RvV: weigering gezinshereniging zonder rekening te houden met affidavit schendt motiveringsplicht

In het kort

Een affidavit is een verklaring onder eed afgelegd voor een hierin gespecialiseerd ambtenaar. Het is een vaak gebruikt bewijsmiddel in het Angelsaksisch recht. Ook al komt een affidavit niet voor in het Belgisch recht toch schendt de DVZ de motiveringsplicht door de affidavit over de onvermogendheid niet in overweging te nemen bij de aanvraag gezinshereniging van een meerderjarig kind met een Belgische ouder.

DVZ weigerde een aanvraag gezinshereniging van een Zuid-Afrikaanse vrouw als meerderjarig kind van een Belg. DVZ meende dat de verzoekster niet had aangetoond dat zij onvermogend was in haar land van herkomst. Volgens DVZ is de affidavit waarin zij aan de Zuid-Afrikaanse overheid verklaart geen inkomen of eigendom te hebben een loutere verklaring op eer. Ook vindt DVZ de stortingen van haar vader onvoldoende regelmatig om aan te tonen dat ze ten laste is van hem.

De RvV meent dat DVZ onvoldoende rekening gehouden heeft met het schrijven dat bij de aanvraag gevoegd was en waarin toegelicht werd dat de verzoekster studente was, eerst in Zuid-Afrika en vervolgens in de VS en dat haar halfbroer, die eveneens student was, stortingen ontving van haar vader en hiervan in opdracht van hun vader geld doorstortte naar haar. De RvV wees erop dat er bijkomende bewijsstukken voorgelegd waren, zoals de stortingen van de broer van de verzoekster, waar DVZ niet over gemotiveerd heeft in de bestreden beslissing. 

De RvV stelt tevens vast dat een affidavit, een beëdigde verklaring die gedaan wordt voor een hiertoe bevoegde ambtenaar, een vaak gebruikt bewijsmiddel is in het Angelsaksisch recht. Ook al bestaat dit niet in het Belgisch recht, volstaat het niet om deze buiten beschouwing te laten omdat het een verklaring op eer is en er geen andere officiële bewijsstukken voorgelegd werden.

De RvV volgt de bewering van DVZ niet waar hij stelt dat de verzoekster de rechtsgeldigheid van de affidavit had moeten toelichten bij de indiening van de aanvraag. Bovendien is het argument dat verzoekster niet in Zuid-Afrika was voor de aanvraag aangezien ze in de VS studeerde een a posteriori argument. Het werd namelijk pas tijdens de beroepsprocedure opgeworpen en niet in de bestreden beslissing. De RvV vernietigt de beslissing.