Rb Brussel: inactiviteit bij wachten op nieuwe gecombineerde vergunning onderbreekt ‘5 jaar onafgebroken werk’ bij nationaliteitsverklaring niet
In het kort
In het Wetboek van de Belgische Nationaliteit (WBN) en het bijhorende uitvoeringsbesluit van 14-1-2014 (KB) is ‘5 jaar onafgebroken werk’ als mogelijk bewijs van taalkennis of maatschappelijke integratie opgenomen. Maar wat we moeten verstaan onder ‘onafgebroken’ werk, is niet verder uitgelegd. De Franstalige rechtbank van eerste aanleg van Brussel baseert zich in een vonnis van 26-1-2024 op rechtspraak van het Grondwettelijk Hof (GwH) om te stellen dat onderbrekingen in de tewerkstelling door verandering van werkgever en de daarbij horende ‘wachtperiode’ tot de nieuwe gecombineerde vergunning afgeleverd is, niet zorgen voor een onderbreking in de vereiste 5 jaar onafgebroken werk.
Periodes van inactiviteit in afwachting van nieuwe gecombineerde vergunning
In deze zaak diende de verzoekster een nationaliteitsverklaring in op basis van artikel 12bis, §1, 2° WBN, dat is de hypothese die we ‘je bent geïntegreerd’ noemen. Zij moet een bewijs van maatschappelijke integratie, taalkennis en economische participatie voorleggen. Als bewijs van de voorwaarden maatschappelijke integratie en taalkennis legt zij het bewijs van 5 jaar onafgebroken werk voor. Volgens het parket zijn die voorwaarden niet vervuld omdat de tewerkstelling onderbroken is. Het parket geeft een negatief advies.
Lange wachttijd gecombineerde vergunning
Verzoekster verblijft als arbeidsmigrant in België op basis van een gecombineerde vergunning. Haar tewerkstelling werd in de laatste 5 jaar 3 keer onderbroken op het moment dat zij van werkgever moest of wou veranderen. Die nieuwe werkgever moest immers een nieuwe gecombineerde vergunning aanvragen. Zoals al langer vastgesteld wordt, zijn de behandelingstermijnen bij de aanvragen van een gecombineerde vergunning te lang en onvoorspelbaar. Er moet gewacht worden op de nieuwe gecombineerde vergunning om te kunnen werken. Als de beslissing lang op zich laat wachten, kan dat dus voor (grote) onderbrekingen in de tewerkstelling zorgen.
GwH: ouderschapsverlof onderbreekt niet
Zorgen deze administratieve onderbrekingen ook voor een onderbreking van de periode ‘5 jaar onafgebroken werk’ zoals gebruikt in de nationaliteitswetgeving? De rechter verwijst naar een arrest van het GwH waarin de betrokkene tijdens de 5 jaar onafgebroken werk ouderschapsverlof had opgenomen.
Het begrip ‘5 jaar onafgebroken werk’ wordt niet gedefinieerd. De term ‘arbeidsdag’ die in het WBN gedefinieerd wordt met een verwijzing naar het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering (WerkloosheidsKB) is volgens het Hof niet van toepassing, aangezien de term 'arbeidsdag' niet gebruikt wordt bij het bewijs '5 jaar onafgebroken werk'. Dat zorgt er voor dat sommige dagen, zoals dagen van ouderschapsverlof, niet als arbeidsdagen beschouwd kunnen worden maar toch niet zorgen voor een onderbreking in het ‘onafgebroken werk’, aldus het Hof. Het Hof verwijst daarbij naar de voorbereidende werken die vooral een voldoende integratie voor ogen hadden, en ziet niet in hoe periodes van ouderschapsverlof in de loop van die 5 jaar die integratie in de weg zouden staan.
In de huidige zaak en naar analogie met de rechtspraak van het GwH stelt de rechter zich de vraag of de onderbrekingen in de tewerkstelling die het gevolg zijn van het willen of moeten veranderen van werkgever, een belemmering vormen voor de maatschappelijke integratie. Opnieuw verwijst de rechter naar het GwH dat stelde:
- dat een afwezigheid van 6 maanden geen onderbreking van het ononderbroken wettig verblijf inhoudt en
- dat maatschappelijke integratie ook met een beroepsopleiding van minimum 400 uur bewezen kan worden, dus dat het moeilijk is om in te zien hoe korte onderbrekingen in de tewerkstelling de integratie zouden belemmeren.
Naar analogie stelt de rechter dat de onderbrekingen, die te wijten zijn aan de verandering van werkgever en de lange behandeltermijn bij een hernieuwing van een gecombineerde vergunning, geen belemmering vormen om de maatschappelijke integratie en taalkennis via werk aan te tonen. Verzoekster verkrijgt dan ook de Belgische nationaliteit.
Meer info
- Rb Brussel (Franstalig) 26 januari 2024
- Arrest van het Grondwettelijk Hof van 9 juni 2022
- Wetboek Belgische Nationaliteit
- Koninklijk Besluit Belgische Nationaliteit
- Koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering
- F. VAN HUYLENBROECK, “Waarom de behandelingstermijn voor een gecombineerde vergunning (g)een probleem is”, T.Vreemd 2023, afl. 4, 310-317.