek aan een adres waar een inschrijving op hoofdverblijfplaats mogelijk is. De gevolgen zijn: 

  • Er kan geen gemeente worden aangeduid die bevoegd is voor de afgifte/verlenging van verblijfsdocumenten (attest van immatriculatie (AI), A kaart na vluchtelingenstatus of subsidiaire bescherming).
  • VIB kunnen slechts legaal tewerkgesteld worden – na weliswaar een wachtperiode van vier maanden – als ze in het bezit zijn van een geldig attest van immatriculatie (AI). Dakloze VIB kunnen daardoor ook niet legaal werken.
  • Zij kunnen in de praktijk, zonder AI, veel moeilijker een woning vinden en lopen een hoog risico op dakloosheid.

Een referentieadres (bij een natuurlijke persoon of een OCMW) zou ervoor kunnen zorgen dat deze daklozen toch aanspraak kunnen blijven maken op bepaalde administratieve en sociale voordelen waarvoor een inschrijving in de bevolkingsregisters vereist is. De huidige stand van de wetgeving inzake Rijksregister laat echter niet toe dat personen die in het wachtregister staan ingeschreven (zoals verzoekers om internationale bescherming) beroep kunnen doen op een referentieadres. Volgens artikel 1, §2 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten is een inschrijving op een referentieadres alleen mogelijk voor de personen bedoeld in artikel 1, §1, lid 1, 1° van diezelfde wet. Laatst genoemd artikel viseert enkel Belgen en vreemdelingen die toegelaten of gemachtigd zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden of die om een andere reden volgens de Verblijfswetgeving in het vreemdelingenregister ingeschreven kunnen worden (bv. ook gezinsmigranten met AI, slachtoffers van mensenhandel, ...). Het wachtregister wordt echter uitdrukkelijk uitgesloten. VIB met of zonder een AI staan in het wachtregister en kunnen nog niet in het vreemdelingenregister ingeschreven worden.

Verzoekers om internationale bescherming vallen dus uit de boot. De wettelijk voorziene inschrijving in het wachtregister verhindert dat verzoekers om internationale bescherming beroep kunnen doen op een referentieadres. Bovendien zegt ook de rechtspraak dat een referentieadres niet kan dienen om een verblijfsrecht in België te bekomen aangezien de inschrijving op een referentieadres onder meer al een wettig verblijf vereist dat volgens de Verblijfswetgeving recht geeft op inschrijving in het vreemdelingenregister of in het bevolkingsregister. Dit principe werd bekrachtigd door het Hof van Cassatie in zijn arrest van 12 oktober 2020 (nr. S.18.0065.F) en door het Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 29 juni 2023 (nr. 106/2023).

Wanneer dakloze VIB erkend worden als vluchteling of als subsidiair beschermde hebben ze wel een verblijfsrecht van meer dan drie maanden én daarmee recht op inschrijving in het vreemdelingenregister. Gezien de opvangcrisis (zie dossier opvang) verblijven zij, na toekenning van hun beschermingsstatus, vaak nog op ‘straat’ en zijn ze mogelijk ook nog niet eerder ingeschreven in de registers. Sinds 30-4-2026 verduidelijken de 'Onderrichtingen' hierover dat een referentieadres ook mogelijk is als een persoon nog nooit een ingeschreven verblijfplaats heeft gehad: artikel 1, §2 van de wet van 19 juli 1991 voorziet dit immers voor personen die "geen verblijfplaats hebben of meer hebben".

In de huidige stand van de wetgeving is een referentieadres dus niet mogelijk voor verzoekers om internationale bescherming, terwijl dat wel een aantal administratieve problemen van dakloze verzoekers om internationale bescherming zou oplossen. Dat zou echter een wetswijziging vergen van artikel 1 van de wet van 19 juli 1991. Voor erkende vluchtelingen of subsidiair beschermden kan dit wel al onder de huidige wetgeving en onderrichtingen.