Verhoging registratierecht nationaliteit: FOD Financiën – voordien betaald bedrag blijft geldig

In het kort

Voor betalingen gedaan vanaf 29-7-2025 steeg het registratierecht voor een aanvraag van de Belgische nationaliteit, via nationaliteitsverklaring of naturalisatie, van 150 naar 1.000 euro. Bovendien wordt dat bedrag jaarlijks geïndexeerd en afgerond. In 2026 is het 1.030 euro. De FOD Financiën stelt dat, omdat de wetgever geen overgangsmaatregelen heeft voorzien, het ogenblik van betaling de hoogte van het bedrag bepaalt. Dus: wie vóór 29-7-2025 betaalde is 150 euro verschuldigd; wie vanaf 29-7-2025 betaalt is 1.000 euro verschuldigd; wie in 2026 betaalt is 1.030 euro schuldig; ongeacht wanneer het verzoek of de verklaring gebeurt. Lees het bericht op de website van de FOD Financiën.

Procedure: wanneer moet het registratierecht betaald worden?

Volgens artikel 238 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten moet het registratierecht betaald worden vóór de indiening van het verzoek om naturalisatie of het afleggen van de nationaliteitsverklaring. Na betaling (bv. via MyMinfin) krijg je een betalingsbewijs (kwijting).

Dit betalingsbewijs moet je voorleggen wanneer je de nationaliteitsverklaring aflegt. Artikel 15 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (WBN) bepaalt dat de ambtenaar van de Burgerlijke Stand (ABS) pas een ontvangstbewijs van de nationaliteitsverklaring aflevert als de verklaring volledig is en het registratierecht betaald werd. De niet-tijdige betaling van het registratierecht kan niet geregulariseerd worden (art. 15 WBN). 

De ambtenaar van de Burgerlijke stand zendt het dossier door naar de procureur des Konings. De procureur kan alleen een negatief advies uitbrengen omwille van gewichtige feiten eigen aan de persoon, of omdat de grondvoorwaarden niet vervuld zijn.

Overgangsrecht: welk moment bepaalt hoogte van het bedrag?

Wanneer een wet geen overgangsbepaling voorziet, is algemeen overgangsrecht van toepassing is. Je kan een wet die op het moment van een bepalend rechtsfeit (zoals een betaling van registratierecht) nog niet in werking was, niet toepassen op die rechtsfeiten die dateren van voor de inwerkingtreding. De voorwaarden om een wet wel retroactief toe te passen zijn: 

  • er is een wettelijke grondslag voor de terugwerkende kracht
  • de terugwerkende kracht is onontbeerlijk voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang
  • er worden enkel voordelen toegekend. 

De Wet van 18-7-2025 voorziet geen overgangsbepaling, en trad in werking op datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad op 29-7-2025. De wetswijziging kent geen voordelen toe maar verstrengt de mogelijkheid om Belg te worden onder andere door het registratierecht te verhogen van 150 naar 1.000 euro.

Het moment waarop de retributie betaald wordt, is het bepalend rechtsfeit waarop de hoogte van het registratierecht wordt bepaald. Als je het registratierecht voldaan hebt, krijg je een kwijting. Deze kwijting is een bewijs dat je het toepasselijke registratierecht betaald hebt

Burgerzaken Vlaanderen vzw publiceerde het standpunt van de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën dat door de dienst Nationaliteit van de FOD Justitie werd opgevraagd. Dit advies van de FOD Financiën lijkt in overeenstemming met de principes van algemeen overgangsrecht.

De FOD Financiën stelt: ‘Voor zover de wetgever (alsnog) geen overgangsmaatregel invoert in die zin dat hetzij het tijdstip van het indienen van het verzoek of het afleggen van de verklaring tot Belgische nationaliteitsverkrijging, hetzij het tijdstip waarop het dossier na dergelijk verzoek of dergelijke verklaring volledig is, bepalend is om de hoogte van het verschuldigd registratierecht te bepalen, zal inderdaad het ogenblik van de betaling van het registratierecht relevant zijn om de hoogte van het verschuldigde bedrag te bepalen. Wie bijgevolg nog vóór 29 juli 2025 de betaling verricht zal slechts 150 EUR moeten betalen, ook al gebeurt het verzoek of de verklaring pas vanaf 29 juli, en dus ook irrelevant of het dossier bij het verzoek of de verklaring al dan niet volledig is.'

Volgens dit advies bepaalt het moment van betaling de hoogte van het bedrag, gezien er geen andere wettelijke overgangsmaatregel voorzien wordt. Wie voor 29 juli 2025 betaalde, is maar 150 euro verschuldigd en wie vanaf 29 juli in 2025 betaalt, moet 1.000 euro betalen; wie in 2026 betaalt, moet 1.030 euro betalen; ongeacht wanneer je de verklaring aflegt. Dus ook met als je het registratierecht van 150 euro betaald hebt vóór 29 juli 2025, kan je daarmee nog een nationaliteitsverklaring afleggen na die datum.

Hoe betaal je het registratierecht?

Het registratierecht kan betaald worden op twee manieren:

  • Via MyMinfin. Hoe dat exact moet lees je hier.
  • Via een kantoor rechtszekerheid. Hier vind je de adresgegevens van het kantoor rechtszekerheid van jouw gemeente.

Als je het registratierecht voldaan hebt, krijg je een kwijting. Deze kwijting is dus een bewijs dat je het toepasselijke registratierecht betaald hebt. 

Jaarlijkse indexatie

Het ontwerp van programmawet voorziet in een jaarlijkse indexatie en afronding van het bedrag op 1 januari. De redenering van de FOD Financiën kan ook daarop worden toegepast: het moment van de betaling van het registratierecht is doorslaggevend, ook wanneer het registratierecht al betaald werd voor een indexsprong, maar de nationaliteitsaanvraag pas er na werd ingediend.

Beroepsmogelijkheden

Als de ambtenaar van de burgerlijke stand oordeelt dat het retributierecht niet werd voldaan, kan die weigeren om je dossier door te sturen naar het parket. Daartegen kan je beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg. 

De ambtenaar van de burgerlijke stand kan je nationaliteitsverklaring onontvankelijk ook verklaren omdat je niet alle vereiste documenten leverde. Daartegen kan je een beroep tot nietigverklaring instellen bij de Raad van State.

Het parket kan je aanvraag weigeren of een negatief advies geven. De al dan niet-betaling van het registratierecht is hier echter geen grond voor. Als dit toch gebeurt, kan je in beroep gaan bij de rechtbank van eerste aanleg. 

Op de pagina 'procedure nationaliteitsverklaring' lees je meer over de beroepsprocedures.