RvV: bij 9ter-aanvraag moet DVZ actuele medische beschikbaarheid behandeling zorgvuldig beoordelen

In het kort

De afwijzing van een 9ter-aanvraag gebaseerd op een advies van een Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ)-arts dat alleen steunt op het feit dat de nodige behandeling vijf jaar geleden beschikbaar was in het land van herkomst is onvoldoende gemotiveerd. Dit advies gaat voorbij aan recent attesten die werden toegevoegd en die aantoonden dat het geneesmiddel anno 2024 niet langer beschikbaar was. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) in arrest 320.860 van 3-1-2025 oordeelde dat de DVZ geen zorgvuldig onderzoek deed naar de actuele beschikbaarheid van de noodzakelijke behandeling.

Bij een verzoek tot medische regularisatie moet de betrokkene aantonen dat hij lijdt aan een ernstige aandoening waarvoor geen adequate behandeling beschikbaar en toegankelijk is in het land van herkomst (artikel 9ter, §1 Vw). De verzoekers dienden een aanvraag in voor een van hun kinderen, dat lijdt aan een immuun trombocytopenische purpura en een angststoornis. Deze werd afgewezen op basis van het advies van de medisch adviseur. Deze stelde dat de behandeling – waaronder het geneesmiddel Nplate – beschikbaar is in Algerije. De arts-adviseur kwam tot dit besluit omdat het kind dit medicijn in 2019 daar kreeg toegediend.

Verzoekers hadden echter twee recente apothekersattesten voorgelegd waaruit bleek dat het nodige medicijn Nplate niet meer verkrijgbaar is in Algerije en er geen alternatief is. De medisch adviseur liet deze attesten buiten beschouwing met het argument dat zij louter ‘inschikkelijk’ werden opgesteld en zij formeel worden tegengesproken door het verslag van de eerdere behandeling vijf jaar geleden in Algerije.

Eerst herhaalde de Raad dat de beoordeling van de toegankelijkheid van de behandeling moet gebeuren op basis van betrouwbare en actuele bronnen en dus niet louter op basis van feiten die plaatsvonden vijf jaar voor de opstelling van het verslag. De arts verwierp de apothekersattesten als ‘inschikkelijk’ zonder zich te baseren op concrete en recente gegevens. De Raad stelde daarom vast dat de motivering ontoereikend was en geen voldoende onderzoek aantoont. Zowel de weigering van de aanvraag als het daaraan gekoppelde bevel om het grondgebied te verlaten werden bijgevolg vernietigd.

Het arrest bevestigt dat een verwijzing naar een behandeling die vijf jaar geleden plaatsvond niet volstaat als actuele bron om te beoordelen of een adequate behandeling al dan niet toegankelijk is in land van herkomst. Dit is zeker het geval wanneer daar recent en concreet tegenbewijs tegenover staat dat niet zorgvuldig weerlegd wordt.