RvV: DVZ moet rekening houden met specifieke omstandigheden en evenredigheidsbeginsel bij weigering verlenging verblijf van student die te veel werkt

In het kort

Het loutere feit dat een student 22 uur per week werkt, in plaats van de toegelaten 20 uur, is niet voldoende om de verlenging van het studentenverblijf te weigeren. Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) moet op basis van artikel 61/1/5 Vw rekening houden met de specifieke omstandigheden en het evenredigheidsbeginsel bij het nemen van deze beslissing. Dat zegt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) in arrest 311.482 van 20-8-2024.

Meer dan 20 uur/week werken leidt mogelijk tot weigering verlenging studentenverblijf

In deze zaak werd niet betwist dat de betrokken student een arbeidscontract van 22 uur per week had en minstens gedurende enkele maanden ook effectief 22 uur per week werkte. 

Studenten mogen op basis van artikel 10, 2° van het KB van 2 september 2018 tijdens het schooljaar maximaal 20 uur per week werken. Om die reden weigerde DVZ het studentenverblijf te verlengen.

De RvV wijst er in zijn arrest om te beginnen op dat:

  • meer werken dan toegelaten wel degelijk een reden kan zijn tot beëindiging of niet-verlenging van een verblijf als student, zoals voorzien in artikel 61/1/4, § 2 Vw
  • artikel 61/1/5 Vw DVZ echter verplicht om bij elke beslissing tot weigering, beëindiging, intrekking of niet-vernieuwing van een studentenverblijf rekening te houden met de specifieke omstandigheden van het geval en het evenredigheidsbeginsel te respecteren. 

Specifieke omstandigheden en evenredigheidsbeginsel

In een begeleidende brief ontkende de student niet dat hij een arbeidscontract van 22 uur per week had, maar gaf hij meer uitleg over de specifieke omstandigheden waarin deze tewerkstelling plaatsvond:

  • De job die de student uitoefende was een verderzetting nadat hij bij de werkgever een verplichte stage in het kader van zijn studie deed en ligt dus in het verlengde van zijn studie.
  • Het werkcontract omvat 22 uur per week, maar het betreft een vervangingscontract dat herleid zou worden naar 12 uur wanneer de zieke, vervangen collega zou terugkeren. Hierdoor dacht de student dat het aantal uren hierdoor gemiddeld onder de 20 uur per week zou liggen.
  • De student moet nog maar 13 studiepunten behalen, waarvan 9 studiepunten op basis van werkstukken en de overige 4 studiepunten in een les die op maandagavond doorgaat.
  • De student geeft aan het aantal uren in het contract te kunnen verminderen als dat een bezwaar vormt voor de verlenging van zijn verblijf als student.

In de bestreden beslissing motiveert DVZ alleen dat uit het arbeidscontract en een raadpleging van de Dolsis-databank niet blijkt dat het contract verminderd werd naar 12 uur per week en dat het dus louter bij verklaringen blijft van de student op dat vlak.

Op de andere argumenten in de begeleidende brief wordt echter niet ingegaan. De RvV besluit dat DVZ hiermee niet voldaan heeft aan de verplichting in artikel 61/1/5 Vw om rekening te houden met de specifieke omstandigheden en in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel.